IEA: klimaatwinst door pandemie is bijna weg, uitstoot moet vijf keer sneller omlaag

World Energy Outlook De coronacrisis heeft volgens het Internationaal Energieagentschap geen enkel structureel effect gehad op de uitstoot van broeikasgassen. Toch „ontvouwt zich een nieuwe energie-economie”, staat in de jaarlijkse vooruitblik van het IEA.

Booreiland voor de kust van Cyprus.
Booreiland voor de kust van Cyprus. Foto Petros Karadjias/AP

De klimaatwinst van de pandemie is alweer grotendeels passé. Door de „hardnekkige koppositie van fossiele brandstoffen” blijft de wereld gevaarlijk snel opwarmen. Daarvoor waarschuwt het Internationaal Energieagentschap (IEA) deze woensdag in zijn belangrijkste jaarlijkse toekomstvisie, de World Energy Outlook.

Het IEA, een organisatie in Parijs die gelieerd is aan het rijkelandenverbond OESO, ontwikkelde zich in de afgelopen jaren als pleitbezorger van een mondiale omwenteling naar een duurzaam energiesysteem.

Het agentschap roept de wereld dit jaar op om tijdens de aanstaande VN-klimaattop in Glasgow (eind oktober-begin november) vergaande veranderingen in gang te zetten. Vorig jaar pleitte het IEA ook al voor een ommezwaai, maar dan via miljardeninvesteringen voor „groen herstel” uit de coronacrisis.

Een wereldwijde groene investeringsgolf bleef echter uit. De coronacrisis heeft geen enkel structureel effect gehad op de uitstoot van broeikasgassen, blijkt uit het IEA-rapport. De mondiale CO2-uitstoot is dit jaar met 4 procent toegenomen ten opzichte van 2020. Daarmee is de klimaatwinst die de pandemie met zich meebracht, alweer voor tweederde ongedaan gemaakt.

Meer gebruik steenkool

Door de sterke economische groei, met name in China, is vooral het wereldwijde gebruik van steenkool toegenomen. Ook in Nederland draaien kolencentrales weer volop, terwijl ze in de afgelopen twee jaar juist vaak stilstonden. Hier dragen de marktomstandigheden bij, waarbij voor aardgas in Europa recordprijzen betaald worden.

Hoewel de wereld in 2021 deels terugviel op fossiele brandstoffen, kan het wereldwijde energiesysteem volgens het IEA toch radicaal veranderen. Een „nieuwe energie-economie ontvouwt zich”, aldus het agentschap. Duurzame technologie is snel goedkoper geworden. Dat geldt niet alleen voor zonnepanelen en windturbines, maar ook voor elektrische voertuigen.

Lees ook het vragenstuk: Helpt Chinese belofte over kolencentrales het klimaat?

De investeringen in groene energie liggen echter nog altijd op een veel te laag niveau om verduurzaming voldoende aan te jagen. Er valt nu al een gat omdat investeringen in olie- en gaswinning tijdens de coronacrisis – toen de marktprijzen extreem laag waren – teruggeschroefd zijn.

Het IEA hoopt dat juist duurzame energie het tekort kan opvullen. Zo niet, dan draagt dat bij aan „onzekerheid over de toekomst”. Zonder de huidige hoge energieprijzen expliciet te noemen, voorziet het agentschap dat de energiemarkt de komende jaren „volatiel” zal zijn.

Volgens het IEA stevent de wereld af op een temperatuurstijging van 2,6 graden Celsius in 2100. Nu de aarde 1,1 graad is opgewarmd, leiden bosbranden en overstromingen al tot extreme situaties. De jaarlijkse CO2-uitstoot zal in 2050 nog ongeveer hetzelfde zijn als nu, als er niet harder wordt ingegrepen.

Grote rol voor China

Een grote rol is daarbij weggelegd voor China, dat van alle landen de hoogste uitstoot heeft van broeikasgassen (27 procent van de mondiale uitstoot in 2019). De recente aankondiging van president Xi Jinping dat China stopt met de bouw van kolencentrales in het buitenland – waarover nog veel onduidelijk is – is volgens het IEA een bemoedigende stap. Die beleidswijziging „zou” evenveel CO2-reductie kunnen bewerkstelligen als het EU-beleid om in 2050 klimaatneutraal te zijn.

Vooral tot 2030 moet er wereldwijd echter veel meer gebeuren om de wereldwijde CO2-uitstoot in 2050 tot nul te reduceren, zodat sterke opwarming vermeden wordt. De CO2-uitstoot moet vijf keer zo snel naar beneden als nu voorzien is, en de investeringen in schone energie moeten verdrievoudigen. Volgens het agentschap is dat „minder ingrijpend dan het lijkt” omdat al 40 procent van de benodigde investeringen zichzelf terugverdienen.

De andere kant van de medaille is dat de meeste klimaatinvesteringen dus nog níet rendabel zijn. Dat laat zien hoe belangrijk subsidies, sterkere CO2-beprijzing en fiscale maatregelen (het afschaffen van ‘fossiele subsidies’) zijn om vergroening te ondersteunen.