(Bijna) natuurlijke oase midden in het stadse geraas

Parkzicht In de tuin in de voormalige Staalhof is niets wat het lijkt, schrijftWim Pijbes. Tussen hosta’s en mahoniestruiken is het gras nep en zijn de bloemen van metaal.

Foto Roger Cremers

Waar ooit stalen wollen stoffen werden gekeurd, op de plek waar Rembrandts staalmeesters kantoor hielden en zich lieten vereeuwigen in een levendig groepsportret (dat, als je het mij vraagt, beter is gelukt dan de Nachtwacht), op die plek bevind ik mij. Ik ben in de voormalige Staalhof, hartje Amsterdam. In een van de oudere gedeelten van de stad waar de ruimte schaars, de panden kleiner en de straten smaller zijn dan elders in de stad.

Achter de Staalhof bevindt zich sinds 2012 een kleine tuin, ontworpen door de Franse landschapsontwerper Corinne Detroyat en kunstenaar Claude Pasquer. Op het eerste gezicht lijkt er niets aan de hand. Maar dan. Het gras is niet echt, de bloemen zijn van metaal, en toch voelt het geheel aan als een natuurlijke oase te midden van het stadse geraas. De opdrachtgever is Renny Ramakers, mede-oprichter van Droog, een initiatief dat in alles wat het de afgelopen decennia was tegelijk ook het tegenovergestelde bleek te zijn, of het zich nu als collectief, kunststroming, designlabel of manifest voordeed. Telkens opnieuw bleek Droog niets van dat alles en alles tegelijk, maar nooit op hetzelfde moment en zeker niet voor de lange duur. Dat u het weet. En deze prettige paradox is door het Franse duo op artistieke wijze doorgevoerd in de tuin. De geschiedenis leert dat kunstenaars ons altijd hebben leren kijken naar de natuur. Begrippen als schilderachtig of pittoresk verwijzen rechtstreeks naar de beeldende kunst en dat geldt ook hier in deze stadstuin. Al noemen we de hedendaagse variant van pittoresk tegenwoordig eerder instagrammabledenk ik, terwijl ik zie hoe een Japans stelletje giechelend een selfie neemt.

Foto Roger Cremers

In deze tuin levert de ongewone combinatie artificieel en natuurlijk een geheel nieuw, enigszins vervreemdend beeld op. En tussen de in ons land gangbare hosta’s ontwaar ik de uitzonderlijke, strak symmetrische takken van de mahoniestruik en prachtige roze gekleurde bladstengels van het Nieuw-Zeelandse vlas. Alledaagse verschijningen afgewisseld met kleurrijke exoten.

Ook hier loopt de zomer op zijn einde en lonkt in de hoek van de tuin een reusachtige paddenstoel waarin de bezoeker plaats kan nemen om zich af te zonderen van de rest van de wereld. Deze champicabane, een element dat Corinne Detroyat in meer van haar tuinontwerpen toepaste, is een soort folly, een architectonische toevoeging met in dit geval een vrolijke knipoog. Deze reuzenchampignon is van een ontwapenende naïviteit en voert mij terug naar mijn jeugd, naar een tijd van onbevangenheid, de leeftijd waarop alles in de natuur nog mooi, lief en onschuldig lijkt. Maar natuur als onbedorven sprookjeshof bestaat al lang niet meer. De onuitputtelijke paradijselijke natuur die ons eeuwig, altijd en overal tot onze dienst staat, wordt ernstig bedreigd en onze relatie met de aarde is meer dan ooit verstoord. En wederom zijn het kunstenaars die ons dit pijnlijk doen beseffen. In de Staalhof tonen twintig internationale kunstenaars momenteel hun visie op de klimaatcrisis, de slinkende biodiversiteit en de uitputting van moeder aarde. Op de tentoonstelling loop ik tussen onheilspellend smeltende ijskappen en sta stil bij een dystopisch beeld van New York dat in een verre toekomst weer teruggenomen wordt door de natuur. Prachtige kunstwerken die een wereld laten zien zoals we die niet kennen. De boodschap is urgenter dan ooit en de vertrouwde onschuld van de tuin uit mijn jeugd voelt ineens heel ver weg.