Opinie

Tweede Kamer ging niet in op Hoekstra's suggesties om openheid

Menno Tamminga

Twee topfunctionarissen bij de Amerikaanse centrale bank, de Fed, zijn onlangs afgetreden na onthullingen over hun beleggingen. Die onthullingen kwamen van hen zelf; ze hadden de verplichte formulieren ingevuld met hun vermogen en beurshandel. Een van hen biechtte op dat zijn drukke handel hem soms had afgeleid van zijn echte werk.

Onwillekeurig dacht ik aan Wopke Hoekstra. De demissionair minister van Financiën (CDA) kreeg juist de wind van voren omdat hij te wéínig aandacht had besteed aan zijn belegging in een bedrijfje van een vriend in Afrikaans eco-toerisme. Hoekstra had de belegging verkocht pal vóórdat hij in 2017 minister werd. De Kamer was woest dat de belegging via een belastingparadijs liep. Hoekstra vond, na de onthulling in de Pandora Papers, zelf ook dat hij beter had moeten opletten. In het maatschappelijk debat vielen woorden als ‘gebrek aan moreel kompas’. Terecht?

Hoekstra was voor zijn ministerschap in 2017 partner in het adviesbureau McKinsey. Hoeveel je dan verdient is geen openbare informatie, maar 750.000 à een miljoen euro zou me niet verbazen. In dat laatste geval nam Hoekstra een loonsverlaging van 85 procent om de publieke zaak te dienen. Niet veel topverdieners doen dat.

Ook is duidelijk dat het financieel beheer in huize Hoekstra rammelde. Niemand had kennelijk gezien dat het geld voor een investering in Afrika overgemaakt moest worden naar een vennootschap op de Maagdeneilanden. Dat bleek opeens een hete aardappel toen Hoekstra gevraagd werd als minister. Hij moest toen formateur Mark Rutte (VVD) informeren over zijn zakelijke belangen, en welke ervan hij op afstand zou zetten, buiten zijn eigen beheer – om belangenconflicten te voorkomen. Hoekstra wist toen wel meteen: foute boel. Het regeerakkoord van 10 oktober 2017 leerde hem dat het kabinet-Rutte III (voor Nederlandse begrippen) vergaande maatregelen zou nemen tegen belastingontwijking. De minister in spe belde daags daarna zijn zakenpartner. Hij wilde nú van die Afrikaanse belegging af.

Dat was een rotstreek. Hoekstra nam geen verantwoordelijkheid, maar zadelde zijn zakenvriend op met zijn eigen nalatigheid en dwong hem min of meer op stel en sprong rond 30.000 euro op te hoesten om Hoekstra uit te kopen.

Lees ook:‘Bij corruptie denken we aan verre landen, maar hoe zit het dan met de recente donaties aan CDA, D66 en VVD?’

De minister in spe liquideerde ook zijn andere beleggingen, die gekoppeld waren aan een pensioenregeling van McKinsey. Was hij zó bang voor belangenconflicten? Stond zijn moreel kompas te scherp afgesteld? Alle beleggingen afstoten leek hem zuiverder, zei Hoekstra afgelopen week in de Tweede Kamer. Twee andere ministers, Sigrid Kaag (D66) en Ferd Grapperhaus (CDA), hielden hun effectenportefeuille in 2017 wel aan, maar hevelden het beheer over naar banken, zo blijkt uit de Kamerbrief met de belangen van kabinetsleden.

Hoekstra deed in het Kamerdebat afgelopen week ook suggesties hoe het in de toekomst beter moet met openheid over belangen van bewindspersonen. Je zou, zei hij, ook openheid kunnen geven over de belangen die bewindspersonen hebben afgestoten. Geen van de elf Kamerleden die hem bevroegen, reageerde daar inhoudelijk op.

Een gemiste kans. Meer openheid is juist gewenst. Over de namen van de grootste klanten bijvoorbeeld van nieuwe bewindslieden die topadvocaat (Grapperhaus) of adviseur (Hoekstra) waren. Over giften aan en belangen van Eerste en Tweede Kamerleden zelf. En zeker over de financiering van partijen en verkiezingscampagnes.

Hoekstra had, als deze openheid de norm was, in 2017 al verantwoording kunnen afleggen. Of was hij, zoals die twee Fed-bankiers, afgetreden na zijn eigen onthulling?

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie.