Een wurgslang denkt niet vooruit

Dierenleven Een ‘Ikje’ over een wurgslang bleek een broodje-aapverhaal. heeft zelf een python. Zij vertelt hoe het wel zit.
Een koningspython.
Een koningspython. Foto Merlijn Doomernik

Een tamme wurgslang die soms bij zijn baasje in bed kruipt en zich dan tegen haar aan vleit. Een teken van affectie, denkt de eigenaresse. Welnee, helpt de dierenarts haar uit de droom: de slang strekt zich uit om te meten of hij al groot genoeg is om zijn baasje te kunnen inslikken.

Deze anekdote haalde vorige week de krant, als ‘Ikje’ op de Achterpagina. Mijn gezin vond het een geweldig verhaal. Wij hebben namelijk zelf een wurgslang: Monty de python.

Het is een prachtige koningspython van zo’n 1 meter 20 lang. Los rondlopen mag hij van ons niet – dan zou hij maar kwijtraken achter de boekenkast. Maar als je hem oppakt, kun je zo een half uur met hem op de bank zitten. Hij krult zich dan rond je onderarm en vleit zijn wang tegen je bovenarm, als een poes die kopjes geeft. Het vóelt dan alsof de python je liefkoost. Of zou onze Monty ons ook aan het opmeten zijn…?

Even googelen. Gelukkig: het ‘Ikje’ van vorige week blijkt een bekend broodje-aapverhaal te zijn. NRC had het ook ontdekt en had de schrijfster even gemaild. Zij had het verhaal via via gehoord, zei ze, en meende oprecht dat het waar was. Maar hoe zit dat dan precies?

Hinderlaag

„Het is inderdaad een broodje aap”, zegt Mátyás Bittenbinder, slangenonderzoeker bij Naturalis Biodiversity Center en de VU Amsterdam. „Ik heb het al vaker zien langskomen. Engelstalig, en dan iets uitgebreider. Maar dit verhaal kan op geen enkele manier kloppen.”

Ten eerste eten slangen geen mensen. Nou ja, er circuleren anekdotes, maar Bittenbinder denkt dat de echte gevallen op één hand te tellen zijn. „In Zuidoost-Azië leeft de netpython, de langste wurgslang op aarde”, vertelt hij. „Die kan acht à negen meter lang worden en eet kleine zwijnen en hertachtigen. In theorie zou die een kind kunnen opeten. Maar hoe vaak zoiets echt gebeurt…”

Lees ook: Een ratelslang is als een inparkerende auto

Slangen kunnen prooien opeten die groter zijn dan hun kop. Dat komt doordat de linker- en rechterhelft van de kaak niet met elkaar verbonden zijn, zoals bij ons. Daardoor is de bek extreem rekbaar – net als de rest van het lijf. „Maar als een slang een te grote prooi doorslikt, kan hij stikken”, zegt Bittenbinder. „Of hij kan zijn maag perforeren. Een slang zal te grote prooien dus proberen te vermijden.” Een gemiddelde thuis gehouden wurgslang, van hooguit twee meter lang, zal dus nooit een volwassen vrouw willen opeten.

Dan de vraag of een slang vooruit kan plannen. Houdt hij prooien echt in de gaten om ze in de toekomst te kunnen opeten?

„Daarvoor zijn nooit aanwijzingen gevonden”, zegt de bioloog. Reptielen hebben relatief simpele cognitieve vermogens en leven in het moment. Ze gaan wel in een hinderlaag liggen op plekken waar veel prooidieren langskomen, maar dat doen ze op basis van een geur die daar dan hangt. „Vooraf een plan trekken en dat dan later uitvoeren, dat zie ik niet snel gebeuren. En dan nog, hoe zou dat er in de natuur dan moeten uitzien? Dat de slang een nietsvermoedend everzwijn benadert en ernaast gaat liggen zonder dat ’ie dat doorheeft? Zo jaagt een slang niet. Die valt aan in een flits, vanuit een hinderlaag.”