Opinie

D66 moet via de Eerste Kamer de nieuwe coalitie naar links trekken

Politiek D66 is een systeempartij geworden, cruciaal voor het landsbestuur, schrijven en . Toch kan het vernieuwen.
De tijdelijke huisvesting van de Eerste Kamer aan de Kazernestraat en het Lange Voorhout.
De tijdelijke huisvesting van de Eerste Kamer aan de Kazernestraat en het Lange Voorhout. Foto Marco de Swart / ANP

Toen D66 deze donderdag 55 jaar geleden werd opgericht, was het een vreemde eend in de bijt. Hans van Mierlo en zijn medeoprichters wilden het bestaande politieke bestel doen ontploffen, waarna de partij zich zou opheffen. Nog belangrijker was wat ze vooral niet wilden: een klassieke massapartij zijn, die, behoedzaam manoeuvrerend, haar invloed zou doen gelden in de ondoorzichtige instituties van politiek Den Haag. Twee dagen voor de Tweede Kamerverkiezingen van 1967, de eerste waar de partij aan meedeed, stond lijsttrekker Van Mierlo met een paginagrote advertentie in de krant: „Ons politiek bestel is ziek en moe. Het schippert. Weifelt. Zeurt. Wat kunnen wij doen om het te herscheppen – weer fair en vitaal te maken?”

De partij was in de beginjaren wat politicologen een challenger party noemen: een partij die géén regeringsverantwoordelijkheid heeft gedragen, die nieuwe thema’s introduceert die niet goed passen in het links-rechtsschema, en die anti-establishmentretoriek niet schuwt.

Dit sluit goed aan bij het vroege D66. Door de nadruk op democratische vernieuwing introduceerde D66 een nieuw thema waar de gevestigde partijen niet aan wilden. En hoewel de challenger parties van vandaag rauwe retoriek hanteren over politieke elites, vond het D66 van toen dat „het regentendom” (dixit Van Mierlo) zich niet openstelde voor inspraak van gewone mensen.

Constructieve rol

In de afgelopen 55 jaar ontwikkelde D66 zich tot een partij die ook binnen het politieke systeem een rol voor zichzelf vond. De Democraten namen deel aan het landsbestuur in zeven kabinetten. De afgelopen tien jaar was een werkbare coalitie in Den Haag zonder constructieve rol voor D66, hetzij in kabinet, hetzij in oppositie, zelfs ondenkbaar. Met deze ontwikkeling verloor de partij haast onvermijdelijk het revolutionaire elan uit de beginjaren.

Anno 2021 is de partij het beste te beschrijven als ‘systeempartij’, die niet langer het systeem wil opblazen, maar zijn doelen binnen het politieke systeem probeert te realiseren. Door een rol te nemen in het besturen van het land en bondgenootschappen aan te gaan met wisselende partijen, zowel binnen als buiten kabinetten. Dit helpt ook het recente besluit te begrijpen om alsnog inhoudelijke coalitieonderhandelingen te starten.

Lees ook: Eindelijk een echte opvolger van Hans van Mierlo

De verkiezingsuitslag van maart 2021 laat zien dat deze transformatie goed kan uitpakken. Er is ontegenzeggelijk ruimte voor een progressieve, sociaal-liberale partij, die een rol voor Nederland ziet weggelegd op het internationale toneel en de noodzaak voelt om klimaatverandering aan te pakken.

De positie van D66 in het politieke landschap in het midden tussen aan de ene kant de linkse partijen GroenLinks en PvdA én aan de andere kant de centrum-rechtse partijen CDA en VVD is een unieke. D66 kan vanuit deze plek coalities maken of breken. Als het deze positie duurzaam wil behouden, moet de partij aan de slag. Regeren als tweede partij is linke soep. En PvdA en GroenLinks, maar ook Volt, slijpen de messen in wat het zich laat aanzien als de nieuwe oppositie.

Sleutelpositie

In de eerste plaats betekent dat: meer zelfbewustzijn dan de partij in voorgaande kabinetten heeft tentoongespreid. D66’ers zullen zich moeten realiseren dat CDA en VVD hen meer nodig hebben dan vice versa. Dit uit zich het duidelijkst in de Eerste Kamer, waar VVD, D66, CDA en CU een minderheid vormen. De meest logische partijen om hiervan een meerderheid te maken zijn PvdA en GroenLinks. Dat betekent dat het inhoudelijke zwaartepunt van een nieuw kabinet, waar dat eventuele aanpassingen zal moeten doen voor een meerderheid, naar D66 zal schuiven. Door deze sleutelpositie te benutten kan de partij veel van zijn ideeën in de praktijk brengen.

Lees ook: Tijd voor een liberalisme dat de aanval kiest

In de tweede plaats, en nog belangrijker, moet de partij aan de slag met constante zelfvernieuwing. Als D66 daadwerkelijk gaat regeren, is dat voor de partij de tweede kabinetsperiode, ná ook al een periode van regeringsverantwoordelijkheid als ‘constructieve oppositie’ onder Rutte II. Medeverantwoordelijkheid dragen voor beleid kan een partij ideologisch uithollen. Die uitholling voorkomen moet – naast politieke resultaten boeken – prioriteit zijn voor Sigrid Kaag.

In de 55 jaar dat D66 bestaat liep regeren vaak uit op halveren. Bij de afgelopen verkiezingen is met die wet gebroken. Om die breuk definitief te maken, moet de partij aan het werk.