Tuschinski: 100 jaar ‘het grootste van het grootste’

100 jaar Tuschinski Theater Abraham Tuschinski opende 28 oktober 1921 zijn barokke theater in Amsterdam – een mix van art deco, Amsterdamse school en oosterse versierselen. Dit jaar werd het uitgeroepen tot mooiste filmtheater van de wereld.

Zaal in Theater Tuschinski Amsterdam
Zaal in Theater Tuschinski Amsterdam Foto Olivier Middendorp

Abraham Tuschinski was eigenlijk van plan naar Amerika te emigreren – net als de talloze andere Pools-joodse landverhuizers die hem al vóór waren gegaan. Weg van de Russische overheersing, weg van de schrale armoede, op naar land van de ongekende mogelijkheden. Maar het liep anders. Toen hij in 1904 na een lange treinreis in Rotterdam was gearriveerd, moest hij daar wachten tot het stoomschip de Rijndam van de Holland Amerika Lijn naar New York zou vertrekken. In die tussentijd ontdekte de achttien-jarige Tuschinski echter een gat in de markt. Het wemelde in Rotterdam weliswaar van de emigrantenpensions, maar die werden veelal gerund door sjacheraars of lieden die christelijke liefdadigheid bedreven. Met de joodse wetten en voorschriften hielden ze geen rekening. En dus zag de hij zijn kans schoon. In de Rotterdamse binnenstad opende hij het logement Hotel Polski, dat al snel uitgroeide tot een lucratieve nering.

Lees ook: De vijf fraaiste bioscopen van Nederland

Waarom hij vervolgens zijn heil zocht in het bioscoopbedrijf, is nooit helemaal duidelijk geworden. Hij was in elk geval niet de eerste. Rotterdam beschikte in het begin van de twintigste eeuw al over diverse bioscoopjes, maar die waren veelal gevestigd in armetierige pandjes met een bedompte zaal en wrakke klapstoeltjes. Daar draaiden vooral korte filmpjes van landschappen, het uitzicht tijdens treinreizen, volle straten, goocheltrucs, dansjes en nagespeelde mopjes. Veel exploitanten zagen het nieuwe medium film dan ook als een verschijnsel van voorbijgaande aard, waarop het publiek vast en zeker gauw weer uitgekeken zou zijn. Daar hoorden geen dure gebouwen met een luxueus interieur bij.

Op de film zou het publiek vast snel zijn uitgekeken, dachten velen

Abraham Tuschinski behoorde echter tot een voorhoede die meer mogelijkheden zag – vooral toen steeds meer bedrijven brood zagen in het maken van langere films die een compleet verhaal ter lengte van een toneelstuk in beeld brachten. Met echte toneelspelers en levende muziek die in dit geluidloze tijdperk het gemis aan dialogen goed maakte. Die ontwikkeling bracht hem tot de formule die hij vervolgens zijn leven lang overal in de praktijk zou brengen: een geheel verzorgd avondje-uit met een hoofdfilm, een paar korte filmpjes, enkele muzikale intermezzi en soms zelfs een variété-optreden.

‘Het grootste van het grootste’

En zo opende hij op 31 juli 1911 de deuren van een verbouwd zeemanskerkje aan de Coolvest, dat de naam Theater Thalia kreeg en zijn eerste bioscoop werd. De theaterzaal vertoonde nog niet de grandeur van de latere cinema, maar in Tuschinski’s opdracht stonden er wel gipsen borstbeelden van koningin Wilhelmina en prins Hendrik aan weerszijden van het filmdoek – opdat de bezoekers ervan doordrongen zouden zijn dat men zich hier in ieder opzicht op het hoogste niveau bevond. Toen hij later de Nederlandse taal enigszins onder de knie had gekregen, verklaarde hij menigmaal het publiek nooit iets anders te zullen voorzetten dan ‘het grootste van het grootste’.

De bioscoop in 1966
zwart-wit foto’s uit besproken boek
Herman Gerschtanowitz, Abraham Tuschinski en Hermann Ehrlich
Bij optreden van chansonnier en acteur Maurice Chevalier in 1932
Boven: De bioscoop in 1966. Links: Herman Gerschtanowitz, Abraham Tuschinski en Hermann Ehrlich. Rechts: Bij optreden van chansonnier en acteur Maurice Chevalier in 1932.
Zwart-wit foto’s uit besproken boek

In tien jaar tijd bouwde Tuschinski een concern met vier filmtheaters op: Thalia, Scala, Olympia en Cinema Royal, allemaal in Rotterdam. Maar hij moest en zou ook in de hoofdstad een theater bouwen. Dat werd de kroon op zijn werk – en niet voor niets het enige waarvan de gevel zijn eigen naam zou dragen. Theater Tuschinski in de Reguliersbreestraat in Amsterdam werd geopend op 28 oktober 1921 en bestaat binnenkort dus honderd jaar. Het verrees, geheel volgens Tuschinski’s dwingende aanwijzingen, in een romantische ratjetoestijl waarin van art deco, Amsterdamse school en oosterse versierselen op wonderbaarlijke wijze samengingen. Noem het Tuschinski-barok.

Abraham Tuschinski werd in 1942 vermoord in Auschwitz. Al eerder waren de vier Rotterdamse bioscopen in de as gelegd tijdens het bombardement op Rotterdam. Na de oorlog stond alleen het beroemde Amsterdamse theater nog overeind – in volle glorie. Het werd begin dit jaar door het Engelse uitgaansblad Time-Out uitgeroepen tot het mooiste filmtheater van de wereld. Of, zoals hij zelf gezegd zou hebben: het grootste van het grootste.

Boek: Theater Tuschinki 100 jaar. Met teksten van Robbert Blokland e.a., fotografie: Renske Derkx. Uitgeverij Kyosei, 2021.
Na de restauratie van de Tuschinski-bioscoop, door architect Kees Doornbal
Foto: Patrick Post/HH
Wandschildertekening Pieter den Besten
Foto Patrick Post/HH
Links: Na de restauratie van de Tuschinski-bioscoop, door architect Kees Doornbal. Rechts: Wandschildertekening Pieter den Besten.
Foto’s Patrick Post/HH

100 jaar Tuschinski

5 ijkpunten

Wurlitzer-bioscooporgel

Foto Renske Derkx

Bioscoopentrepreneur Abraham Tuschinski keek goed naar wat zijn concurrenten deden. Hadden die een bioscooporkest? Dan wilde hij dat ook. Zo kocht hij orkestleider, dirigent, violist en arrangeur Max Tak weg bij Cinema Palace in de nabijgelegen Kalverstraat. En omdat hij zo dol was op de klank van het Wurlitzer-bioscooporgel, nam hij er ook eentje. Die staat nog steeds in de grote zaal, en werd ter gelegenheid van het negentigjarige bestaan van Theater Tuschinski geheel gerenoveerd. Op gezette tijden is het orgel, inclusief allerlei toeters en bellen, nog te horen. Dat is een unieke ervaring.

Lees ook: Orgel Tuschinski galmt weer

Tuschinski Is Verkocht Of Liever Ingepikt

Op 31 augustus 1940, de verjaardag van koningin Wilhelmina, hangen er uit Tuschinski Britse en Nederlandse vlaggen. Zeer tegen het zere been van de Duitse bezetter, die het filmtheater van de Poolse jood Tuschinski vorderen en herdopen tot Tivoli. In de volksmond staat Tivoli al snel voor Tuschinski Is Verkocht Of Liever Ingepikt. Tuschinski wordt in 1942 gearresteerd en op transport gezet. Via Westerbork komt hij in Auschwitz, waar hij op 16 september 1942 vergast wordt. Na de bevrijding krijgt het theater zijn oorspronkelijke naam, een in 1949 geplaatste plaquette herinnert aan Tuschinski en zijn twee andere joodse zakenpartners, Ehrlich en Gerschtanowitz.

Galapremière Soldaat van Oranje

Foto Bert Verhoeff

Gekleed in rokkostuum en zittend op ronkende oude motoren komen acteurs Jeroen Krabbé en Rutger Hauer de Reguliersbreestraat ingereden. Het is de wereldpremière van Soldaat van Oranje (1977), Paul Verhoevens epos naar de oorlogsmemoires van Erik Hazelhoff Roelfzema. Aanwezig zijn koningin Juliana en prins Bernhardt, Beatrix en Margriet en hun echtgenoten. Het is voor het eerst dat de koninklijke familie bij een première aanwezig is. Speciaal voor hen wordt achter zaal 1 de viplounge gebouwd, die nog steeds dienst doet als ontvangstruimte bij de vele galapremières die Tuschinski tot op de dag van vandaag houdt. Afgelopen dinsdag nog Benedetta, van Paul Verhoeven.

Dood Simon van Collem

In de viplounge die in 1977 wordt gebouwd voor de koninklijke familie gebeurt twaalf jaar later iets tragisch. Na de première van de James Bondfilm Licence to Kill zakt de bekende tv-presentator Simon van Collem, bekend van het populaire filmprogramma Simonskoop, in elkaar. Reanimatie mag niet meer baten, hij sterft in het harnas aan een hartaanval. Die middag had hij Timothy Dalton, de toenmalige 007, nog geïnterviewd in de tuin van het Amstel Hotel. Als eerbetoon aan de plotseling overleden Van Collem wordt het uitgezonden in een speciale uitzending van Simonskoop, ingeleid door Jeroen Krabbé.

Weekend of Terror

WC-papier vliegt door de zaal of wordt vanaf de balkons als serpentines over de hoofden van het publiek uitgestrooid, evenals confetti. Aan het eind van de nacht hangen ook de fraaie ornamenten vol wc-papier. Ook dit is Tuschinski. Het behoorde tot de folklore van het Weekend of Terror (later Night of Terror): nachtvoorstellingen – van twaalf uur ‘s avonds tot in de vroege uurtjes – met vier horrorfilms voor een uitzinnig, vaak behoorlijk aangeschoten horrorpubliek. Theater Tuschinski huisvestte de voorloper van het Imagine Filmfestival twintig jaar, tussen 1987 en 2007. Showman Abraham Tuschinski zou er van genoten hebben.