Recensie

Recensie Auto

De Toyota Highlander lijkt van schokbeton gemaakt, zo degelijk is-ie

Autotest vreest het oordeel van de SGP-vader in Barneveld over de Toyota Highlander.
Foto Merlijn Doomernik

De Toyota Highlander verkoopt zijn onbehouwenheid als vertederende ondeugd. Alles is uilskuikenachtig groot aan hem. In de Subaru-achtige neus hapt een grille bekkentrekkend breed naar frisse lucht. De wielen vullen niet kleinzerig de enorme wielkasten. Achter de luchthappers op de voorste hoeken zouden twee straaljagermotoren niet misstaan, terwijl dat ding met zijn trouwhartige hybride aandrijflijn niet harder loopt dan 180. Het contrast tussen zijn masculiene optreden en zachte inborst is totaal.

Binnen een knol van een automaatpook en gigantische stoelen, ook genadig voor de laatste sterveling die niet aan sport doet. Fier als koekoeksklokken staan de analoge wijzerplaten in een bonkig meterhuis. Bij de designafdeling mocht een rock-’n-rolljunkie zijn wildste muzikale fantasieën uitleven. Hij tekende een rechthoekige designgitaar in het dashboard. Check: het staande beeldscherm vormt de kast waarvan de boven- en onderranden samenkomen bij de hals, die gecamoufleerd als sierlijst doorloopt naar de rechtervoordeur.

No more boring cars, zwoer Toyota-baas Akio Toyoda toen hij publiekelijk werd aangesproken op het gebrek aan vibe bij de gemiddelde Toyota. Het was de vinger op de tere plek. Bij dit eerbare, gigantische bedrijf hadden betrouwbaarheid en, sinds de Prius, ecologische prestaties altijd voorrang op de schone of de eigenwijze lijn die het nu uitbaat met succesnummers als de C-HR en de nieuwe Yaris. Sindsdien staan rijplezier en vorm er iets hoger op de agenda. De vraag is of Japanse autobazen daar hetzelfde onder verstaan als bochtverslaafd en stijlbewust Europa, gezien het feit dat Toyota ook de laatste generatie Prius en de achtste generatie Camry als herauten van de ommezwaai aandroeg. Bijzonder is in elk geval de Prius zonder meer, maar wat de Europese koper ook in die wonderlijke brave borsten ziet, sprankelend design is het niet. Zo bezien moet je de Highlander wellicht opvatten als het uitsluitend in Japan begrepen antwoord op gewettigde kritiek. Misschien ziet Akio design gewoon als lekker gek doen.

Dit is een raar ding. Je raakt niet uitgekeken op de blaarachtige uitstulpingen die zich van de dorpels naar de achterste wielkasten opblazen tot een gigantisch abces. Misschien, wat weet ik ervan, draagt het reliëf bij aan de carrosseriestijfheid en is het dus wel degelijk een functioneel detail. Ik vrees nochtans het degelijke oordeel van de SGP-vader in Barneveld die hem op functionele gronden overwoog als ruim en relatief milieuvriendelijk vervoer voor zijn zevenkoppige gezin. Hij zag drie zitrijen en een keurige hybride aandrijflijn met een verbruik van 1 op 15, maar ook de blikken van de buren.

Aanvaardbare prestaties

Voor zoiets, maar dan minder controversieel, kan hij tegenwoordig ook bij Kia en Hyundai terecht, die met hun vorstelijke plug-in-suv’s gelikt onder Toyoda’s duiven schieten. In de VS rijdt de Highlander nog met een dikke V6 rond; hier moet hij zich behelpen met een elektrisch ondersteunde viercilinder die hem aan aanvaardbare prestaties helpt, maar de soevereiniteit mist van de zespitter die hem in Amerika tot dikke cruiser adelt.

Moet je hem daarom laten staan? Niet bij voorbaat, want de keus aan zevenzits crossovers is beperkt. Maar de Koreaanse opties zijn goedkoper, en je kunt ze anders dan de Highlander nog aan de laadpaal hangen ook. Waarmee natuurlijk niet is uitgesloten dat de Highlander op langere termijn alsnog de beste auto blijkt. Het is lang geleden dat autofabrikanten hun producten op degelijkheid aanprezen, maar deze lijkt van schokbeton gemaakt, zo degelijk voelt alles aan. Toyoda heeft zijn ingenieurs gezegd: „Er moet een designblaar op. Voor mijn part maak je een elektrische gitaar van de middenconsole. Maar maak hem net zo onverwoestbaar als we vroeger deden, toen we nog saai waren.”

Anderzijds, wat kan zo’n auto nu nog aan zijn kwaliteiten hebben? Als ze over tien jaar met terugwerkende kracht worden ontdekt en geprezen, is de hybride suv rijp voor het graf. Dan is een investering van minstens 60.000 euro in een Highlander best veel, als je weet dat je voor 5.000 meer de ook als zevenzitter leverbare en toekomstbestendige Tesla Model Y aanschaft. De testauto moet inclusief premium metallic lak meer dan 73 mille opbrengen. Hij is een interessante voetnoot bij Oscar Wildes typering van de cynicus als iemand die van alles wel de prijs, maar niet de waarde kende. De nieuwe cynicus ziet bij de Highlander de prijs een waarde liquideren waarvoor hij zonder energietransitie graag de prijs had neergeteld.