‘Door contact met asielzoekers kantelde de sfeer in Oranje’

Documentaire Het felle verzet tegen de komst van een azc in het Drentse dorp Oranje was groot nieuws in 2015. Regisseur Sander Francken bleef het dorp bezoeken en zag het verzet tegen de nieuwkomers verdwijnen.

Een asielzoeker speelt gitaar in een lokaal café in de documentaire ‘Oranje - hoe een klein dorp groot in kan zijn’.
Een asielzoeker speelt gitaar in een lokaal café in de documentaire ‘Oranje - hoe een klein dorp groot in kan zijn’.

Oranje, een onbeduidend Drents dorpje aan een kanaal, dat eind 2015 opeens landelijk nieuws werd nadat bewoners bussen vol asielzoekers tegenhielden zodat ze het dorp niet in konden. Want 1.400 asielzoekers op zo’n 140 bewoners, dat vonden ze in Oranje te veel van het goede.

Oranje werd het toonbeeld van de Nederlandse omgang met de vluchtelingencrisis van 2015. De politiek werd overvallen door de komst van het hoge aantal vluchtelingen en dwong gemeenten om sporthallen, vakantieparken en leegstaande gebouwen vrij te maken voor de opvang van de duizenden asielzoekers. Op veel plekken in het land was verzet.

Het bekendste beeld van het verzet in Oranje was dat van een bewoonsters die hardhandig op de grond werd gesleurd, nadat ze voor de auto van staatssecretaris Klaas Dijkhoff (Asielzaken, VVD) ging staan. Gillend lag ze op de grond.

Lees ook onze reportage uit 2015: In Oranje ben je voor of tegen de asielzoekers

Regisseur en Gouden Kalf-winnaar Sander Francken bezocht Oranje nadat de nieuwscamera’s de interesse in het dorp hadden verloren. In drie jaar tijd reisde hij twintig keer af naar Drenthe en maakte de documentaire Oranje – hoe een klein dorp groot kan zijn. „Ik verwachtte dat er een groot intercultureel drama in het verschiet lag”, zegt Francken over de komst van de honderden vluchtelingen in de kleine Drentse gemeenschap. Maar het verhaal kreeg een verrassende wending.

De documentaire begint met de traagheid van het bestaan in het Drentse dorp. Lege akkers, stille straten, hier en daar een passerende auto. De bewoners vrezen dat de komst van de asielzoekers hun alledaagse leven zal veranderen: trager internet, een overvolle buurtbus en vooral drukte in het dorp. Maar na de komst van de eerste vluchtelingen worden de zorgen groter.

Zorgen over drugs

„Ze trekken lijntjes drugs op de biertafel”, zegt een bewoonster voor de camera van Francken. „Ik heb gehoord dat er om een de twee dagen een auto het terrein oprijdt die de drugs verkoopt”, vult een gemeenteraadslid haar aan. „Ze zouden telefoonkaartjes verkopen”, haalt de bewoonster de verklaring van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) aan. „Maar daar geloof ik niks van.”

Die weerstand kan regisseur Francken zich wel voorstellen. „Over het experiment Oranje is in Den Haag niet nagedacht”, zegt Francken. „Er zijn besluiten genomen zonder overleg met de bewoners en binnen enkele dagen kwamen bussen vol asielzoekers Oranje binnengereden en mochten ze het maar uitzoeken.” Een grote politieke fout, volgens Francken.

Ondertussen wachtten achter de slagbomen van een bungalowpark honderden asielzoekers op hun verblijfsvergunning. Onzeker, moe en vooral verveeld zijn ze. Ze mogen en kunnen bijna niks doen in het dorp. Francken filmt hoe violist Whalid toenadering probeert te zoeken tot de gemeenschap, door tijdens een kerkdienst in een boerenschuur Stille Nacht te spelen op zijn viool. Eerst is het stil, dan neuriën de mensen en aan het einde zingen ze in volle borst mee. In gebroken Engels bedankt Whalid de Drentenaren voor hun gastvrijheid.

Langzaamaan kentert de sfeer in Oranje. Het kantelpunt is volgens Francken een raadsvergadering in 2015 waarin besloten wordt dat er voor vijf jaar maximaal 600 asielzoekers in het dorp mogen wonen. „Er bleven mopperaars, maar toen waren de meeste bewoners bereid er het beste van te maken”, zegt Francken.

Exotische kruidenierswinkel

Eén bewoner deed extra zijn best voor de asielzoekers. Bloemenkweker Jan Voortman begon in zijn kassen een exotische kruidenierswinkel, die een ontmoetingsplek werd voor de azc-bewoners. „Vooral dankzij hem slaagde het experiment Oranje alsnog”, zegt Francken, die de film aan hem opdroeg. „Jan was een man die je na twee, drie keer praten het gevoel gaf dat hij je vriend was. Dat voelden de asielzoekers ook.”

Maar in 2017 kwam er een vroegtijdig einde van het azc. Tot teleurstelling van veel bewoners, blijkt uit de documentaire. Picknickende dames op hun opritten, dat was eigenlijk best gezellig. Na het vertrek van de asielzoekers deed de stilte weer haar intreden in het Drentse kanaaldorp, vertelden de bewoners zuchtend.

Ook nu is de documentaire nog actueel, zegt Francken. „Er is een grote angst bij Nederlanders voor asielzoekers, die deels begrijpelijk is. Maar aan de gebeurtenissen in Oranje kan je zien dat die angst uiteindelijk niet altijd terecht is.” Een belangrijke les die Oranje leert is volgens Francken dat „persoonlijke contacten de sfeer in positieve zin veranderen”. En dat is moeilijk als asielzoekers afgezonderd worden op een bungalowpark en niks anders mogen doen dan wachten, zegt Francken.

De documentaire ‘Oranje – hoe een klein dorp groot kan zijn’ is vanaf deze week te zien in de DNK-bioscoop in Assen. Het is nog niet duidelijk of de documentaire wordt uitgezonden op de televisie.