De Amerikaan Aric Chen is anderhalve maand geleden in Rotterdam aan de slag gegaan als nieuwe directeur van Het Nieuwe Instituut.

Foto Marwan Magroun

Interview

Nieuwe directeur bekritiseerd HNI wil afgehaakte bezoekers weer binnenhalen

Aric Chen, directeur Het Nieuwe Instituut

HNI is te weinig zichtbaar, luidt de kritiek. Aan de nieuwe Amerikaanse directeur Aric Chen de taak hierin verandering te brengen. „We willen een instelling voor een breed publiek worden.”

Vraag aan de gemiddelde Rotterdammer wat hij of zij vindt van Het Nieuwe Instituut (HNI), en de kans is groot dat je een variant van schouderophalen te zien krijgt. Mogelijk gevolgd door: daar zat eerst het NAi toch, het Architectuurinstituut? Als je het aan architecten vraagt – HNI beheert de Rijkscollectie voor Nederlandse Architectuur en Stedenbouw – hoor je misschien irritatie over de beperkte zichtbaarheid van HNI in dit veld, en de opmerking dat een deel van de subsidie van HNI naar ‘echte’ architectenplatforms moet.

Maar vraag het Aric Chen, de 46-jarige Amerikaan die sinds dit voorjaar directeur is van HNI en sinds anderhalve maand écht hier aan de slag, en hij spreekt met glimmende ogen over het „vreemde maar mooie wezen” dat HNI is. „Ik was niet van plan te vertrekken uit China [Chen woonde en werkte 13 jaar in China], ik was gelukkig met mijn leven daar, maar werd echt aangetrokken tot het instituut.”

Chen studeerde architectuur en antropologie in Berkeley, en werkt sindsdien in het veld van architectuur en ontwerp. In 2010 was hij creatief directeur van de Beijing Design Week, en van 2012 to 2018 was hij als hoofdcurator onder meer verantwoordelijk voor het opbouwen van de collectie van M+, een nieuw museum voor visuele cultuur in Hong Kong.

Wat trok u zo aan in HNI?

„HNI speelt een vooruitstrevende rol bij allerlei ontwikkelingen. Neem de New Material Award, een tweejaarlijkse prijs voor innovatie op het gebied van materiaal. Iedereen heeft het nu over biomaterialen, maar toen HNI met die prijs kwam was dat nog niet zo. Of het werk over automated landscapes, hoe automatisering niet alleen ruimte en landschappen verandert, maar ook arbeid.

„En recenter het werk over multispecies urbanism, de noodzaak verder te kijken dan de mens om te zorgen dat alle soorten kunnen overleven op deze planeet. HNI is bezig met een initiatief om natuur een eigen status te geven. Dit Zoöp-model maakt de belangen van niet-menselijk leven onderdeel van de besluitvorming van organisaties.”

Lees ook dit artikel: HNI maakt al jaren een in zichzelf gekeerde indruk

HNI is een erfgoedinstelling die interessant moet zijn voor het grote publiek, en doet tegelijk vooruitstrevend werk in en voor het veld. Het beeld is dat het algemene publiek er bekaaid vanaf komt bij HNI. Hoe gaan die twee samen, hoe haalt u de mensen die een beetje zijn afgehaakt, weer binnen?

„U bent helaas niet de eerste die dit zegt. We willen een meer naar buiten gerichte instelling worden, in alle opzichten en voor een breed publiek, terwijl we tegelijkertijd voortbouwen op onze sterke punten in onderzoek en kritisch denken. Ik denk niet dat dit tegenstrijdig is, op dezelfde manier waarop ik ook niet denk dat erfgoed en innovatieve ideeën tegenovergestelden zijn. Wat nu erfgoed is, was indertijd innovatief. We kijken hoe innovaties uit het verleden die van de toekomst beïnvloeden, maar we kunnen ook innoveren hoe we met erfgoed omgaan. We kijken opnieuw naar de historische verhaallijnen die we voor lief namen, en die breiden we uit, onder de noemer rethinking the collection. We willen ze niet herschrijven of wegstoppen, maar er nieuw licht op laten schijnen. Bijvoorbeeld door queer en feministische perspectieven op urbanisme en architectuur te laten zien. En we onderzoeken bijvoorbeeld ook de financialisering van de arcchitectuur.

„Daarnaast willen we van HNI een testlocatie maken. We zeggen niet dat we de problemen van de wereld oplossen, maar er zijn zoveel geweldige ideeën in omloop, de tijd om daar nog meer aan toe te voegen is voorbij. Laten we er nu een paar van gaan uitproberen.

„Bijvoorbeeld, hypothetisch: inmiddels zeggen ook niet-radicale denkers dat het kapitalisme anders moet. Niet dat we het systeem omver moeten gooien, maar het werkt niet voor ons als planeet. Tegelijk gebruiken wij als instituut onze winkel om extra omzet te maken, net als alle musea. Ik wil graag kijken hoe HNI een retailprogramma zou doen waarmee we kunnen uitproberen hoe mensen ‘omdenken’ over consumeren. Design- studenten kijken daar al naar, die vragen zich af of ze waarde toevoegen aan de wereld, of dat ze bijdragen aan de problemen. Ze stellen andere manieren voor om te consumeren, waarderen en ruilen. Misschien is dat straks onze winkel.

„Of neem het gebouw: we gaan richting net zero, en we moeten ons gebouw echt duurzamer maken en onze researchideeën testen met publiek. Volgend jaar houden we de eerste solar-biënnale. Daarin staan niet de techno-utopische oplossingen centraal die de wereld gaan redden, maar kijken we naar zonne-energie vanuit een sociaal-culturele invalshoek.

„Mensen zien design vaak nog als probleemoplossende activiteit, en dat is een beetje achterhaald. De problemen zijn te complex om te worden ‘opgelost’. En wat betekent opgelost? Wat voor de één een oplossing is, is voor de ander een probleem. Wat we kunnen doen is verschillende benaderingen creëren. En hopelijk komen daar ook dingen uit voort die we met ons eigen gebouw kunnen doen.”

Chen: „Wat nu erfgoed is, was indertijd innovatief”. Foto Marwan Magroun

Hoe kunt u het beheer van de Rijkscollectie voor Nederlandse Architectuur en Stedenbouw interessanter maken voor het algemene publiek?

„Ik woon in de voormalige kloosterschool, op de hoek van de Breitnerstraat en Rochussenstraat, een gebouw uit 1933, en heb begrepen dat we de tekeningen van het gebouw in het archief hebben. Dat benadrukt hoe rijk het archief is: ik ga ergens wonen en een collega zegt, oh ja, daar hebben we de tekeningen van. Het archief is een unieke bron, wereldwijd, dat onderkent iedereen. Dat archief willen we toegankelijker maken, het wordt nu gedigitaliseerd. En over een paar maanden gaat de nieuwe website van HNI live, waardoor het archief ook online beter beschikbaar zal zijn.

„Daarnaast kunnen we de collectie ook hier in het gebouw beter zichtbaar maken. Over een paar weken openen we bijvoorbeeld een grote architectuurtentoonstelling, MVRDVHNI: The Living Archive of a Studio, met het archief van MVRDV dat wij hier hebben – althans van hun eerste 400 projecten. Die tentoonstelling opent rond dezelfde tijd als Het Depot [van Museum Boijmans Van Beuningen]. Het is onze eerste monografische architectuurtentoonstelling in lange tijd, dus ik hoop dat mensen die dat hebben gemist het komen zien.”

De waterpartij, een belangrijk onderdeel van het gebouw van HNI, is al jaren verwaarloosd. Gaat u dat aanpakken?

„De vijvers worden nú onder handen genomen als onderdeel van het herinrichting van dit deel van het Museumpark. We hebben een gezichtsbepalend gebouw in Rotterdam. Binnenkort ontmoet ik de architect ervan, Jo Coenen, zodat ik meer over de achtergrond ervan kan leren. Maar het zal ook gaan over hoe we verder moeten. Het gebouw is nu 30 jaar oud, het is een opmerkelijk gebouw, en we moeten zorgen dat het opmerkelijk en geliefd blijft. Dus Jo, mocht je dit lezen, ik hoop je snel te zien en samen te werken.”