Wat moet ik doen met een 9-jarige die niet met zijn neefje wil spelen?

Opgevoed Elke week legt Annemiek Leclaire een lezersvraag voor aan deskundigen.

Illustratie Martien ter Veen

Oma: „Ik ging met mijn kleinzoon (9) naar de camping. Hij nam een schoolvriendje mee, want met kinderen die hij niet kent, gaat hij niet spelen. Hij is behoorlijk moeilijk in het contact. Op de camping was ook mijn kleinzoon van 7, die dol is op zijn oudere neef. Een goedhartige en vrolijke jongen. Dit neefje vroeg of hij mee mocht naar het strand. ‘Mama vond het goed.’ Ik besprak het, de jongens toonden zich niet enthousiast, maar ik besloot het toch te doen. Ook dit was mijn kleinkind, ik vond het lastig om hem te weigeren. Bovendien moet die van 9 zich toch ook leren aanpassen? Hij schiet er niks mee op als volwassenen hem hierin terwille zijn. De middag verliep oké, hoewel de oudste twee hun best deden de jongste te negeren. Thuisgekomen vertelde de kleinzoon van 9 aan zijn ouders dat hij het niet leuk had gevonden dat zijn neefje was meegegaan. Ik kreeg op mijn kop van zijn vader, die zei dat het neefje niet had meegemogen. Ik had moeten zeggen dat hij later weer langs kon komen. Wat is hier wijsheid?”

Naam is bij de redactie bekend. (Deze rubriek is anoniem, omdat moeilijkheden in de opvoeding gevoelig liggen.) Wilt u een dilemma in de opvoeding voorleggen? Stuur uw vraag of reacties naar opgevoed@nrc.nl

Standpunt uitdragen

Amaranta de Haan: „Ik zou u aanraden zelf goed te bedenken wat u wilt, wat is uw eigen standpunt? Maak daar een keuze in, en draag hem ferm uit. Dan weten uw kinderen en kleinkinderen wat ze kunnen verwachten. Als u vindt dat ook andere kleinkinderen meemogen als ze daarom vragen, kunt u zeggen: ‘Dit is oma’s huis en daar gelden oma’s regels.’ Er wordt dan ook niet meer onderhandeld over wel of niet meegaan. U kunt iets meenemen waar het jongste neefje zich mee kan vermaken, mochten de oudste twee samen hun gang willen gaan.

„Voor kinderen kan die duidelijkheid erg prettig zijn. Het is niet altijd fijn om te moeten meebeslissen als je zo jong bent.

„Als u wél aan uw kleinzoon vraagt wat hij van het idee vindt, moet u ook rekening houden met zijn antwoord. Nu leek het eerst alsof hij inspraak had, maar werd er uiteindelijk niet naar hem geluisterd. Het kan zijn dat juist dat zo’n irritatie bij hem heeft opgewekt, en dat hij daarom bij zijn vader is gaan klagen.”

Relatie versterken

Anke Klein: „Wat een herkenbaar dilemma. Ik denk dat elke opvoeder wel dagelijks ergens onverwachts een beslissing over moet maken, en dan pijlsnel allerlei belangen afweegt. Soms pakt het goed uit, soms niet. Natuurlijk altijd jammer als het een keer niet lekker loopt. Maar wat goed dat dit achteraf zo vrijelijk kon worden besproken, en dat uw oudste kleinzoon de ruimte heeft gekregen zijn gevoel erover uit te spreken.

„Want we kunnen dergelijke snelle beslissingen niet altijd terugdraaien, en we proberen er dan maar het beste van te maken. Maar we kunnen er achteraf wel als opvoeder en kind over praten. We kunnen het kind de ruimte geven om te vertellen wat het vond van de situatie, en wij kunnen dan zeggen: ‘Wat goed dat je dat tegen me zegt.’ En uitleggen hoe het voor ons was. En daarna samen bespreken hoe we dit de volgende keer samen kunnen aanpakken.

„Door het kind een stem te geven, leert het zijn eigen gevoel herkennen, en voelt het zich serieus genomen. Het meta-gesprek erover draagt bij aan het wederzijds respect in een opvoedsituatie. Daarmee versterk je de relatie.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.