Opinie

Hoe streven naar ‘inclusie’ emancipatie belemmert

Maxim Februari

In maart besloot ik de andere kant op te kijken toen de ‘handreiking Waarden voor een nieuwe taal’ werd gepresenteerd. Die handreiking is onderdeel van de ‘Code Diversiteit & Inclusie in de culturele sector’ en de nieuwe taal is bedoeld als „blueprint voor alle interne en externe communicatie” en „tool om alle uitingen aan te toetsen”.

Museumbordjes moeten divers en inclusief. Net als panelgesprekken en exposities. Enfin, daar valt veel voor te zeggen en als groot voorstander van diversiteit en inclusie wilde ik me graag neerleggen bij de nieuwe taal die door hogere machten daarvoor is opgesteld. Zo zie ik mijzelf graag: deemoedig.

Maar nu ben ik toch boos. De afgelopen weken kreeg ik die handreiking namelijk van alle kanten toegestuurd en ik was zo onverstandig haar te lezen. Misschien stuurden verontruste burgers me de tekst omdat culturele organisaties zich er daadwerkelijk aan dreigen te gaan houden. Of omdat begin november een ‘Event Code Diversiteit & Inclusie’ plaatsvindt: een event met een livestream en een host en awards, zodat er aanleiding is om eens naar de blueprint en de tool te kijken.

Dat ik boos werd, kwam door de benauwdheid en geslotenheid van de nieuwe taal. De handreiking schrijft voor en keurt af. „Communiceer op ooghoogte” met een persoon in een rolstoel. Zeg „tolk Nederlandse gebarentaal” en niet „gebarentolk”. Zeg niet: „blinde vlek”, want dat is validistisch. Wil je inbreng van homoseksuelen? Zeg dan: „Het zou wellicht goed zijn een queer narratief aan onze verhalen toe te voegen.”

Er zit niet alleen iets betuttelends, maar ook iets kleinerends in dit edelmoedige beschermen van de hulpbehoevende medemens. Iemand met een beperking neemt vaak gezelschap mee, staat er. „Eventueel kan deze plus één de persoon met een beperking assisteren.” Ik kan me voorstellen dat ‘iemand met een beperking’ nogal eens naar het theater gaat met haar man of haar minnares, maar volgens de handreiking komt ze daar met haar „ondersteuner”. Wat denk je, zouden die twee nog seks hebben?

In maart werd al wel gemord. Klarinettist en componist Joris Roelofs wees in de Volkskrant op een innerlijke tegenstrijdigheid in het onderliggende denken. De nieuwe taal van de handreiking is erop gericht de „hetero cisgender, eurocentrisch/koloniale norm” in de kunst- en cultuursector te doorbreken en „meerstemmigheid” te bevorderen. Maar door te kiezen voor veiligheid beperkt de taal die meerstemmigheid juist drastisch, denkt Roelofs.

Want als ‘veiligheid’ de superwaarde is, schreef hij, en kwetsen vermeden moet worden, kan Lale Gül dan nog rekenen op steun van de kunstsector zodra ze een roman schrijft waarmee ze gelovigen kwetst? Wie behoren tot de ‘gemarginaliseerde’ groepen die door de code worden beschermd en wie niet? Gül wel, lezers niet – Gül niet, lezers wel? Je zou verwachten dat je oog hebt voor zulke conflicten en botsende levensvisies als je een cultuur belooft waarin „iedereen zich verbonden, gewaardeerd, begrepen en welkom voelt”.

Nu Kamerleden in debat willen over het kuisen van lesmethodes voor het onderwijs, is het verstandig in één moeite door te spreken over het kuisen van teksten in de cultuursector. Er is immers weinig verschil in benadering. Uitgevers van educatief lesmateriaal vermijden verhalen over heksen omdat reformatorische christenen daarvan niet gediend zouden zijn. De taalcode in de cultuur wijst het gebruik van ‘hij’ en ‘zij’ af, omdat dat gevoelig zou liggen. „Gebruik genderneutrale persoonlijke voornaamwoorden, zoals ‘Hen herkende zich erg in de thematiek van hun voorstelling’.”

In beide gevallen maak je een democratisch gesprek onmogelijk door op voorhand te beslissen wie gelijk heeft. De huidige tijd, met zijn groeiend bewustzijn van de verscheidenheid van mensen, vraagt om grote openheid en beweeglijkheid, om deelname en onderling gesprek. Dat valt niet te verenigen met initiatieven die van bovenaf en per decreet de taal vastleggen. Namens wie?

Zeg „transgender man” en niet „transman”, schrijft de handreiking. Pardon? Mogen wij burgers dat zelf uitzoeken? Er is nota bene een emancipatieproces gaande – en dan zou nu een klankbordgroep vol experts je identiteit bepalen en verordonneren welk woord daarbij past? De betweterige tendens in de cultuursector zit emancipatie van de burger lelijk in de weg.

De samenleving zit al met al gevangen tussen twee vuren. Aan de ene kant de conservatieven die vinden dat iedereen op hen moet lijken. Aan de andere kant de diversiteitsexperts die met overheidssteun de diversiteit zo bijsnoeien en bijknippen dat er weinig van over blijft. Laat de rest nu maar eens proberen een open democratisch gesprek te voeren.

Maxim Februari is jurist en schrijver, www.maximfebruari.nl.