Een juridisch pingpongspel over 'de spelregels waarop de EU is gebaseerd'

Europees Hof Nadat Polen vorige week de Europese rechtsorde deed wankelen, gaat het deze week in Brussel over de betwiste rechtsstaattoets.

Een hoorzitting over de Brexit in het Europees Hof van Justitie in Luxemburg in 2018.
Een hoorzitting over de Brexit in het Europees Hof van Justitie in Luxemburg in 2018. Foto ECJ

Er werd zelden zo veel en fel gediscussieerd over ‘de rechtsstaat’ in de Europese Unie als de afgelopen maanden. Maar tijdens een tweedaagse zitting bij het Europees Hof van Justitie in Luxemburg overheerste deze week vooral de vraag: waar hebben we het dan eigenlijk precies over?

De kwestie waarover de hoogste Europese rechters zich bogen is dan ook fundamenteel: mag respect voor ‘de rechtsstaat’ gelden als voorwaarde voor het ontvangen van Europese fondsen? Of, om nog preciezer te zijn: kunnen schendingen van rechtsstatelijke principes een goede besteding van EU-gelden dusdanig in gevaar brengen dat de Europese Commissie wel in móet grijpen?

Vorig jaar werden lidstaten het na verhitte onderhandelingen eens over een nieuwe ‘rechtsstaattoets’ voor de EU-begroting, die de Commissie de mogelijkheid geeft in te grijpen. Maar volgens Polen en Hongarije, door Brussel herhaaldelijk berispt om rechtsstaatschendingen, is zo’n toets onrechtmatig en alleen bedoeld om hen dwars te zitten. Begin dit jaar vochten zij het instrument aan bij het Hof in Luxemburg.

‘Totaal onvoorspelbaar’

De timing van de zitting kon bijna niet pikanter. Juist afgelopen week kwam de verhouding tussen Polen en het Europees Hof onder hoogspanning te staan, nadat het Poolse Constitutioneel Hof, op verzoek van de eigen regering, oordeelde dat het Poolse recht soms boven het Europese gaat. Dat vonnis, dat dinsdag officieel in werking trad, heeft een duidelijke boodschap: bemoeienis uit Luxemburg is ongewenst.

Toch was het juist datzelfde Hof in Luxemburg waar Polen nu vernietiging van het nieuwe instrument bepleitte. „Het belang van de rechtsstaat voor de Europese rechtsorde staat voor Polen niet ter discussie”, benadrukte de Poolse vertegenwoordiger Sylwia Zyrek maandag. „Maar dat belang op zichzelf leidt niet tot de competentie het te definiëren en maatregelen te nemen die het respect ervoor afdwingen.”

Volgens Hongarije betekent het nieuwe instrument grote rechtsonzekerheid

Zo ontwikkelde de zitting zich tot een juridisch pingpongspel over de definitie van de rechtsstaat. Ligt die voldoende precies vast, zodat lidstaten weten waaraan ze moeten voldoen om geen geld mis te lopen? Nee, betoogde de Hongaarse jurist Zoltán Fehér, die erop wees dat de implementatie van het nieuwe instrument „totaal onvoorspelbaar” is en daarmee grote rechtsonzekerheid voor lidstaten betekent.

Onzin, zeiden juristen van onder meer het Europees Parlement en de Commissie. Als het gaat om het beschermen van de financiële belangen van de EU, dan is „kristalhelder” aan welke voorwaarden voldaan moet worden. Zo staan in de verordening voldoende voorbeelden: onafhankelijkheid van de rechtspraak, of het adequaat onderzoeken en aanpakken van fraude en corruptie. Omdat alleen deze definitie ertoe doet in deze specifieke verordening „hoef je hierover nu geen juridische discussies te starten”, aldus advocaat Tamas Lukacs namens het EP.

Die juridische discussie werd het alsnog, waarbij beide kanten schermden met een waslijst aan verdragsartikelen en bepalingen. Een groot deel van dat gesprek verliep in het Pools en het Hongaars: ook het EP en de Raad voor de EU lieten zich door respectievelijk een Hongaar en een Poolse vertegenwoordigen. Ze werden gesteund door vertegenwoordigers van tien lidstaten, waaronder Nederland, die in eigen bijdragen het belang van nieuwe instrument benadrukten. Dat is niet bedoeld om te straffen, aldus de advocaat namens Luxemburg. „Dat de EU-begroting het belangrijke instrument voor Europese solidariteit is, kan alleen zo blijven als dat samengaat met een gezamenlijke verplichting aan de Europese waarden.”

Lees ook dit commentaar: Poolse rechters overschrijden grens, in EU én in Polen

Zo schemerde, tussen alle juridische taal, de uiterst politieke context door waarin de zitting plaatsvond. Zowel rechters als advocaten refereerden af en toe aan de Poolse uitspraak, die de Europese rechtsorde vorige week deed wankelen. „Betwist u niet eigenlijk dat ons Hof hierover een oordeel kan vellen”, vroeg een van de rechters Polen – dat dit ontkende. Volgens de advocaat namens Denemarken onderstreept het Poolse arrest „de urgentie om respect te eisen voor de spelregels waarop de EU is gebaseerd”.

Nog maanden wachten

Maar urgentie is in Europese context altijd relatief – een oordeel van het Hof kan nog maanden op zich laten wachten. De advocaat-generaal liet dinsdag weten zijn opinie op 2 december te willen geven. Pas daarna zal de definitieve uitspraak van de hoogste Europese rechter volgen. Grote vraag is vooral of de Commissie daarop zal wachten. Officieel hoeft dat niet: het instrument is al sinds 1 januari van kracht en Europarlementariërs hebben herhaaldelijk aangedrongen op een snelle inzet. Informeel zegde de Commissie vorig jaar toe op het Hof te zullen wachten, maar nu het conflict met Polen zo sterk geëscaleerd is groeit ook in Brussel het animo snel een signaal te geven. Daarvoor moet ze dan wel het kleine risico nemen achteraf door Luxemburg te worden teruggefloten.