Opinie

Hoe overdrijven de revolutie om zeep helpt

De Franse schrijver Édouard Louis heeft internationaal succes met zijn felle, maatschappijkritische en autobiografische boeken, zoals Ze hebben mijn vader vermoord. Toch is hij geen tevreden mens. „Ik verlies regelmatig mijn vertrouwen in de kunst”, vertelde hij onlangs aan een Duitse krant. „Als ik zie hoeveel mensen geraakt zijn door de films van Ken Loach of van de Dardennes, door mijn boeken of door die van Annie Ernaux – en die dan toch stemmen op de lui die alle ellende veroorzaken en verantwoordelijk zijn voor het geweld.”

Louis snijdt hier een interessant punt aan. Genoemde schrijvers en filmmakers vestigen in hun werk keer op keer weer de aandacht op de volstrekte onleefbaarheid van het hedendaagse kapitalisme voor mensen aan de onderkant van de samenleving. Dat levert ze veel applaus op. Loach en de Dardennes kregen de Gouden Palm in Cannes; Annie Ernaux geldt als kandidaat voor de Nobelprijs voor literatuur. Maar buiten het domein van de cultuur slaat hun linkse maatschappijkritiek een stuk minder aan. Hoe kan dat?

Louis (28) praat erover door met Ken Loach (85) in Dialoog over kunst en politiek. Dat is een boekje van 68 bladzijden, dat een transcriptie bevat van een televisiegesprek dat Louis en Loach vorig jaar voerden op de zender Al Jazeera. Met 17 euro is het boekje overigens belachelijk hoog geprijsd.

Waarom blijft de socialistische revolte vooralsnog uit? Dat kan volgens Louis uitsluitend worden toegeschreven aan manipulaties door de ‘dominante klasse’. Als een flink aantal lager opgeleiden momenteel achter rechtse populisten aanlopen en niet het socialisme volgen, moet dat wel de schuld van de machthebbers zijn. Die hebben al die verkeerde ideeën in de hoofden van de mensen gepompt; mensen aan de onderkant kunnen daar in geen geval zelf verantwoordelijkheid voor dragen. Loach’ analyse is niet veel beter. Hij houdt het erop dat de revolutie nog niet uitbrak, omdat in de westerse ‘schijn-democratieën’ feitelijk het kapitaal allesbepalend is.

Heel overtuigend zijn zulke diagnoses niet. Misschien zit de werkelijkheid toch anders in elkaar. Zowel voor Loach als voor Louis geldt dat ze in hun werk enorm overdrijven als ze de samenleving in het vizier nemen. De ergste uitwassen van het kapitalisme eisen exclusief alle aandacht op. Op zich is dat niet vreemd. Kunst moet dramatiseren. Dramatiseren betekent overdrijven. Maar het wordt problematisch als er een direct verband wordt gelegd met ideologie en activisme.

Zowel Loach als Louis lijken er heilig van overtuigd te zijn dat hun werk een adequate, afdoende genuanceerde en veelomvattende beschrijving van de sociale werkelijkheid bevat. Daarom zijn ze teleurgesteld dat de mensen niet onmiddellijk de straat opgaan, nadat ze het boek hebben dichtgeslagen of de film hebben gezien. Maar dat is bij zoveel evidente eenzijdigheid helemaal niet het geval.

Juist het overdreven pessimisme van links maakt de boodschap voor veel kiezers onaantrekkelijk. Te weinig mensen herkennen zich in zo’n eeuwige klaagzang. Progressieve politiek verdwijnt zo verder in marge. Kunstenaars als Édouard Louis en Ken Loach zijn voor links onderdeel van het probleem – de oplossing zal elders vandaan moeten komen.

Peter de Bruijn is filmrecensent.