Opinie

Een slecht werkende fiscus ondermijnt het vertrouwen in de staat

Toeslagenaffaire

Commentaar

De operatie om toeslagenouders te compenseren „verkeert in zwaar weer”, concludeerde Nationale Ombudsman Reinier van Zutphen maandag in een rapport. Wettelijk is vastgelegd dat gedupeerden binnen een jaar geholpen moeten worden. Eind september was die termijn in 5.700 gevallen verstreken. In de afhandeling van de affaire ziet Van Zutphen een verontrustende parallel met de affaire zelf. Vanaf 2004 kregen burgers te maken met een complex toeslagensysteem, voor onder meer kinderopvang. Tienduizenden burgers raakten hierin verstrikt, werden ten onrechte bestempeld als fraudeur, kregen te maken met een snoeihard terugvorderingsbeleid en stuitten op onverbiddelijke rechters.

Lees ook: ‘De bestuursrechter had eigenwijzer moeten zijn in de Toeslagenaffaire

Nu blijkt dat ook het herstellen van de schade moeizaam verloopt. De afdeling binnen de Belastingdienst die hiervoor verantwoordelijk is, de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (UHT), is onderbezet. Afwijzingen worden niet persoonlijk gemotiveerd, maar met standaardbrieven afgedaan. Burgers die wél schadevergoeding krijgen worden geconfronteerd met nieuwe problemen. Zij kunnen het geld gedurende drie jaar opgeven als ‘bijzonder vermogen’: gezinnen kunnen dan toch toeslagen blijven ontvangen, ook al staat er een groot bedrag op de rekening. Alleen: dit gaat niet automatisch, burgers moeten er zélf achteraan. Doen ze dit niet, dan zouden er nieuwe terugvorderingen kunnen komen. Je verzint het niet – en toch is het zo volgens de Nationale Ombudsman.

Kabinet en Tweede Kamer doen er goed aan om de signalen van de Nationale Ombudsman serieus te nemen. Bij een rapport in 2017 gebeurde dat niet, met als gevolg dat de Toeslagenaffaire nog jarenlang kon voortsudderen. Achteraf gezien blijkt dit een belangrijk euvel van de Nederlandse bestuurscultuur: dat de signalen dat er iets niet in de haak is er vaak wel degelijk zijn, maar onvoldoende of niet worden opgepikt door politici, ambtenaren en rechters. De drie Hoge Colleges van Staat (Nationale ombudsman, Raad van State, Algemene Rekenkamer) worden nog veel te vaak niet gehoord - en dat is onbegrijpelijk.

Lees ook: Het is vaak de waan van de dag, zeggen de controleurs van de overheid, de regering en de Tweede Kamer

Dinsdag bleek uit een ander, nog ongepubliceerd rapport, in handen van NRC, dat er bij de Belastingdienst een cultuur heerst die het voorkomen en melden van misstanden bemoeilijkt. Het onderzoek werd uitgevoerd door twee externe juristen, op verzoek van de Tweede Kamer. De conclusies zijn bikkelhard. Ambtenaren houden hun mond, uit vrees voor hun loopbaan. Medewerkers van de Belastingtelefoon die melding maken van evident schrijnende gevallen, krijgen te horen dat de wet moet worden nageleefd. In de top heerst een „vijandige sfeer” richting medewerkers die goed willen doen. Ondanks de Toeslagenaffaire ligt de nadruk nog steeds op „het zo soepel en ongestoord mogelijk uitvoeren van werkprocessen”.

De Belastingdienst is misschien wel de meest essentiële overheidsdienst die er is. Het innen van geld en de herverdeling ervan horen tot de kerntaken van de staat. Uit onderzoeken blijkt dat de bereidheid om belasting te betalen in Nederland doorgaans heel groot is, maar als de fiscus niet goed functioneert en klachten niet adequaat worden afgehandeld, ondermijnt dat het vertrouwen van de burger in de overheid. Elk kabinet, demissionair of niet, zou problemen zoals de Toeslagenaffaire met de grootst mogelijk urgentie ter hand moeten nemen, zelfs als dit betekent dat burgers meer schadevergoeding krijgen dan waar ze recht op hebben. Dat is dan de prijs die betaald moet worden voor jarenlang, ernstig wanbeleid.