Mismatches op arbeidsmarkt voorkomen: de hoofd-aardbeienplukker kan prima aan de slag als teamleider

Arbeidsmarkt Werkgevers vinden via hun werving slechts een deel van het personeel dat ze nodig hebben. Om mismatches op de arbeidsmarkt te voorkomen is misschien wel een revolutie nodig.

Het bleek nog lang niet makkelijk voor een direct mailbedrijf om een nieuwe teamleider te vinden. Geen enkele kandidaat voldeed aan de gewenste productie-ervaring. Totdat het bedrijf de functie-eisen in de vacature losliet en ging zoeken naar iemand die goed mensen kan aansturen en met verschillende nationaliteiten overweg kan. Zo kwam een werkzoekende in beeld die jarenlang hoofd-aardbeienplukker was geweest in Frankrijk. Daar leidde hij een internationaal team plukkers. De man bleek goed te passen.

Niet kijken naar de specifieke opleiding of expertise van een werkzoekende, maar naar vaardigheden, of skills. Dát is volgens Ton Wilthagen, hoogleraar arbeidsmarkt in Tilburg, de toekomst van werving en aanbod van personeel. Hij is er fervent voorstander van en noemt het „een revolutie op de arbeidsmarkt”.

En misschien is die revolutie ook wel nodig. Voor het eerst in vijftig jaar, sinds het CBS er cijfers over bijhoudt, zijn er meer vacatures dan werklozen in Nederland. Afgelopen kwartaal stonden tegenover iedere 100 werklozen 106 vacatures. Vooral in horeca, zorg, ict en detailhandel zijn personeelstekorten.

Werkgevers vinden via hun werving slechts een deel van het personeel dat ze nodig hebben. Ze letten daarbij meestal primair op opleiding, werkervaring en specifieke expertise. Omgekeerd kijken werkzoekenden alleen naar banen die aansluiten bij hun opleiding of ervaring.

Mismatch

De mismatch die deze beperkte manier van zoeken oplevert, is een groot probleem, zegt Wilthagen. Het raakt immers niet alleen individuele werkgevers en werkzoekenden. „Als producten en diensten niet meer kunnen worden aangeboden, is dat ontwrichtend voor de hele samenleving.” De hoogleraar waarschuwt voor een ‘kraptecrisis’, waarbij restaurants, winkels en scholen dicht blijven wegens gebrek aan personeel, de technici ontbreken om de energietransitie gestalte te geven en wachtlijsten in de zorg nog langer worden.

Mensen zijn veel meer dan enkel hun opleiding en werkervaring, vindt ook uitkeringsinstantie en banenbemiddelaar UWV. Ervaring die bijvoorbeeld is opgedaan via vrijwilligerswerk of in een andere sector kan een kandidaat ook heel geschikt maken voor een functie. In navolging van enkele meer regionale initiatieven, zoals House of Skills in Amsterdam en Passport for Work in Eindhoven, werkt het UWV nu aan een systeem om beroepen te ontleden in competenties. Dat moet helpen om werkzoekenden in beeld te krijgen voor functies die nu nog niet voor de hand liggen, maar waarvoor ze wel de vaardigheden of aanleg hebben.

Dit systeem, CompetentNL, onderscheidt vaardigheden als samenwerken, omgaan met spanning, plannen en organiseren. Zo wordt inzichtelijk gemaakt waar overeenkomsten bestaan tussen kwaliteiten van kandidaten en functiecompetenties, en of een overstap kansrijk mogelijk is. In zijn ‘Dashboard skills en beroepen’ geeft het UWV nu al inzicht in „taken en soft skills” die bij sommige beroepen horen. Daarvoor heeft het nu zo’n 50 beroepen ontleed. Eind dit jaar moeten dat er 85 zijn.

Daphne Mol (51) werkt als doktersassistent bij een huisartsenpraktijk in Amsterdam

Foto Dieuwertje Bravenboer

„Ik belandde per toeval in de horeca. Ooit begon het als een bijbaantje, naast een studie politicologie. Die studie heb ik nooit afgemaakt. Ik had faalangst. Ik kon me in het eerste jaar al druk maken over de scriptie in het laatste jaar.

„Zestien jaar lang had ik een tapasbar in Amsterdam-Zuid. Ik had er plezier in maar ik had nooit rust. Ook op vakantie werd ik nog gebeld. Uiteindelijk ging mijn zaak failliet. Ik kwam in de schuldsanering. In 2020 kwam ik thuis te zitten met een uitkering. Met dat thuiszitten was ik na een paar dagen alweer klaar. Ik wilde gewoon werken.

„Via het UWV kon ik een omscholingstraject doen voor een beroep in een ‘kraptesector’ [met goede baankansen]. Ik deed verschillende persoonlijkheids- en intelligentietesten, waardoor ik meer inzicht kreeg in waar mijn kwaliteiten liggen. Zo realiseerde ik me dat ik mijn ervaring in de horeca, zoals omgaan met mensen, ook goed kan toepassen in de zorg.

„Omdat ik de assistent van mijn eigen huisarts zo’n fijne man vond, heb ik die eens gebeld om te informeren en rondgevraagd bij vrienden die in de zorg werken. In december 2020 begon ik met de opleiding om doktersassistent te worden. Ik studeerde elke dag. Mijn 13-jarige zoon zei: „Als jij aan tafel aan het werk was, dan mocht ik niet tegen je praten.

„Toen ik stage ging lopen, wist ik zeker: dit pas echt bij me. Ik vind het fijn om mensen te helpen. Ook houd ik van de afwisseling. In de horeca wist ik ook nooit wat de dag zou brengen. Werken met wisselende omstandigheden past bij mij. Bovendien helpt het dat ik wat ouder ben. Ik heb levenservaring, ik schrik niet zo snel ergens van.

„Al twee maanden voor ik mijn studie afrondde, tekende ik een contract. Ik kon zelfs kiezen: er waren twee praktijken die me graag wilden hebben. Eerst zat ik werkloos thuis, en nu vochten ze om me. De studie was zwaar, maar ik kan nu wel zeggen dat ik echt trots op mezelf ben.”

Norhan Alsheikh Hidar (48) werkt als scheikundedocent voor havo en vwo op het Dr. Nassau College Quintus in Assen

Foto Dieuwertje Bravenboer

„In Aleppo werkte ik als apotheker. Het is dan belangrijk dat je behulpzaam en geduldig bent, veel herhaalt en goed luistert naar wat mensen je vertellen. Het was een drukke baan, maar dat was niet erg. Ik vind het leuk om mensen goed te helpen, ik ben een sociaal mens.

„Toen ik in december 2014 met mijn man en dochter uit Syrië naar Nederland vluchtte, wilde ik graag snel mijn leven weer oppakken. Ik leerde Nederlands, slaagde voor mijn inburgeringsexamen en begon met vrijwilligerswerk. Ik kon hier niet als apotheker aan het werk, mijn diploma’s werden niet erkend. Ik kon zelfs geen assistent worden. Daarvoor zou ik eerst weer drie of vier jaar naar de universiteit moeten. Dat wilde ik niet, ik had al zo veel ervaring.

„Via een vriend hoorde ik over het traject Statushouders voor de Klas, van stichting voor vluchteling-studenten UAF. Ik begon in 2019 met het programma op de Hogeschool Windesheim in Zwolle en deed later nog een vervolgopleiding. Sinds augustus heb ik een baan als scheikundedocent op een school in Assen. Ik heb mijn baan zelf gevonden.

„Ik bereid mijn lessen goed voor. Als ik voor de klas sta, weet ik precies wat ik ga doen. Scheikunde is een fantastisch vak. Het is eigenlijk de kern van het leven: alles bestaat uit stoffen. Het is leuk om leerlingen uit te leggen hoe water is opgebouwd of hoe het periodiek systeem werkt.

„Ik mis mijn ouders en vrienden in Syrië. Je kunt je moederland nooit vergeten natuurlijk, maar ik ben nu hier en ik ben gelukkig met mijn gezin. Mijn dochter van achttien is begonnen met de studie Europese talen en culturen. Het leven gaat door. Ik ben Nederlander nu.”

Luc van Vlokhoven (24) werkt als developer bij een start-up in Amsterdam

Foto Dieuwertje Bravenboer

„Op de middelbare school – ik deed tweetalig vwo – was ik totaal niet gemotiveerd. Het onderwijssysteem paste gewoon niet bij mij. Ik wilde niet de hele dag luisteren naar iemand die me vertelt wat ik moet doen. Na vier jaar stopte ik ermee.

„Zonder diploma kon ik alleen naar het mbo. Ik begon een opleiding aan het scheepvaart- en transportcollege STC in Rotterdam. Ik zou machinist worden in de waterbouw. Aan het eind van de studie kon ik geen stageplek vinden. Door de automatisering van schepen is er steeds minder werk, en dus zijn er ook geen stages.

„Toen ik hoorde over CoDam, een gratis programmeeropleiding in Amsterdam, leek het bijna te mooi om waar te zijn. Ik kon daar leren programmeren zonder middelbareschooldiploma. Ik was altijd al goed in logische vakken, zoals wiskunde en natuurkunde. En ik zat veel achter de computer.

„Voordat je echt mag beginnen, is er een toelatingsmaand. Ik stond elke dag om 5 uur ’s ochtends op en kwam pas om 9 uur ’s avonds thuis. Ik wilde het zó graag. Het voelde als een laatste kans, ik had er alles voor over.

„In 2018 begon ik met CoDam. In het schoolgebouw is een grote ruimte met iMacs. Je gaat zitten en begint aan een online project. Als je vragen hebt, stel je die aan je medeleerlingen. Er zijn geen docenten en iedereen doet het op zijn eigen tempo. Het programmeren ging eigenlijk vanzelf, omdat we de hele dag met elkaar over de projecten praatten. Eindelijk maakte ik vrienden.

„Nu heb ik voor het eerst in mijn leven een diploma. Het voelt goed, maar ik ben ook iemand die weet dat je niet per se een diploma nodig hebt om ergens te komen in de wereld. Ik kreeg al een baan als developer voordat ik klaar was met de studie.”