Recensie

Recensie Theater

Drie keer jeugdtheater over de vraag: wie is er de baas?

Jeugdtheater In drie nieuwe jeugdvoorstellingen staan macht en sociale verhoudingen centraal. Wie maakt de dienst uit, en moet je daar naar luisteren? Vooral ‘Koning Bowi’ van Theater Sonnevanck spreekt tot de verbeelding.

Voorstelling De Gouden Koets door Urban Myth.
Voorstelling De Gouden Koets door Urban Myth. Foto Jean van lingen

Tijdens de coronacrisis hebben de meeste theatergezelschappen gewoon doorgewerkt, waardoor nu de podia weer open zijn er een grote hoeveelheid premières in de startblokken stond. Zo ook in het jeugdtheater: de afgelopen tijd brachten bijna alle grote gezelschappen nieuwe voorstellingen uit. In drie van die producties staat op verschillende manieren het thema ‘macht’ centraal: wie heeft het voor het zeggen, en waarom?

In De gouden koets (8+) van Urban Myth wordt het onderwerp besproken aan de hand van de Nederlandse geschiedenis. In de voorstelling ontmoeten een achttienjarige prinses Wilhelmina (Birgit Schuurman) en de Surinaamse jongen Kwadjo (Urvin Monte) elkaar. Kwadjo werd door Wilhelmina’s vader samen met zeventien anderen naar Nederland gehaald en tentoongesteld in de wereldtentoonstelling in Amsterdam van 1883. Nu, in 1898, op de vooravond van de kroning van de nieuwe koningin, bevraagt hij de prinses: waarom word jij straks de heerser over mijn geboorteland, waar je nog nooit geweest bent?

Het is een boeiend uitgangspunt, maar De gouden koets blijft te veel aan de oppervlakte. Jörgen Tjon A Fong slaagt er niet in om een dwingende lijn in de voorstelling aan te brengen: het kabbelende gesprek tussen Wilhelmina en Kwadjo mist urgentie en springt van de hak op de tak. De thema’s worden te letterlijk door de acteurs aan het publiek voorgelegd waardoor er weinig te raden overblijft, en Schuurman en Monte weten in de regie van Tjon A Fong geen diepere lagen in hun personages aan te boren. Bovendien komen de gekozen spelvormen, waaronder een slapstickscène en een spelshow, nogal arbitrair over, waardoor het gevoel van vrijblijvendheid nog wordt versterkt.

De Grote Red Je Reet Show door Maas theater en dans.

Foto Kamerich & Budwilowitz/EYES2

Spelshow

De spelshowvorm wordt consequenter toegepast in De grote red je reet show (6+) van René Geerlings, zijn debuutvoorstelling als artistiek directeur van het Rotterdamse MaasTD. In de gelijknamige spelshow moeten vijf kandidaten met elkaar concurreren om de hoofdprijs te winnen: een levenslange voorraad van hete pepersaus van Mister Pepper, de hoofdsponsor van het programma. Onder begeleiding van een opgewonden showmaster worden de deelnemers tegen elkaar uitgespeeld: hier is geen plek voor onderlinge solidariteit, maar alleen voor een keiharde winnaarsmentaliteit.

De voorstelling moet het vooral van het enorme spelplezier van de cast hebben. De vijf deelnemers (vreemd genoeg allemaal mannen, een castingkeuze die op geen enkele manier inhoudelijk wordt gerechtvaardigd) zijn ontwapenend kwetsbaar: als ze in individuele scènes hun kunsten aan het publiek mogen laten zien weten de spelers prachtig de schoonheid en de lulligheid van deelnemers aan talentenshows te vangen. Hun ontbrekende ‘killer instinct’ wordt doorlopend gelaakt door de geweldige Manon Nieuweboer, die met opplaksnor een heerlijk lompe creatie van de showmaster maakt, en smakelijk haar machtspositie misbruikt door steeds nieuwe regels te verzinnen.

De grote red je reet show is bijzonder vermakelijk, maar weet niet helemaal te overtuigen. Geerlings verliest zich te veel in grappige jingles en spelletjes om de aanzetten over individualisme versus collectiviteit goed uit te werken, en de voorstelling vraagt om een radicaal omslagmoment dat nooit komt. Het spannende gevoel voor anarchie dat zijn eerdere werk zo kenmerkte lijkt de regisseur in dit geval enigszins in de steek te hebben gelaten.

Koning Bowi door Theater Sonnevanck. Foto Sanne Peper

Machtsstrijd op basisschool

In Koning Bowi (4+) van Theater Sonnevanck zijn vorm en inhoud wél perfect in balans. In de voorstelling ontmoeten we Bowi (Bart Sietsema), een jongen die voor het eerst naar de basisschool gaat. Daar ontmoet hij Ruby (Isabelle Kafando) en Zip (Sam van Hulst), twee vrienden die al met elkaar kunnen lezen en schrijven en bovendien een heldere machtsverhouding hebben: Ruby bepaalt wat er gaat gebeuren en Zip gaat daar braaf in mee. Maar Bowi wil eigenlijk zelf de dienst uitmaken: hij wenst zichzelf tot koning en maakt Ruby en Zip tot dienaar. Het is het begin van een steeds verder escalerende machtsstrijd tussen Bowi en Ruby, tot voor Zip eindelijk de maat vol is.

Regisseur Daniël van Klaveren verbindt zo verschillende betekenisniveaus aan elkaar: de manier waarop kinderen ten opzichte van elkaar positie bepalen, en de manier waarop machtsopvolging in de volwassen wereld werkt. Door de opeenvolgende coups die Bowi en Ruby plegen stijgt hun onderlinge ressentiment steeds verder, met Zip als onschuldig slachtoffer. Het is dan ook een prachtig moment als hij uiteindelijk in verzet komt.

Bovendien is de muzikaliteit van Koning Bowi adembenemend. Componist Lucas Wiegerink verwerkt een enorme variatie aan stijlen in de voorstelling, die steeds interessante tegenkleur aan de teksten van Van Klaveren bieden. De spelers combineren zang en spel tot een virtuoos geheel, en percussionist Laura Trompetter voorziet hen van een rijke en steeds verrassende live soundtrack. Koning Bowi is van begin tot eind een feestje.