Reportage

Hongerwinter op de Veluwe: ‘Ik denk dat klimaatverandering ermee te maken heeft’

Natuur Na een uitzonderlijk lange periode met veel eikels en beukennootjes, is er dit jaar ineens een stuk minder voedsel op de Veluwe.

Gerrit-Jan Spek op de Veluwe. Links de afrastering die zwijnen tegenhoudt. Aan de voorkant is de bodem met groen bedekt, erachter is alles weggegeten.
Gerrit-Jan Spek op de Veluwe. Links de afrastering die zwijnen tegenhoudt. Aan de voorkant is de bodem met groen bedekt, erachter is alles weggegeten. Foto’s Bram Petraeus

Hongersnood zal er het komend jaar op de Veluwe voor zorgen „dat populaties crashen”, zegt Gerrit-Jan Spek, coördinator grof wild bij de Vereniging Wildbeheer Veluwe. „Om te beginnen onder de wilde zwijnen. Maar ook onder muizen, houtduiven, gaaien, vinken, eenden.”

Vanuit zijn in het groen gelegen huis in Vaassen lopen we zo de Veluwse bossen in. Even later staan we tussen de beuken en eiken. De eiken (de zomereik en de Amerikaanse eik) dragen maar weinig eikels, blijkt uit een eerste inventarisatie. Van de beuken dragen veel weliswaar beukennootjes, maar de meeste die tot nu toe zijn gevallen blijken loos. Er zit geen vruchtvlees in. Terwijl de eikels en beukennootjes een belangrijke voedselbron zijn voor allerlei diersoorten.

De schaarste tekent het eind van een uitzonderlijk rijke periode, schreef Spek vorige week op de site Nature Today. Sinds 2013 gaven beuk en eik op de Veluwe jaar in jaar uit juist veel vruchten af. Dat is opmerkelijk, want normaal wisselen rijke en arme jaren elkaar veel meer af.

Terwijl hij een beukennootje van de grond raapt zegt Spek dat hij zich niet kan heugen eerder zo’n lange vruchtbare periode te hebben meegemaakt. „Ik denk dat klimaatverandering ermee te maken heeft”, zegt hij, terwijl hij het beukennootje met een mesje probeert open te wrikken. De bloei van de beuk wordt aangezet door een periode van zeker veertien dagen zonder regen, en een temperatuur van zo’n dertig graden. Zo’n periode was er de afgelopen acht jaar steeds. Dit jaar waren er in de lente en de zomer weliswaar warme periodes, maar het was ook relatief nat.

Op de Veluwe blijkt 60 procent van de beuken niet te hebben gebloeid. Bij de beuken die dat wel hebben gedaan, zit ongeveer de helft vol met bolsters, het omhulsel waarin het beukennootje groeit. De andere helft draagt maar een beperkt aantal bolsters. Op basis daarvan heeft Spek berekend dat er op de Veluwe ongeveer 420.000 kilo aan beukennootjes moet vallen, twee tot vijf keer minder dan in de afgelopen jaren.

Maar misschien moet dat cijfer nog verder naar beneden bijgesteld worden. Want Spek is er bij zijn berekening van uitgegaan dat de bolsters beukennootjes mét vruchtvlees bevatten. Maar dat blijkt bij de tot nog toe gevallen exemplaren zelden het geval. Er zit helemaal geen vruchtvlees in. „Kijk, zoals bij deze”, zegt hij als hij het nootje in zijn hand heeft opengewrikt. „Of dit zo blijft, moet blijken. Misschien is het voor de goede noten nog te vroeg.”

Allerlei diersoorten hebben de afgelopen jaren geprofiteerd van de overvloed aan beukennootjes en eikels. Spek schat dat de voorjaarspopulatie wilde zwijnen in die tijd is verdubbeld naar zo’n 5.000 individuen. „Die krijgen nog eens circa 7.500 biggen, dus tel maar op.” Jagers zijn de afgelopen jaren steeds meer wilde zwijnen gaan afschieten, om de populaties in bedwang te houden. De afgelopen maanden waren het er 5.000, een record.

Omgebulldozerd

Maar het is niet genoeg, zegt Spek. Voor de Veluwe geldt een doelstand van maximaal 1.350 individuen. De gevolgen zijn op deze plek in het bos goed te zien. De grond tussen de bomen lijkt wel omgebulldozerd. Hele boomwortels zijn uitgewroet en liggen bloot.

Spek wil ook nog een andere plek laten zien. We lopen een paar minuten tot we bij een afrastering komen. Aan onze kant kunnen de wilde zwijnen wel komen, aan de andere kant niet. Het verschil springt meteen in het oog. De andere kant is groen. Er staan bramenstruiken tot borsthoogte, met vruchten. „En daar, framboos. En paardebloemen, zevenblad, weegbree. Maar wat zie je aan onze kant?”, vraagt Spek. Het bruin van de bodem overweegt. Er groeit weinig. Hier en daar staat een bramenscheut, maar die zijn niet hoger dan een paar centimeter. „De wilde zwijnen eten alles weg, tot strak aan het hek.”

De afrastering die zwijnen tegenhoudt. Aan de voorkant is de bodem met groen bedekt, erachter is alles weggegeten. Foto Bram Petraeus

Spek zegt dat er na acht voedselrijke jaren gewoon te veel wilde zwijnen zijn voor de Veluwe. Ze zetten veel andere soorten onder zware druk. Hij vindt het daarom niet per se erg dat de populaties zullen instorten. „Je kunt het ook een correctie van de natuur noemen.”

Het slechte jaar zal trouwens ook indirect gevolgen hebben. Dat muizen het moeilijk krijgen, vertaalt zich in voedselarmoede voor de jongen van bijvoorbeeld boommarters en uilen. Spek verwacht dat edelherten, reeën en damherten minder hard getroffen worden, want die zijn als planteneters minder afhankelijk van beukennootjes en eikels.

Op weg terug naar zijn huis vertelt Spek dat hij blij is met de terugkeer van de wolf. Het eerste paartje dat zich op de Veluwe vestigde kreeg in 2019 z’n eerste jongen. Dit jaar kwamen er nog twee gevestigde paren bij. Of de wolven zich tegoed zullen doen aan vermagerde wilde zwijnen, moet blijken. Maar Spek verwacht wel dat ze meer impact krijgen op de wilde zwijnen als de aantallen volgend jaar drastisch lager zijn.

Dan woelen de zwijnen ook niet meer overal de bodem om. Wat andere soorten weer meer kans geeft. „Het maakt het ecosysteem completer.”