Brief aan de Kamer

Nederland probeert nog eens 2.100 mensen uit Afghanistan te halen

Het demissionaire kabinet probeert de komende tijd nog zeker 2.100 mensen te helpen om van Afghanistan naar Nederland te komen. Het gaat onder meer om tolken, Nederlanders die nog in Afghanistan zijn en Afghanen die voor een internationale militaire- of politiemissie hebben gewerkt, schrijft demissionair minister Ben Knapen (Buitenlandse Zaken, CDA) maandag in een brief aan de Tweede Kamer.

Tot nu toe heeft Nederland circa 2.500 mensen vanuit Afghanistan „in veiligheid gebracht”, aldus Knapen. Het gaat dan onder anderen om tolken, personeelsleden van de Nederlandse ambassade en lokale EU-medewerkers en VN-medewerkers, en familieleden van deze groepen.

Daarnaast probeert Nederland de komende tijd nog achthonderd mensen weg te halen van wie al bekend was dat ze naar Nederland mochten komen. Daar komen achthonderd medewerkers bij van projecten op het gebied van sociale vooruitgang, vrede en veiligheid of duurzame ontwikkeling. Nederlandse ngo’s kunnen medewerkers hiervoor aandragen. Ook is er nog een groep van vijfhonderd mensen die de afgelopen twintig jaar een publieke functie heeft vervuld voor Defensie of de politiemissie van de Europese Unie in Afghanistan.

Hoe Nederland deze mensen het land helpt te verlaten, is niet duidelijk. Knapen noemt het vertrek uit Afghanistan „een zeer risicovolle onderneming”. Het demissionaire kabinet kijkt „constant wat het kan doen, bijvoorbeeld door het verschaffen van nooddocumenten, laissez-passers en visa”, aldus Knapen. „Het beleid van de Taliban ten aanzien van uitreismogelijkheden voor Afghanen is voortdurend aan verandering onderhevig en wat met de mond wordt beleden, wordt in de praktijk niet altijd uitgevoerd.” Nederland voert internationaal overleg over het onderwerp.

Het aantal van 2.100 mensen ligt een stuk lager dan de 100.000 vluchtelingen waarvoor demissionair staatssecretaris Ankie Broekers-Knol ( Asielzaken, VVD) begin deze maand waarschuwde. (NRC)