De grondleggers van private equity, die ooit gezien werden als een bedreiging voor de economie, gaan met pensioen

Wall Street Ze begonnen in 1976 met investeringsfirma KKR, dat zou uitgroeien tot een van ‘s werelds beruchtste private-equitybedrijven. Nu gaan George Roberts en Henry Kravis met pensioen. Wie zijn deze pioniers in de private-equitywereld?

George Roberts (links) stond bekend als de slimme financier van private-equitybedrijf KKR, Henry Kravis als de kleine man met branie.
George Roberts (links) stond bekend als de slimme financier van private-equitybedrijf KKR, Henry Kravis als de kleine man met branie. Foto Kiyoshi Ota/Bloomberg

Jarenlang hadden de pioniers geen naamplaatje op hun kantoor aan Fifth Avenue, New York. Waarom zouden ze ook? De ingewijden op Wall Street kenden KKR. Naamgevers Henry Kravis (1944), Jerome Kohlberg (1925) en George Roberts (1944) hadden zelf in het financiële hart gewerkt en er wat fortuin gemaakt.

Ze pionierden in een niche in de financiering van bedrijven. KKR kocht met geleend geld kleine en middelgrote bedrijven, sneed in de kosten en incasseerde bij verkoop de winst.

Wat hadden zij met het grote publiek te maken? Niks. Dus geen naamplaatje. Dat was hun start. 1976.

Twaalf jaar later waren de oprichters het middelpunt van een mediastorm die tot in politiek centrum Washington reikte. De foto’s van Kravis en Roberts – Kohlberg zat niet meer in de leiding – stonden op het omslag van publiekstijdschriften. Ze werden tot ‘koning-opkopers’ gebombardeerd. Een bedreiging voor de economie. Omdat ze excessieve schulden maakten bij het kopen van bedrijven. Hoe lang nog, vroeg Business Week op zijn voorpagina.

Barbaren voor de poort

De aanleiding voor de storm? KKR had een bod gedaan op tabaks- en voedingsbedrijf RJR Nabisco ter waarde van 25 miljard dollar. Dat was de grootste met schulden gefinancierde bedrijfsovername tot dan toe. De topman van RJR kon schatrijk worden. In deze overname kwam alles samen wat Wall Street en investeringsfirma’s zoals KKR omstreden maakt. Hebzucht. Excessieve schulden. En het beeld dat financiële alchemie de economie en de werkgelegenheid regeert.

De overname van RJR Nabisco onderstreepte een nieuwe trend in de economie: de dominantie van beleggers en investeringsfirma’s. Topmanagers voelden zich kwetsbaar. Na de corporate raiders die grote aandelenpakketten kochten en topmanagers onder druk zetten om bijvoorbeeld meer dividend te betalen, waren investeerders als KKR in de markt om het héle bedrijf te kopen. De titel van de bestseller over de overname van RJR Nabisco weerspiegelde de nieuwe realiteit: Barbarians at the gate (1989). De barbaren voor de poort van het zakenwereld. En die barbaren werden aangevoerd door KKR.

Lees ook: De kassa rinkelt al na een jaar

Afscheid

Wat in 1976 begon als een bescheiden, anonieme boetiek op Wall Street, is nu een wereldfinancier met een belegd vermogen van 429 miljard dollar (371 miljard euro) en een eigen notering op Wall Street.

Maar zoals dat gaat met sommige succesvolle Amerikaanse bedrijven: de oprichters nemen geen afscheid, ook al zijn ze de pensioengerechtigde leeftijd ruimschoots gepasseerd. Tot Kravis en Roberts deze week, beiden 77, aankondigden dat zij zich terugtrekken uit de dagelijkse leiding. Kohlberg was in 2015 overleden.

Kravis begon op Wall Street als loopjongen bij Goldman Sachs, vakantiewerk. Roberts kreeg via zijn vader, een gefortuneerde zakenman, een baantje op de financieringsafdeling van zakenbank Bear Stearns. Zijn chef daar was Kohlberg. Toen Roberts voor Bear Stearns naar de Amerikaanse westkust verkaste, stelde hij Kravis bij zijn chef voor als zijn opvolger in New York. Kravis en Roberts zijn neven.

Niet veel later vertrok het drietal bij Bear Stearns om voor zichzelf te beginnen. Kohlberg, de oude rot. Kravis, de kleinste, die zijn lengte compenseerde met branie, zoals sommigen zeiden. Roberts, de slimme financier.

De kunst was bedrijven te vinden die rijp waren voor een overname. Bijvoorbeeld omdat de oprichter op leeftijd was. Of omdat een groot concern van een dochterbedrijf af wilde. Soms was hun werkwijze profijtelijk, soms een flop.

Doorbraak

De grote doorbraak kwam in 1984, niet voor KKR, wel voor hun werkwijze. In 1982 had een investeringsgroep het wenskaartenbedrijf Gibson Greetings gekocht voor 80 miljoen dollar, met maar 1 miljoen dollar eigen geld. Achttien maanden later ging Gibson Greetings naar de beurs voor 290 miljoen dollar. Ha, die kassa!

Bij het bod op RJR Nabisco heette hun werkwijze leveraged buy-outs, afgekort tot lbo’s. Nu staat die financieringsvorm bekend als private equity.

Dit fenomeen is niet meer weg te denken uit het bedrijfsleven. Alleen al in Nederland zijn ongeveer 80 van de 500 grootste bedrijven in handen van private-equityfinanciers, schreef weekblad EW onlangs.

KKR is in Nederland bijvoorbeeld eigenaar van Roompot (vakantieparken, 5.100 werknemers) en Upfield (4.700 werknemers), de verzelfstandigde margarinedivisie (Bona) van voedings- en cosmeticaconcern Unilever.

Kritiek, kritiek

De alomtegenwoordigheid van private equity in de economie gaat hand in hand met kritiek op de werkwijze. Sprinkhanen. Roofridders.

Kritiek op de hoge schulden die private-equityfinanciers maken als ze bedrijven kopen, waar de overgenomen bedrijven zelf voor opdraaien. Gevolg: een financieel keurslijf dat investeringen, zoals in onderzoek en ontwikkeling, kan afknellen.

Kritiek ook op reorganisaties en banenverlies, om kosten te besparen en meer winst te maken.

Kritiek dat de eigenaren niks bijdragen, maar bedrijven uitkleden door bijvoorbeeld vastgoed te verkopen.

Kritiek op de hoge bonussen die zij de managers van de overgenomen bedrijven voorhouden.

Kritiek op hun eigen beloningen. De sector private equity staat bekend om de 20/2 beloning: de managers, zoals KKR, bedingen 2 procent per jaar van het kapitaal dat zij beheren plus 20 procent van de winst op de verkoop van de bedrijven.

Het eerste profijt hebben de oprichters zelf. Kravis, goed voor 8,6 miljard dollar op de rijkenlijst van tijdschrift Forbes, schitterde met zijn kunstverzameling, zijn giften aan musea en zijn echtgenotes. Roberts, op de lijst voor 9,2 miljard dollar, is minder uitbundig.

Hun succes, ja, het private-equitysucces trekt steeds weer nieuwe partijen aan. KKR is niet de grootste in de sector. Concurrent Blackstone beheert meer dan 680 miljard dollar (588 miljard euro).

Ondanks alle kritiek weten de private-equityfinanciers dat zij wél populair zijn bij kapitaalverschaffers: rijke particulieren en pensioenfondsen. Waarom? Ze leveren stabiel hoge rendementen.