Recensie

Recensie

Brasserie Jules oogt modern, met knipoog naar Frankrijk

Foto Camiel Mudde

Jules, het nieuwe restaurant in het Beursgebouw, is niet genoemd naar Jules Deelder. De ober helpt ons uit de droom. „De zaak heet Jules by Pierre”, legt hij uit, en Pierre is de Franse brasserie in de Pannekoekstraat waarover ik eerder gematigd enthousiast was.

De ober vertrouwt ons toe dat Jules hoger mikt dan Pierre, niet alleen wat betreft de menukaart, maar ook qua inrichting. We horen dat de eigenaren een miljoen euro hebben gestoken in de verbouwing, die zichtbaar met gevoel voor smaak is aangepakt: een fraaie houten wand, een marmeren bar, marmeren tafels, stoelen met ribfluwelen zitting en gezellige lampjes op tafel.

We zitten boven en kijken uit op de Coolsingel. In de gelambriseerde wand aan de andere zijde zijn vensters aangebracht met gordijntjes op halve hoogte, maar in plaats van een door linden omzoomd Frans dorpsplein zien we de hal van het WTC. Daar gebeurt op woensdagavond niets. In het in augustus geopende restaurant is het ook opvallend rustig.

Het is hollen of stilstaan, parafraseer ik de ober die probeert ons gezellige lampje aan te doen, wat niet lukt. „Iemand heeft het vanochtend op bouwlampsterkte gezet”, zegt hij. „Ja, dan is de accu binnen een paar uur leeg.”

De zaak is open van acht uur ’s ochtends tot middernacht (straks, als het weer mag, misschien tot later). Je kunt er ontbijten, lunchen en dineren en dat op elk gewenst moment van de dag. De dinerkaart is redelijk uitgebreid, met burgers, risotto’s en pasta’s en grillgerechten. Ze richten zich niet per se op de Franse keuken, we zien ook Spaanse en Italiaanse invloeden.

Als voorgerecht valt onze keuze op de terrine van eendenlever met pata negra en kweepeergelei (14 euro) en buikspek & coquille met crème van doperwt en truffelvinaigrette (15 euro). De terrine komt met drie getoaste sneden briochebrood. De eendenlever blijft goed overeind bij de pata negra, oordeelt mijn vrouw. Op mijn bord liggen dobbelstenen van buikspek en aan beide zijden goudbruin gebakken coquilles overdekt door een toefje zilte groenten. Ook hier levert de combinatie een lekker mondgevoel op: het stevige spek met de net-gare ziltige schelpdieren.

Mijn vrouw kiest de rib-eye van de grill (180 gram, 21 euro) met béarnaisesaus, frites en ‘Jules-salade’. Ze wil het vlees zo rood mogelijk vanbinnen, aan beide kanten even dichtgeschroeid. Ik ben benieuwd hoe hier de octopus (pulpo, 24 euro) wordt bereid. Hij wordt geserveerd met polenta, geroosterde paprikacrème, antiboise en mediterrane groenten.

Die pulpo van mij wordt opgediend op een volgeladen bord met partjes gele tomaat en babycourgette en een bedje van polenta. Het ziet er wat rommelig uit, aanvallen lijkt hier de beste strategie. Op het bord van mijn vrouw ligt een mooi stukje vlees, de saus zit in een kommetje. De béarnaise is wat hoog op zuur, het vlees iets meer rosé dan bedoeld – al wordt vanaf de andere kant van ons tafeltje goedkeurend geknikt.

Ik kan ook niet anders dan tevreden zijn over de octopus. Als je even niet oplet, kan zo’n tentakel wel eens taai of rubberachtig uitvallen, maar in de keuken van Jules letten ze wel degelijk op. De smaak is voortreffelijk. De polenta laat ik grotendeels ongemoeid, niet omdat die niet goed zou zijn, maar omdat ik de frietjes mag van mijn vrouw die om mysterieuze redenen niet van patat houdt.

Eerlijk gezegd valt mijn dessert ondanks de grappige naam Sunny side up (7 euro) daarna tegen. Het ziet er inderdaad uit als een spiegelei met dubbele dooier. De kaart spreekt van ‘crème brûlée van chocolade, crème anglaise, dooier van advocaat’, maar de gelijkenis met crème brûlée is ver te zoeken. Geen aangeschroeid, knapperig korstje, maar een laagje dunne room waaronder een chocoladecake-achtige. Het was een geinig idee.

is culinair recensent en journalist.