Het klooster als snelkookpan van gesublimeerde lust

nonsploitatie Paul Verhoeven werd in Cannes met zijn speelfilm ‘Benedetta’ nonsploitatie verweten. Wat is dat?

‘The Devils’ van regisseur Ken Russell uit 1971.
‘The Devils’ van regisseur Ken Russell uit 1971.

Pornografie, oordeelde vakblad Variety in Cannes over Paul Verhoevens speelfilm Benedetta. „De zoveelste louche bijdrage aan het genre van de nonsploitatie.” De film zou kijkers namelijk doelbewust opwinden. Een Angelsaksische preoccupatie: een film mag gruwelijk, eng of ontroerend zijn, zo snel er iets kriebelt in de onderbuik van de criticus verdwijnt de artistieke waarde.

Wat is dat, ‘nonsploitatie’? Een wegwerpterm voor een halfvergeten filmgenre dat in de jaren zeventig niet uit het niets kwam. Het nonnenklooster is een voor mannen verborgen vrouwenwereld, de fantasie sloeg van oudsher al snel op hol. In de Middeleeuwen was er al ruwe scherts over losgeslagen nonnen, protestanten voerden ze op als argument tegen het celibaat, in de ondergrondse pers in de pruikentijd figureerden ze in antikerkelijke pamfletten. In de 19de eeuw waren er in de VS en Engeland golven morele paniek na sensationele, ‘waar gebeurde’ bestsellers van bekeerde protestantse dames die in nonnenkloosters een hel van geritualiseerde sm-porno aantroffen.

Dat was uiteraard geen materiaal voor mainstreamfilms. Van The Sound of Music (1965) tot Sister Act (1992) zijn nonnen moederlijk, zuur, muizig of infantiel, maar steevast seksloos: de levenslustige Maria heeft niets in het klooster te zoeken. Worsteling tussen aardse en hemelse liefde kon wel een thema zijn: zie Powell en Pressburgers’ Black Narcissus (1947), waar Anglicaanse nonnen aan de voet van de Himalaya in een oud harempaleis trekken. De woest aantrekkelijke Mr. Dean die in korte broek rondloopt, versterkt de oriëntaalse vervreemding. Nonnen slaan aan het broeien. Het loopt slecht af.

Bad habits

Nonsploitatie greep vooral terug op ‘bevrijdende’ religiekritiek in films als Luis Buñuels Viridiana (1961) of La Religieuse van Jacques Rivette (1966), naar Denis Diderots verlichtingsroman over een rebelse non in verzet tegen onderdrukking, vernedering en seksueel geweld. In de taboedoorbrekende jaren zeventig inspireerde dat softporno waarin het nonnenklooster een snelkookpan van gesublimeerde lust wordt: nuns with bad habits. Een typische nonsploitatiefilm speelt zich af in een 16de-eeuws klooster. Er zijn door vrome frases gecamoufleerde intriges om macht, aanzien en geld, er zijn seksueel getinte visioenen, lesbische affaires en binnensluipende minnaars, niet zelden priesters. Altaarkaarsen en kruisbeelden worden oneigenlijk gebruikt en soms duikt onverwachts de Inquisitie op voor een genitale martelpartij.

Het blasfemische filmgenre floreerde met name in katholieke landen en in Japan, waar men alleen via een westerse omweg georganiseerde religie durfde aan te pakken. In de jaren tachtig stierf nonsploitatie weg, al bleef het een niche in de pornografie: google maar op ‘lusty nuns’. Soms bepleit iemand herwaardering van het genre al kan die slechts op een enkel pareltje wijzen, zoals het onderkoelde Le monache di Sant’Arcangelo (1973), waar de verdorven aristocratische Giulia over lijken gaat om moeder-overste te worden, met de zegen van de hebzuchtige kerk.

Is Benedetta neo-nonsploitatie? De raakvlakken zijn helder. Een lesbische relatie achter de kloostermuren, een wellustige prelaat, hypocriete intriges, zwoele religieuze visioenen, een Mariabeeld als dildo en zelfs een genitale folterpartij met ‘de peer’. Maar Benedetta baseert zich – op die dildo en peer na – op Judith C. Browns historische studie Immodest Acts over mystica Benedetta Carlini, die het begin 17de eeuw dankzij stigmata en bloedstollende visioenen over Jezus, demonen en privé-engel Splenditello schopte tot abdis in Pescia. De kerk, die de ambitieuze non op haar plaats wilde zetten, ontdekte dat ze een seksuele relatie met een jonge non had.

Brandstapel

Ook nonsploitatie baseerde zich soms op de geschiedenis: zie The Devils van de Brit Ken Russell uit 1971, die geldt als startschot van het genre. Russell bewerkte Aldous Huxleys roman The Devils of Loudun, over de Franse prelaat Urbain Grandier die in 1634 op de brandstapel belandde omdat hij de kwade genius zou zijn achter een epidemie van demonische bezetenheid in het lokale nonnenklooster.

Paul Verhoeven blijkt desgevraagd geen fan van deze cultfilm, die met zijn groteske hysterie, atonale ketelmuziek en semi-abstracte toneeldecors een buitenbeentje is. Grandier wordt in The Devils opgevoerd als rokkenjager en rockster, nonnen als gillende groupies. De gebochelde abdis Julia (Vanessa Redgrave) heeft last van visioenen waarin Grandier haar als gekruisigde Christus bestijgt. Hun overprikkelde stemming hangt samen met een pestepidemie en wordt al snel onderdeel van een politiek steekspel. Urbain Grandier verdedigt namelijk Louduns stadsrechten tegen kardinaal Richelieu, die in het kader van Franse centralisering de stadsmuren wil afbreken. Diens mannen maken van de duiveluitdrijving in het nonnenklooster een publiek spektakel van naaktlopen, klisma’s en masturbatie met miskaarsen. Zo worden de geesten rijp voor de executie van de populaire Grandier.

De seksuele politiek van The Devils oogt een halve eeuw na dato nogal achterhaald. Nonnen, alle vrouwen eigenlijk, zijn hysterische bacchanten die kronkelen aan de voeten van de koele macho Grandier, het Franse hof blijkt pervers en ‘queer’. Grandier, die reine seks als een heilig sacrament ziet, heeft een onorthodoxe, maar oprechte religieuze motivatie, als enige eigenlijk. Dat is vaak zo in religie-kritische films: de naïeve, oprechte gelovige wordt vermalen door wereldse intriges.

Bij Verhoeven lijkt dat eveneens het geval. Benedetta is een gelovige, haar vijanden cynici. Maar actrice Virginie Efira stelde in Cannes dat je opportunisme en idealisme bij haar niet echt kan scheiden. „Geloof je oprecht, dan mag je de goede zaak best een handje helpen met geweld, list en bedrog. Benedetta is diep gelovig als ze haar libido ontdekt. Haar visioenen zijn in zekere zin onderhandelingen met zichzelf.” Het gaat Paul Verhoeven in Benedetta niet zozeer om geloof versus cynisme, zijn focus ligt op patriarchale structuren en troebele, onbewuste drijfveren onder religieuze vervoering. Met hoeveel plagerige humor, spektakel en naakt Verhoeven Benedetta ook kruidt, zijn intenties zijn net zo serieus als die van Buñuel of Rivette.