Recensie

Recensie Boeken

Herziene bijbelvertaling: Weg met die aalmoes en de aambeien

NBV21 Na zeventien jaar is de Nieuwe Bijbelvertaling grondig herzien. Toch is er geen afbreuk gedaan aan de literaire kracht van de verhalen, die soms van hoog literair niveau zijn.

Het feestmaal van Belsazar van Rembrandt
Het feestmaal van Belsazar van Rembrandt

Soms heeft een idee lange afstamming, zoals het bekende beeld van ‘de kracht om bergen te verzetten’. Die Griekse uitdrukking komt al in de bijbel voor, in het beroemde loflied over de liefde door de apostel Paulus. De Nieuwe Bijbelvertaling (NBV), die deze week in een uitvoerige herziening verschijnt, vertaalt die passage uit de eerste Korintiërsbrief zo: ‘al bezat ik alle kennis en had ik het geloof dat bergen kan verplaatsen – had ik de liefde niet, ik zou niets zijn’.

Verplaatsen! Waarom in de NBV de bergen niet verzet maar verplaatst worden, wordt kernachtig uitgelegd in ‘NBV21 – De vertaalmethode toegelicht’ dat deze week tegelijkertijd met de herziene vertaling verschijnt. Dat prachtige overzicht van de veranderingen in de NBV is geschreven door Matthijs de Jong en Cor Hoogerwerf, twee leden van het uitgebreide vertaalteam dat verantwoordelijk is voor de ‘Nieuwe Bijbelvertaling 2021’ (NBV21).

In het Grieks van Paulus staat in de bergpassage het werkwoord ‘methistanai’, een heel gewoon woord: ‘iets op een andere plek zetten’ – in een bepaalde context kan het zelfs sterven betekenen. In het Nederlands is de vertaling ‘verzetten’ een staande uitdrukking geworden dankzij de invloedrijke Statenvertaling uit 1637: ‘ende al waer’t dat ick alle het geloove hadde, so dat ick bergen versettede’. Maar jammer en helaas, zo schrijven De Jong en Hoogerwerf, ‘zoals dat vaak het geval is met uitdrukkingen, heeft de uitdrukking “bergen verzetten” een andere betekenis gekregen. Iemand die bergen verzet, werkt hard en kan heel veel aan. Maar dat is niet waar Paulus het over heeft.’ Zo kan een beroemd geworden uitdrukking zichzelf de bijbel uitwerken.

Kritiekpunten

Dat in de NBV de bergen niet meer worden verzet, was een van de in totaal 20.000 kritiekpunten die het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap (NBG) in de loop der jaren verzamelde, ten behoeve van de herziening van de succesvolle bijbelvertaling uit 2004. In een proces van ongeveer vier jaar zijn achtduizend kritiekpunten afgewezen, waaronder dus die van dat verzetten. Twaalfduizend vonden wel hun weg naar de NBV21 – het meeste in het nieuwe testament waar bij 36 procent van de verzen wel iets veranderd is – gemiddeld over de hele bijbel is dat 28 procent. Een derde van de kwesties kwam van ‘gewone’ bijbellezers (die in totaal tweeduizend kritische mails en brieven naar het NBG stuurden) en kerkelijke gebruikers; de rest van de kritiekpunten werden binnen het NBG zelf opgeworpen.

De meeste herzieningen zullen gewone lezers niet of nauwelijks opvallen. Veel zijn kleine rechttrekkingen, zoals in Exodus waar per ongeluk twee keer het woord ‘karmozijnrode’ niet was meevertaald in een reeks beschrijvingen van priestergewaden. En de huidvraat is weer weg. In 2004 leek dat nog een goede vertaalvondst, voor de Griekse en Hebreeuwse woorden die vroeger altijd (foutief) met melaatsheid werden vertaald. Het leuke was dat met ‘-vraat’ een deelbetekenis kon worden uitgedrukt van het Hebreeuwse origineel dat ook kan slaan op beschimmelde muren en kleren. Maar de huidvraat moest vertrekken omdat veel lezers dat nieuwbedachte woord verwarrend vonden. Nu is het, saai maar precies: ‘een huidziekte die onrein maakt’. Ook de ‘lampenstandaard’ is weg – een ikea-woord, smaalde een briefschrijver. Het is weer overal een kandelaar, al stonden er in Israël geen kaarsen maar olielampen in. En in de brieven van Paulus is overal ‘mysterie’ vervangen door geheim, dat ook al werd gebruikt ter afwisseling. Bij nader inzien was er geen goede reden om verschillende woorden te gebruiken én geheim dekt de betekenis beter als het gaat om heilsplannen van God. En de ‘aalmoes’ is verdwenen, het is een ‘gift uit barmhartigheid’ geworden – omdat barmhartigheid ook al in de NBV werd gebruikt en aalmoes toch een beetje ouderwetsige klank heeft, die de originele Hebreeuwse en Griekse woorden helemaal niet hebben.

De val van de opstandige engelen van Rembrandt
Hermannus Collenius, Vanitas met opengeslagen Prediker van Rembrandt

Ook de aambeienvloek, een oude lieveling van veel bijbellezers, heeft moeten vertrekken. In het eindeloze gesjouw met de Ark des Verbonds in het eerste boek van Samuel worden regelmatig hele Filistijnse steden door God vervloekt met zweren en bulten. Op twee plaatsen, de steden Asdod en Gat (sic), worden die plagen in de NBV vertaald met aambeien. In het Hebreeuws wordt namelijk een woord gebruikt dat in látere Joodse geschriften aambeien betekent. De keuze voor aambeien heeft een lange geschiedenis, al formuleerde de Vulgaat, een vijfde-eeuwse vertaling in het Latijn, het nog behoedzaam als dat God de inwoners van Asdod sloeg ‘in het geheime deel van hun billen’ (et percussit in secretiori parte natium). Mede omdat er ook Filistijnen stierven aan die plaag, leek het de NBV21-vertalers toch niet zo waarschijnlijk dat echt aambeien bedoeld werden. Het zijn nu ‘gezwellen’ geworden, zoals het inmiddels ook elders op de wereld meestal wordt vertaald. De invloedrijke Amerikaanse New Revised Standard Version (1989) (waarvan in november een Updated Edition verschijnt) heeft ‘tumors’. Er wordt wel met het woord geworsteld, de Duitse Einheitsübersetzung maakte er in 1980 zelfs builenpest van, maar sinds een herziening in 2016 zijn dat nu ook daar simpelweg ‘Geschwüren’.

Literaire meesterwerken

Zo zijn bijna alle individuele afwegingen voor iedere verandering in de NBV eindeloos aannemelijk. Wat echt belangrijk is, is dat al die kleine veranderingen de kracht van de NBV niet hebben aangetast. Literaire meesterwerken als de boeken Jesaja, Job, Hooglied of het Evangelie van Johannes zijn nog altijd meeslepend om te lezen.

Opzienbarende vernieuwingen uit de NBV van 2004 zijn ook bijna allemaal blijven staan. Het ooit zo vertrouwde ‘IJdelheid der ijdelheden’ uit het boek Prediker is nog steeds ‘Lucht en leegte’, en ja, de kribbe uit het kerstverhaal is nog altijd een ‘voederbak´ (maar de oude herberg waarin geen plaats was voor de zwangere Maria is niet langer het toch wat dierentuinachtige ‘nachtverblijf’, dat heet nu gastenverblijf).

Ironisch genoeg heeft de allergrootste en juist zéér opvallende verandering in de NBV21 weinig te maken met woordbetekenis of taalkundige overwegingen.

In navolging van de Groot Nieuws Bijbelvertaling ‘in de omgangstaal’ uit 1983 werd voor de NBV van 2004 besloten om de hoofdletters te schrappen in de persoonlijke voornaamwoorden van God en Jezus (‘Hij’, ‘Zijn’) omdat de vertalers meenden dat die hoofdletters in de gewone, niet-kerkelijke taal aan het verdwijnen waren. In vertaaljargon: die hoofdletters waren niet ‘doeltaalgericht’ meer. Maar toch, in de herziene vertaling galmen die eerbiedshoofdletters weer overal in de tekst. In bijna vijftien procent van alle verzen zijn ze toegevoegd. Het is een subtiele toevoeging die op veel plekken de sfeer verandert, omdat er nu ineens een zacht kerkgezang door de vertaling heenklinkt: ‘eerbied, eerbied, eerbied!’ Maar waarom? In de brontalen Hebreeuws en Grieks staan die hoofdletters niet, in de doeltaal Nederlands verschijnen de eerbiedshoofdletters pas ná de Statenvertaling, als een uitvinding van achttiende-eeuwse vroomheid.

Mozes verbrijzelt de tafels van de wet van Rembrandt
Jakob worstelend met de engel van Rembrandt

Ontbrekende kapitalen

Het belangrijkste argument voor herinvoering is dat de ontbrekende kapitalen al die tijd moeilijk lagen in kerkelijke kring. En de bedoeling van de NBV was nu juist om de standaardbijbel te worden voor alle kerken in Nederland – wat ook aardig gelukt is. Bijkomend argument is dat in de officieuze Nederlandse taalregels, zoals de Schrijfwijzer van Jan Renkema, de eerbiedshoofdletter inderdaad nog gewoon wordt voorgeschreven. Het zal wel, ik denk dat de vertalers in 2004 gelijk hadden. De terugkeer van de eerbiedskapitalen is meer ‘kerktaalgericht’ dan doeltaalgericht. In bijvoorbeeld de werkelijkheid van deze krant, NRC, moet je die eerbiedshoofdletters echt met een lampje zoeken, bij Gods voornaamwoorden en zéker bij die van Jezus.

Het stemt treurig dat een bijbelvertaling die sinds 2004 veel nationaal gezag heeft verworven bij gelovigen én ongelovigen, nu een knieval maakt voor krachtige stemmen in de kerkelijke achterban. Zo sterk als de vertalers zijn in hun taalkundige besluitvorming, zo zwak zijn ze in hun weerstand tegen die lobby. Terwijl toch, zoals De Jong en Hoogerwerf zelf ook al toegeven in hun mooie boek: het is niet zo ‘dat een vertaling zonder eerbiedshoofdletters geen goede vertaling is’. Maar in één adem door schrijven de twee daar óók ‘dat een vertaling zonder eerbiedshoofdletters geen volwaardige bijbel is’. Duidelijk: de bijbel is van de kerk, niet van heel het volk. Mijn vraag zou dan zijn: als die traditionele kerkelijke beleving dan zo belangrijk is, waarom schaf je dan wel die aalmoes af? Dat mysterie had dan ook wel kunnen blijven.

Lees ook: Voorpublicatie: ‘De Bijbel voor ongelovigen’ - deel 5 van Guus Kuijer

Naast deze grafische faux pas met de eerbiedshoofdletters vallen in de herziening nog twee grote ingrepen op, die aanzienlijk beter onderbouwd worden. Prediker is ineens een stuk vrouwvriendelijker geworden en het finale antwoord van Job op de goddelijke manipulaties van zijn lot is zelfs volkomen veranderd. Beide zijn – in de beste traditie van de NBV – goed te verdedigen. De belangrijkste gaat over de gelovige Job, die om zijn geloof te testen in het gelijknamige bijbelboek door God van alles wordt beroofd en met plagen wordt geslagen, zijn kinderen sterven en niet onterecht zegt zijn vrouw hem: ‘Waarom blijf je zo onberispelijk? Vervloek God toch en sterf.’ Een fascinerende serie dialogen met Jobs vrienden en God zelf volgt. Daarin vraagt de rechtschapen Job naar de reden voor al die straffen die hem treffen (‘de Ontzagwekkende heeft mij diep verbitterd’) en God staat er ongegeneerd op te scheppen over zijn almacht: ‘Waar was jij toen Ik de aarde grondvestte? Vertel het Me, als je zoveel weet… Heb jij ooit de morgen ontboden, de dageraad zijn plaats gewezen?’ – een goddelijke tirade die door de nieuw ingevoerde eerbiedshoofdletters trouwens ineens een stuk respectabeler oogt.

Lees ook: Wil de echte Maria Magdalena nu opstaan?

In de oude NBV buigt Job aan het einde zijn hoofd, met deze woorden aan God: ‘Eerder had ik slechts over u gehoord, maar nu heb ik u met eigen ogen aanschouwd. Daarom herroep ik mijn woorden en buig ik mij, zoals ik hier zit in het stof en het vuil.’ Maar in de NBV21 blijft Jobs hoofd recht en trekt hij niets terug van zijn eerdere klachten. Zijn woorden zijn daar anders: ‘Ik héb U horen spreken, en nu heb ik gezien wie U bent. Daarom zal ik verder zwijgen, nu vind ik troost voor mijn kommervol bestaan.’ Niks nederigheid, al is de discussie ook hier wel klaar. Het Hebreeuws laat de nieuwe vertaling toe. En zoals De Jong en Hoogerwerf benadrukken in hun toelichting: dit slot zonder spijt past ook veel beter bij ‘de standvastige Job die in de veertig voorgaande hoofdstukken steeds heeft volgehouden dat hij onschuldig is.’ Het is een moedige vertaalkeuze, waar de meeste andere vertalingen Job nog altijd in het stof laten bijten. Het wordt spannend wat hier volgende maand de herziening van de internationaal toonaangevende NSRV zal brengen, nu zegt Job daar nog verslagen ‘I despise myself and repent in dust and ashes’.

Klassieke vrouwvijandigheid

De andere radicale breuk ligt in een beruchte uitspraak van de prediker, als hij in het gelijknamige bijbelboek zijn zoektocht naar wijsheid evalueert: ‘En wat ik vind is altijd weer een vrouw die bitterder dan de dood is, die een valstrik is’, in de vertaling van de oude NBV. Hoppa, klassieke vrouwvijandigheid die ook wel elders in de bijbel te vinden is. Maar in de NBV21 slaat dezelfde prediker echt een andere toon aan: ‘Altijd weer hoor ik over een vrouw die bitterder zou zijn dan de dood’. En een paar verzen later wijst de prediker die vrouwonvriendelijke stelling expliciet af: ‘Maar ik zag dat nooit bevestigd’. Op het eerste gezicht lijkt het een simpele manipulatie van politiek correcte vertalers, maar wie zich verdiept in de wetenschappelijke literatuur over deze passage ziet dat er in de interpretatie van het Hebreeuws en vooral in de analyse van het betoog van de prediker méér dan genoeg ruimte is voor deze herziening. Ook op andere plekken keert het bijbelboek Prediker zich tégen de klassieke wijsheden van zijn tijd. Niet voor niets verzucht de auteur even verderop: ‘Wie heeft wijsheid? Wie kent de verklaring van de dingen?’.

Lees ook: Een recensie van het kinderboek Toen Jonas in de walvis zat, waarin het Oude Testament op rijm gezet wordt.

En zo wordt hier een geheel nieuwe, maar goed verdedigbare draai gegeven aan indrukwekkende boeken uit de bijbel. Ongetwijfeld zullen geschokte aanhangers van de oude interpretaties hun verontwaardiging gaan doorgeven aan het bijbelgenootschap. Maar dit boek is gelukkig niet alleen eigendom van christelijke en Joodse kerken, maar vormt een wereldliterair bezit van ieder mens. Ondanks de hoofdletters is de NBV21 de vertaling gebleven waar dat complexe boek recht op heeft. En ik kijk al weer uit naar de vólgende herziene versie.