Reportage

Nomaden in Noord-Kenia voelen klimaatverandering aan den lijve

Biodiversiteit Nomaden als de Samburu in Noord-Kenia krijgen het steeds moeilijker - het ecosysteem kan hun groeiend aantal niet meer dragen. „We moeten minder kinderen maken.”

Vee in een dorp in Noord-Kenia. Het gebied wordt geteisterd door sprinkhaanplagen en steeds frequentere droogteperiodes.
Vee in een dorp in Noord-Kenia. Het gebied wordt geteisterd door sprinkhaanplagen en steeds frequentere droogteperiodes. Foto Fredrik Lerneryd/Getty Images

De weg naar Noord-Kenia leidt over een tunnel voor olifanten. Bij de afdaling maken de vruchtbare hooglanden plaats voor het begin van eindeloze vlaktes boomsavanne. Eindeloos? Wie goed kijkt, ziet steeds meer kralen, nederzettingen van nomadenvolkeren die als speldenknoppen op het land zijn geprikt. Door het bouwmateriaal van takken, klei en koeienstront springen ze niet meteen in het oog.

„De ruimte is uit ons leven verdwenen”, betreurt milieuactivist Daniel Letoiye, die behoort tot het nomadenvolk de Samburu in Archers Post, het eerste dorpje op de laagvlaktes. Net als in de begeerde landbouwgebieden in de hooglanden, leven ook in deze dorre streken steeds meer mensen, met steeds meer koeien, geiten en schapen, die steeds meer de ruimte innemen van de kuddes zebra’s, antilopen, spiesbokken, leeuwen en olifanten die hier ooit woonden.

Lees ook Biodiversiteitstop worstelt met vage doelen en beloften

De druk van de mens op de natuur staat deze week centraal in de grote VN-biodiversiteitsconferentie die in het Chinese Kunming wordt gehouden. Traditionele volkeren als de Saburu, die voor hun overleven direct afhankelijk zijn van de balans in ecosystemen, ondervinden de gevolgen van klimaatverandering aan den lijve. Ze zijn er ook mede debet aan, beseft Daniel. „Door de overbevolking van de mens en zijn vee veranderde het milieu ingrijpend. Het landschap kan de druk niet meer aan en plant- en dierensoorten verdwijnen. De aarde wordt schraler door erosie. Als we zo doorgaan erft de volgende generatie een woestijn”.

Zandhoos

Een zandhoos onttrekt een groepje kamelen aan het zicht, het landschap oogt grauwgrijs. Vrijwel ieder groen verdween uit de omgeving, de grond is zo droog als karton.

Eerst aten sinds eind 2019 zwermen sprinkhanen het land kaal. Toen die waren bestreden, sloeg de droogte weer toe. Tijdens droogteperiodes tonen de simultane crises van het klimaat en de biodiversiteit zich hier op hun wreedste wijze. In Noord-Kenia werd onlangs, wegens de aanhoudende droogte, de noodtoestand uitgeroepen; ruim twee miljoen burgers hebben er voedselhulp nodig. Steeds frequenter keren de droogteperiodes terug. Waar vroeger een mislukt regenseizoen eens in de vijf of zes jaar voorkwam, maakt Noord-Kenia nu voor de derde keer sinds de grote hongersnood van 2011 een bijtende droogteperiode mee.

Als we zo doorgaan erft de volgende generatie een woestijn

Afrika is demografisch het jongste continent ter wereld en dat legt overal op het continent een zware druk op de natuur. Oudere Kenianen kunnen weemoedig praten over de wildernis van vroeger. Ze koesteren een verlangen naar een landschap zonder hekken, naar woningen waar iedere bezoeker zonder kloppen welkom was. Nostalgisch vertellen ze over de kleine gemeenschappen van toen waarin de oude generatie de jongeren collectief moraal en respect voor de natuur bijbrachten. Kenia telde in 1973 ruim 12 miljoen inwoners, nu zijn dat er meer dan vijftig miljoen.

Na Archers Post waarschuwen door de zon verschoten verkeersborden voor overstekende olifanten. De verharde weg houdt op en de reis gaat verder op geribbelde wegen, daarna over zandpaadjes en vervolgens door droge rivierbeddingen naar de streek Nkaroni.

Het is er akelig stil. Geen blèrende geiten, geen balkende ezels, alleen het kreunende geluid van een enkele kameel. Voor het eerst sinds mensenheugenis verhuisden vrijwel alle bewoners en het vee naar een dichtbijgelegen bergplateau. Het leven beneden was onhoudbaar geworden. Daarboven is evenmin water, maar gelukkig nog wel wat gras.

Damspel

Enkele vermagerde oude mannen bleven achter. Gehurkt, lethargisch door de droogte, spelen ze een damspel. De vraag hoe het er hier over dertig jaar zal uitzien, zorgt voor een opleving van geestdrift. De mannen werpen hun armen in de lucht en grijpen naar hun hoofd. „Als de achteruitgang van ons land zo doorgaat, blijft er niets over voor onze kinderen”, zegt Lengawuo.

Samburu hebben altijd in een intieme relatie met de natuur geleefd. „Als kind waren we hier met neushoorns, giraffen, olifanten en antilopen”, gaat Lengawuo door. „Nu zijn er alleen nog wat zebra’s en struisvogels. De andere soorten zullen nooit meer terugkomen, want het gras is verdwenen”. Niet alleen bepaalde grassoorten maar ook planten en bomen werden geschiedenis. „Kunnen jullie je hier de ing’oroshi herinneren?”, vraagt zijn leeftijdsgenoot Lekalow, „de boom waar we onze kalebassen van maakten om het vee te drenken? Alleen aan de andere kant van de berg groeien er nog een paar”.

Met het kappen van die boom, de ing’oroshi, kwam een kettingreactie op gang die de kringloop van de natuur in de regio verstoorde.

De ing’oroshi (Erythrina abyssinica) met zijn breed gespreide takken beschermde als een paraplu de grond tegen de verzengende zonnestralen. Er nestelden vogels in de boom en in de schaduw eronder groeide altijd gras. Sinds de boom verdween, kregen zaden van acacia’s hun kans op de gebarsten aarde en er ontstond een monocultuur van uitsluitend deze bomen. Ook verdween de laria (roodsnavelossenpikker), een vogel die de teken van het vee opeet. Van de grévyzebra, eens wijd verspreid in Noord-Kenia en de Hoorn van Afrika, zijn er nog maar een geschatte tweeduizend over.

Houtvuur

„Ieder levend wezen heeft zijn rechten in onze cultuur”, vertelt Lekalow. „Willen we een tak kappen voor houtvuur, dan vragen we eerst God om toestemming en vervolgens zingen we een lied voor de boom. Maar we zijn nu met te veel mensen en onze tradities raken daardoor in de verdrukking. We zijn in een wedloop beland voor overleving”.

In die strijd om zelfbehoud ontstaan er steeds vaker gewapende conflicten tussen veehoeders onderling en met boeren, zoals in het aangrenzende district Laikipia waar recentelijk bij botsingen naar schatting enige tientallen doden vielen.

Is er nog een kans voor het ecosysteem en de bewoners van Nkaroni? Een uitweg voor de vele uitdagingen was de introductie van onderwijs. Samburu gaan sinds eind vorige eeuw massaal naar school en de opgeleide jonge generatie zoekt naar andere inkomsten, naast hun vee. David Lamaba, bijvoorbeeld, verruilde zijn koeien voor bijen. „Koeien gaan dood tijdens droogte, maar bijen niet”, lacht hij. „Mijn vader voorzag al dat we moesten veranderen en bouwde door het verzamelen van honing reserves op tijdens droogte.” Andere Samburu zetten beschermde natuurgebieden op om toeristen aan te trekken – in coronatijden verre van eenvoudig.

In de duisternis trekt die avond vrijwel geruisloos een kudde olifanten voorbij. Ze doen dat tegenwoordig alleen nog 's nachts, om mensen te mijden. „Voor olifanten is steeds minder plaats. De generatie van mijn vader had kunnen weten dat ze de wereld voor mens en dier kapot maakt”, klaagt de jonge krijger Lepusikie die zijn huis van koeienstront is uitgekomen om de dieren gade te slaan.

Samburu groeiden op als gemeenschapsmensen, als vijf vingers aan één hand. Talrijkheid betekende: meer overlevingskansen. De ouderen van Nkaroni kregen gemiddeld meer dan tien kinderen, iedere man had tenminste twee echtgenotes. Maar die beschermende tradities werken niet langer als de hoeveelheid mensen de natuur teveel belast. „Niemand mag zich meer achter de oude tradities van de gemeenschap verschuilen en zeggen dat hij veel kinderen wil omdat iedere Samburu nou eenmaal veel kinderen heeft”, zegt Lepusikie. „Onze allergrootste uitdaging is, te veranderen van het collectieve naar het individuele. Voortaan moet iedereen afzonderlijk zijn bijdrage leveren, bijvoorbeeld door minder kinderen te maken”.

Lees ook dit stuk over de achteruitgang van soortenrijkdom