Opinie

Afhankelijkheid kranten van Big Tech is wel degelijk een probleem

Media Journalisten geloven dat ze niet beïnvloed worden door techgiganten. Maar dat komt vooral omdat ze niet op de juiste plek kijken, schrijft
Illustratie Hajo

Wellicht dat mensen tijdens de recente Facebookstoring even stilstonden bij de tijd die ze doorbrengen op die platformen, maar doorgaans blijft het bij zo’n korte bespiegeling. Het is makkelijker je te beklagen over je Instagram-‘verslaving’, dan te bevatten hoe omvangrijk de handel is in de gegevens die jij produceert met al dat scrollen. We vermoeden het gevaar van techgiganten vaak op de verkeerde plek. En die ‘we’ zijn niet alleen gewone gebruikers, maar ook de media.

In The Age of Surveillance Capitalism betoogt Shashana Zuboff dat het nieuwe surveillancekapitalisme „de menselijke ervaring vordert als gratis, ruwe grondstof” voor data over gedrag. De machines kennen ons niet alleen, stelt Zuboff, ze sturen ook wat we doen. Dat slaat ook op journalisten. De Googles en Microsofts van deze wereld doen alles om nieuwsmedia zoveel mogelijk aan zich te binden. Dat roept de voor de hand liggende vraag op in hoeverre deze megabedrijven bepalen wat journalisten opschrijven.

In juni reflecteerde Juurd Eijsvoogel in NRC op de „giften en gunsten van techreuzen”. De strekking van het stuk is dat het niet erg is als uitgevers die aannemen, zolang de redactionele onafhankelijkheid gewaarborgd blijft. Lara Ankersmit, adjunct-hoofdredacteur van het FD: „álle grote Nederlandse media hebben afgelopen jaren geld gekregen van Google, Facebook of YouTube. […] En zijn we allemaal minder kritisch over die grote techbedrijven gaan schrijven? Daar zie ik niets van. Niemand is zich anders gaan opstellen.”

Monopoliepositie

Dat geld komt met bakken. Zo heeft Facebook wereldwijd 300 miljoen dollar beschikbaar gesteld. Google stopte vanaf 2013 al 200 miljoen euro in Europese journalistiek. Het gaat om fondsen voor specifieke projecten, maar ook om conferenties, trainingen en fellowships. NRC Media nam zo’n 75.000 euro aan, dat grotendeels werd besteed aan een podcaststudio.

Lees ook Facebook traint mediabedrijven. Maar waarom?

Algemeen directeur van NRC Media Dominic Stas zegt daarover: „Dat NRC een gift accepteert is hoogst zeldzaam. En het raakt nooit aan de redactionele onafhankelijkheid. Maar we kunnen er niet omheen dat we in een digitale wereld zitten, met Facebook en Google erbij. Dat hoeft geen probleem te zijn, als de rollen maar duidelijk zijn.” Geen belangenverstrengeling, als journalisten maar kritisch kunnen schrijven is het koek en ei.

Maar dat is het niet. Google geeft niet voor de grap trainingen hoe journalisten Google het beste kunnen gebruiken. Google doet dat zodat journalisten Google gebruiken. De monopoliepositie van het bedrijf is overigens al stevig gevestigd. Kwalitatief onderzoek van het lectoraat Kwaliteitsjournalistiek in Digitale Transitie van de Hogeschool Utrecht laat zien dat elke onderzochte productie tot stand kwam met behulp van Google. Er was slechts één journalist die om principiële privacyredenen de zoekmachine Duck Duck Go gebruikte. Waarvoor Google-diensten worden aangewend varieert, van telefoonnummers opzoeken tot een Reverse Image Search, tot het inlezen op wetenschappelijke onderwerpen.

De grote vanzelfsprekendheid waarmee Google wordt ingezet („ik zoek gewoon”) verbaasde de onderzoekers. Googelen werd bovendien niet gezien als gebruik van kunstmatige intelligentie. Geen van de onderzochte journalisten vond dan ook dat kunstmatige intelligentie een effect had op hun werk.

Playboy

Zuboff stelt dat Google zich beschermd weet door de ondoorgrondelijkheid van geautomatiseerde processen. De handel in data is zo complex dat veel mensen het niet (willen) snappen. Ook journalisten ontkomen daar niet aan – zowel niet aan de surveillance als aan het onbegrip. Het onderzoek van de Hogeschool Utrecht laat zien dat journalisten zich desgevraagd wel zorgen maken over de manier waarop algoritmes zoekresultaten sturen, maar dat ze weinig weten over hoe dat precies gebeurt. Tegelijkertijd kijken ze vaak niet verder dan de eerste pagina resultaten.

Surveillance en gedragssturing zijn vooralsnog geen thema’s in zulk onderzoek, maar zouden wel de aandacht van journalisten en wetenschappers moeten hebben. Nieuwsmedia worden steeds afhankelijker van techbedrijven en techbedrijven beschikken over grote hoeveelheden data verkregen van nieuwsmedia. Het is naïef om te denken dat ze die niet in hun voordeel gebruiken.

Niet in de minste plaats is oplettendheid gewenst omdat reuzen als Google en Facebook directe concurrenten zijn geworden van nieuwsmedia. Eerst hebben ze zichzelf tussen uitgevers en het publiek geplaatst: titels zijn voor hun bereik afhankelijk geworden van sociale netwerken. Veelzeggend is dat de Amerikaanse Playboy in 2015 stopte met naakt. Niet omdat conservatieve politici eindelijk hun decennialange strijd hadden gewonnen, maar omdat het blad – met teruglopende abonnees – Facebook nodig had. Facebook kan dus content dicteren.

Lees ook: NPO, geef vorm aan online publieke ruimte

Vervolgens zijn zulke platformen zelf uitgevers geworden. Google News biedt „uitgebreide up-to-date berichtgeving, verzameld uit bronnen vanuit de hele wereld door Google Nieuws”. Niet alleen kapitaliseert de techgigant daarmee op het journalistieke werk van anderen, een vorm van diefstal waarvoor DPG Media terecht compensatie eist, de dienst houdt ook nog eens bezoekers weg bij kranten zelf. Uiteraard werkt Google Nieuws met algoritmen en uiteraard vertelt Google niet hoe dit precies werkt. Amerikaanse onderzoekers stelden in 2020 vast dat nationale titels bevoordeeld worden ten koste van meer lokaal nieuws, terwijl lokale kranten die advertentiedollars zo hard kunnen gebruiken.

Rookgordijn

Als klap op de vuurpijl zijn nieuwsmedia van deze concurrent grotendeels afhankelijk voor adverteerders. Ook dat gaat ondoorzichtig: nrc.nl stond maandenlang zonder het te weten op een zwarte lijst waardoor het geen advertenties meer kon plaatsen via het systeem van Google.

Het gevaar van de techreuzen wordt steevast aan de voorkant gezocht, bijvoorbeeld het faciliteren van nepnieuws. Maar het echt enge, zoals Cambridge Analytica ons leerde, zit aan de achterkant. Consultants van Trump misbruikten informatie van Facebookgebruikers voor gepersonaliseerde politieke beïnvloedingscampagnes. De aard en logica van de nieuwe soort handel die Google drijft zijn zo ongekend in de geschiedenis, zo zonder weerga, dat het bijkans onmogelijk is om de gevolgen te overzien. Dus houden ook journalisten vast aan de waarden die ze kennen, in dit geval: onbevangen berichtgeving. Ondertussen nemen ze geld aan van de concurrent en laten hem meekijken op iedere computer.

Kopen techgiganten met strategische geschenken invloed? Nee natuurlijk niet, ze weten wel beter. Journalistieke overpeinzingen hierover leiden mooi de aandacht af van de werkelijke problemen. Cadeautjes aan nieuwsmedia werken niet als charmeoffensief, maar als rookgordijn.