Kritische Eerste Kamer gaat akkoord met negen weken betaald ouderschapsverlof, maar eist hogere vergoeding

Wetsvoorstel Vanaf augustus krijgen ouders recht op negen weken betaald ouderschapsverlof. De Eerste Kamer ging dinsdag akkoord, maar eist dat de vergoeding hoger wordt.

Vaders en moeders kunnen vanaf augustus negen weken ouderschapsverlof deels vergoed krijgen.
Vaders en moeders kunnen vanaf augustus negen weken ouderschapsverlof deels vergoed krijgen. Foto Patricia Rehe/Hollandse Hoogte

Het betaald ouderschapsverlof, waarop jonge vaders en moeders vanaf augustus volgend jaar recht hebben, moet ruimhartiger worden, zodat het aantrekkelijker wordt voor lagere inkomens. Die oproep deed een meerderheid van de Eerste Kamer dinsdag bij de aanvaarding van het wetsvoorstel.

Vanaf 2 augustus volgend jaar kunnen vaders en moeders negen weken van hun ouderschapsverlof gedeeltelijk vergoed krijgen. De rest van het half jaar verlofrecht blijft onbetaald. De regeling is er gekomen onder druk van een EU-richtlijn. Nederland stemde daar overigens tegen; het kabinet wilde dat niet de EU, maar landen zelf daarover zouden beslissen.

Vooral over de hoogte van de uitkering was in de senaat nog discussie. In het kabinetsvoorstel krijgen ouders de helft van hun brutoloon vergoed. Een motie om daar 70 procent van te maken, ingediend door GroenLinks, kreeg dinsdag een meerderheid met hulp van regeringspartijen D66, CDA en ChristenUnie. Ook de wet zelf werd met ruime meerderheid aanvaard. Alleen de SGP stemde tegen invoering van het betaalde ouderschapsverlof.

Lees ook: Traditionele opvattingen zitten het inkomen van moeders in de weg

Minimuminkomen

Voor kwetsbare groepen met een laag inkomen, flexwerkers, eenverdieners en eenoudergezinnen biedt de oorspronkelijke wet „te weinig soelaas”, zei ChristenUnie-senator Peter Ester in een stemverklaring. Petra Stienen (D66) benadrukte dat „zoveel mogelijk ouders” gebruik moeten kunnen maken van het verlof. In het debat vorige week zei ze al te vrezen dat ouders met een minimuminkomen zouden afzien van het verlof, „omdat het financieel gewoon niet mogelijk is”.

Hoewel de Eerste Kamer-motie formeel gericht is aan het demissionaire kabinet, kan die gelezen worden als een oproep aan de formatietafel. Het demissionaire kabinet kan de uitkering zelf niet zomaar verhogen, zei minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) in het debat, omdat dan „brede overeenstemming” nodig is over de financiering van de hogere kosten. De minister zou deze Eerste Kamer-motie daarom vooral zien, zei hij, als „politiek signaal richting de formatie en de periode daarna”.

Geen geldboom

Wel heeft de minister geanticipeerd op zo’n eventuele verhoging in een regeerakkoord. In het wetsvoorstel heeft hij de mogelijkheid vastgelegd de uitkering nog vóór de invoering van het betaalde verlof te verhogen naar 70 procent zonder dat dit een wetswijziging vergt.

Persoonlijk is Koolmees groot voorstander van een hoger percentage, zo liet hij in beide Kamers duidelijk blijken. Een belangrijke reden dat zijn kabinetsvoorstel lager uitviel, is de financiering. Een hogere uitkering zou nog duurder worden, zei de minister in de Eerste Kamer, en de regeringspartijen konden het moeizaam eens worden over de financiering van het nieuwe verlof. „We hebben gewoon geen geldboom gevonden die dit allemaal betaalt.”

Uiteindelijk wordt de wetswijziging betaald door werkgeverslasten te verhogen, een belastingvoordeel voor werkende ouders te verlagen en de kinderbijslag twee jaar te bevriezen.

Waaier aan regelingen

Ouders hebben nu recht op een half jaar onbetaald ouderschapsverlof. Dat mogen ze ook gespreid opnemen, bijvoorbeeld één dag per week, zolang het maar voor de achtste verjaardag van het kind gebeurt. Onder de nieuwe wet krijgen ouders negen weken van dat verlof deels vergoed. Uitkeringsinstantie UWV betaalt de helft van het brutoloon, tot een maximale uitkering van 2.453 euro bruto per maand (113 euro per dag). Het betaalde verlof moeten ouders in het eerste levensjaar van het kind opnemen.

In Nederland bestaat een waaier aan verlofregelingen voor (aanstaande) ouders. Zwangeren hebben recht op zestien weken zwangerschaps- en bevallingsverlof, volledig betaald door het UWV.

Partners krijgen sinds vorig jaar juli één volledig betaalde week om bij hun pasgeboren baby te zijn. Daarnaast kunnen ze aanspraak maken op nog eens vijf weken verlof, tegen 70 procent van hun loon. Ook dat keert het UWV uit.

Voor mensen die rond het minimumloon verdienen, is het relatief duurder om dat aanvullende partnerverlof op te nemen dan voor iemand met een modaal inkomen, bleek onlangs uit onderzoek van NRC. De meeste partners leveren tijdens het verlof zo’n 20 procent van hun netto-inkomen in. Voor de laagste inkomens bedraagt dat nettoverlies zo’n 30 procent. De oorzaak van die hardere terugval ligt bij belastingeffecten.

Lees ook: Meer tijd met je baby? Dat is voor deze vaders te duur

Bij ouderschapsverlof spelen precies diezelfde nadelige belastingeffecten, antwoorde Koolmees al eerder op vragen van de Tweede Kamer. Verschillende senatoren vrezen dat dit het ouderschapsverlof minder aantrekkelijker maakt voor de laagste inkomens. „Dit belemmert de deelname”, zei CDA-senator Ria Oomen in het debat. Ook Esther-Mirjam Sent (PvdA) twijfelde of het betaalde ouderschapsverlof zo wel „voor iedereen toegankelijk is”.

Koolmees vindt die netto-effecten ook „onwenselijk”, zei hij tegen de senatoren. Maar die zijn volgens hem pas op te lossen met een „fundamentele wijziging” van het belasting- en toeslagenstelsel. Dat taaie dossier ligt nu op de formatietafel, met Koolmees als informateur.