Illustratie Pepijn Barnard

Interview

Hoe heel de wereld een silent disco aan het worden is

Éric Sadin De Franse tech-filosoof Éric Sadin waarschuwt tegen een te vergaande digitalisering van ons leven. Technologie geeft ons volgens hem het gevoel dat we niemand anders nodig hebben. Juist nu we meer dan ooit online zijn, is het hoog tijd voor een debat: is dit wat we willen?

Zoomen? Nee. Wanneer we hem aan de lijn hebben om een afspraak te maken, doet tech-filosoof Éric Sadin een ander voorstel. „Waarom komt u niet naar mijn vakantieadres? Ik zit in de buurt van Toulouse, op een klein landgoed met een kasteeltje, waar je een kamer kunt huren. Je kunt hier prachtig wandelen.”

Vorige week verscheen de Nederlandse vertaling van zijn boek L’ère de l’individu-tyran (2020): Het tijdperk van de ik-tiran. In een elegante, ietwat ironische stijl beschrijft Sadin hoe de publieke ruimte tegenwoordig gevuld is met 21ste-eeuwers die hun blik op hun scherm gefixeerd houden, airpods in, zonder oog voor anderen. Selfies makend, handsfree bellend. Iedereen in zijn eigen bubbel. De wereld als silent disco. Volgens Sadin zijn we in een ‘collectief isolement’ beland.

Jazeker, zegt Sadin, het individualisme was er al even, maar die trend wordt versterkt door technologie die ons het gevoel geeft dat we niemand anders nodig hebben. En toen deed de pandemie er nog een schepje bovenop.

In september vorig jaar muntte Sadin in een opiniestuk het begrip ‘télésocialité’: ‘samenleven op afstand’, waarbij we volgens hem een deel van onze menselijkheid verliezen. Hij waarschuwt tegen de normalisering van dat ‘masker van pixels’, het computerscherm, als medium voor onze sociale interacties.

Logisch dus dat we die ‘télésocialité’ voor dit interview vermijden. Vier dagen na het telefoontje ontvangt de filosoof in de bibliotheek van het kasteeltje. „Wilt u koffie?” vraagt Sadin, die samen met Bernard-Henri Lévy en Pascal Bruckner behoort tot de Franse mediafilosofen die hun overhemd verder open knopen dan Elvis Presley. „Ik heb de tijd, hier in het kasteel, we hebben geen haast.”

Geeft u weleens een interview via Zoom?

„Jawel. Maar ik ben er niet dol op. Een live interview is minder voorspelbaar, minder controleerbaar. In de 21ste eeuw streven we op alle terreinen naar efficiency, winst, optimalisering en rationalisering. De pandemie heeft deze trend in een stroomversnelling gebracht. Ik werd deze week uitgenodigd door de universiteit van Ottowa voor een lezing. Daarmee bedoelden ze een online lezing, ontdekte ik al snel. Dat werd er niet eens meer bij gezegd, online is kennelijk nu al de norm. Helaas zijn de voordelen van live, dat je elkaar beter begrijpt en meer contact maakt, lastig te kwantificeren.”

Sadin, zo vertelt hij later die dag tijdens een boswandeling in de omgeving van het kasteel, wil als filosoof een ‘diagnose stellen’ van de wereld waarin we leven, in de traditie van Roland Barthes en Michel Foucault. En dat doet hij vaak met korte, bondige zinnen.

‘Economische crises,’ schrijft hij in Het tijdperk van de ik-tiran, ‘versterken een gevoel van onteigening en machteloosheid. Technologie zorgt juist voor het gevoel oppermachtig te zijn’.

We voelen ons volgens Sadin niet gezien in de echte wereld, maar wel geliked en geliefd aan de andere kant van het scherm. Logisch dat we onze blik zelfs op straat ‘ononderbroken en geobsedeerd’ op die smartphone gericht houden, alsof er geen andere voetgangers zijn.

In dit boek analyseert u de digitale revolutie in samenhang met maatschappelijke ontwikkelingen. Waarom heeft u, na uw boeken over algoritmes en kunstmatige intelligentie, ditmaal de pet van socioloog opgezet?

„Ik wil beschrijven hoe wij allemaal, ook u en ik, in de val gelopen zijn. En dat kun je niet alleen maar verklaren met technologiekritiek. We zijn het product van een politieke en sociale geschiedenis die, sinds we in de jaren tachtig de neoliberale weg zijn ingeslagen, vooral uit teleurstellingen bestaat. Het vertrouwen in elkaar en in de politiek is afgebrokkeld, het gevoel van ongelijkheid gegroeid.”

Vanaf de millenniumwisseling, schrijft u, gaven het internet en het mobieltje het individu geleidelijk weer een gevoel van macht.

„In de jaren tachtig en negentig zag je al technieken ontstaan die het individualisme in de hand werkten: de videorecorder voor gepersonaliseerd entertainment, de magnetron om je eigen maaltijd op te warmen. Gereedschappen die ons hielpen de werkelijkheid naar onze hand te zetten. Daarna volgden het internet en de mobiele telefoon en, rond 2010, de sociale netwerken. Facebook streelde onze ego’s met likes, op YouTube kunnen we onze video’s delen met de hele wereld. In 2006 riep Time “You” uit tot persoon van het jaar. Apple hanteert het prefix ‘i’ in al zijn productnamen: iPhone, iPad, iMac. Op Twitter kan iedereen het gevoel krijgen dat hij meepraat met de groten der aarde. Zo kan het individu dat zich verpletterd voelt in de echte wereld, achter zijn scherm een tweede leven leiden. Het internet heeft het individu de illusie van status en macht geschonken.”

Het gaat hem niet om tech-kritiek, legt Sadin uit. Hij wil de menselijke conditie beschrijven en verbanden leggen tussen schijnbaar losstaande zaken. Zo ziet hij in selfies, hoodies en elektrische steps eenzelfde trend: de opsluiting in de eigen cocon, en ontkenning van de ander.

In een opiniestuk in Libération, vorig jaar september, waarschuwde hij tegen de totale digitalisering van ons leven. Thuiswerken is vooral goed voor de werkgever, schreef hij, niet voor de werknemer. Een gezonde scheiding van werk en privé gaat zo verloren.

In zijn allernieuwste boek, Faire sécession. Pour une politique de nous-mêmes (Afscheiden. Voor een politiek van onszelf) dat deze maand in Frankrijk verschijnt, gaat de denker nog een stap verder. Hij voorspelt hoe de trend van thuiswerken de al bestaande sociale ongelijkheid nog verder kan vergroten. Met enig gevoel voor overdrijving trekt hij de nu zichtbare lijnen door naar een nabije toekomst, in passages die soms doen denken aan de romans van Michel Houellebecq.

De huidige trends van thuiswerken en ‘télésocialité’ zullen volgens Sadin leiden tot een verdeling van de samenleving in drie klassen. Voor de bovenklasse, de managers en vrije beroepen die dankzij de technologie op het platteland kunnen gaan wonen, betekent digitalisering vrijheid. Deze ‘premium’ professionals, zoals Sadin ze noemt, wonen in grote huizen en kunnen ‘s ochtends gaan tennissen voordat ze aan het werk gaan. Terwijl ze een uurtje vergaderen via Zoom groeien de verse groenten in de tuin.

De tweede groep noemt Sadin de ‘economy class’: het zijn de thuiswerkers met middeninkomens, die door hun managers via schermen in de gaten gehouden worden. Hun productiviteit wordt via technologie gecontroleerd. Ze wonen in kleinere huizen en hebben te maken met een ongezonde mix van werk en privé. De kans op een burn-out is groot.

Tot slot is er de derde klasse, die Sadin aanduidt als het ‘gemaskerde legioen’. Het zijn de mensen die fysiek aanwezig moeten zijn op hun werk. Schoonmakers, chauffeurs, bezorgers, verplegers, werknemers van Amazon. Zij verrichten het zwaarste werk en verdienen de laagste lonen. Hun werkzaamheden worden bepaald door algoritmes. Deze ontwikkeling voltrekt zich volgens de filosoof geheel buiten het oog van de politiek. Daarom roept hij in Faire sécession op tot politiek bewustzijn, burgerschap en mobilisatie.

U bent het niet eens met tech-critici als Shoshana Zuboff die stellen dat we in een tijd van ‘surveillance capitalism’ beland zijn. Waarom niet?

„De nieuwe trend is niet surveilleren maar begeleiden. Ik schreef al meer dan tien jaar geleden over het verzamelen van persoonsgegevens voor marketingdoeleinden. De toekomst is welzijn-management, vaak met onze instemming. We autoriseren de technologie om ons welzijn te vergroten. Bijvoorbeeld, je zelfrijdende auto kan straks gaan opmerken dat je er moe uitziet en zeggen: Éric, je hebt gisteren te veel wijn gedronken, ik breng je naar een apotheek. Wil je je stoel in siësta-stand? Of zal ik je naar een motel brengen? Dat is geen surveillance, dat is welzijn-management. Het is belangrijk om dat verschil te zien, want het is een nieuw paradigma: de tech-industrie organiseert onze levens op een schijnbaar aangename, moeiteloze, comfortabele wijze.”

Is daar eigenlijk wat mis mee ?

„Niet per se, maar ik vind wel dat de tech-industrie de afgelopen twintig jaar veel te onbelemmerd haar macht over onze levens heeft kunnen vergroten. Daarom schrijf ik boeken over datacollectie, kunstmatige intelligentie en de ‘anticipatiesamenleving,’ waarbij technologie ons gedrag gaat voorspellen. Over technologie die collectief isolement en vervreemding in de hand werkt. Dat heeft grote gevolgen voor onze levens en het is dus tijd voor een breed maatschappelijk debat.”

Dan stelt Sadin voor te gaan wandelen: „Het begint al bijna donker te worden.”

Na de wandeling wordt er gedineerd en rode wijn gedronken, wat uitmondt in een YouTube-sessie met Franse popmuziek. Tegen het einde van de avond staat Sadin, die wel wat weg heeft van chansonnier Serge Gainsbourg, op energieke en ietwat excentrieke wijze te dansen. En ja, dan wordt het tijd hem gelijk geven: het is leuker elkaar in het echt te ontmoeten.

De volgende morgen, bij het ontbijt, is het tijd voor een laatste vraag.

In Libération stelt u dat we door de pandemie een sprong in de tijd hebben gemaakt, ‘alsof de mensheid opeens in een nieuw stadium is beland’. Kunnen we nog terug naar de oude wereld?

„Ja. Ik denk dat een van de grote thema’s van de komende jaren zal zijn: de terugkeer naar het zintuiglijke. Nu we allemaal alleen achter ons scherm zitten, kunnen we in een collectieve depressie belanden. En dan kan er een keerpunt komen. Een moment dat we zeggen: we stikken, we kunnen er niet meer tegen. En dan zal nieuw gedrag ontstaan. Dan gaan mensen samenwerken om alternatieven te ontwikkelen. Kleinschalige coöperatieven, ambachtelijke projecten. Ik ben geen helderziende en het staat nergens geschreven dat het gaat gebeuren, maar ik denk dat het kan. Omdat het menselijk is.”