Bosbranden van Maori’s zijn terug te zien in ijs op de Zuidpool

Geofysica Precies in de tijd dat Maori's grote bosbranden stichtten in Nieuw-Zeeland, neemt het roet in de ijslagen van Antartica sterk toe.

Onderzoeker Robert Mulvaney met een van de Antarctische ijskernen die roetsporen bevat van de Marori-bosbranden in de dertiende en veertiende eeuw.
Onderzoeker Robert Mulvaney met een van de Antarctische ijskernen die roetsporen bevat van de Marori-bosbranden in de dertiende en veertiende eeuw. Foto Jack Triest

De Maori verbrandden sinds hun aankomst op Nieuw-Zeeland (ca. 800 jaar geleden) daar de bossen op zo’n grote schaal dat de effecten meetbaar zijn op Antarctica, ruim 7.000 kilometer verderop. Dat blijkt uit onderzoek van een internationaal team van geofysici, woensdag gepubliceerd in Nature.

Nieuw-Zeeland is een van de laatste gebieden die door de mens gekoloniseerd werd . In de dertiende eeuw kwamen de Maori vanuit Oost-Polynesië per kano aan in Nieuw-Zeeland. De eilanden waren destijds voor zo’n 90 procent bedekt met bos. Vrijwel direct na hun aankomst begonnen de Maori de dichte bossen op grote schaal te verbranden. Zo konden ze er doorheen bewegen om te jagen en creëerden ze ruimte om voedsel te verbouwen, bijvoorbeeld zoete aardappel, taro of yam. Tegenwoordig is nog maar een kwart van Nieuw-Zeeland bedekt met bos.

Roetconcentratie

Bij die bosbranden komt roet vrij, net als tegenwoordig bij het verbranden van fossiele brandstoffen. De aanwezigheid van roetdeeltjes in de atmosfeer is – na de uitstoot van koolstofdioxide – de grootste klimaatinvloed van menselijke activiteit. Onder andere doordat deze zwarte deeltjes zonlicht absorberen en daardoor de atmosfeer verwarmen. De branden door de Maori blijken op zo’n grote schaal te hebben plaatsgevonden dat de roetconcentratie in de atmosfeer op grote delen van het zuidelijk halfrond sterk verhoogd werd. Dit tonen de onderzoekers aan met behulp van ijskernen uit Antarctica. De roetdeeltjes die vrijkwamen bij de branden legden door de wind grote afstanden af en sloegen neer op Antarctica, waar ze in de ijslagen zijn opgeslagen. Temperatuurverschillen door het jaar heen zorgen voor een herkenbare seizoensvariatie in sneeuwsamenstelling. Daardoor konden de onderzoekers jaarlagen tellen in ijskernen. Op die manier is achterhaald hoeveel roet is neergeslagen en wanneer.

Vervolgens hebben de onderzoekers met behulp van atmosfeermodellen berekend waar dit roet vandaan kwam. Roetdeeltjes blijven relatief kort in de atmosfeer hangen, slechts enkele weken, dus de deeltjes moeten binnen die tijd Antarctica bereikt hebben. Er bleven drie kandidaatregio’s over: Tasmanië, Patagonië en Nieuw-Zeeland. De eerste twee konden uitgesloten worden. Daar werd destijds niet genoeg verbrand, blijkt uit houtskool-overblijfselen uit die tijd.

De inheemse volken in Tasmanië en Patagonië verbrandden sowieso veel minder dan de Maori. In deze twee regio’s hangt de hoeveelheid bosbranden veel nauwer samen met klimaatvariaties, wat wijst op natuurlijke bosbranden. De roetpiek begint te ontstaan in het jaar 1297, precies in de periode dat de Maori Nieuw-Zeeland bevolkten.

Lees ook: Wilde natuur bestaat al 12.000 jaar niet meer

Volgens Toon van Meijl, hoogleraar culturele antropologie aan de Radboud Universiteit en gespecialiseerd in de Maori, zijn de bosbranden aangestoken door de Maori enorm uit de hand gelopen: „Archeologen omschrijven het als een ecologische ramp. De branden hadden gigantische implicaties voor de natuur. Er zijn meer dan 35 vogelsoorten uitgestorven, waaronder veel soorten van de beroemde Moa-vogel. Ook veel vissen stierven uit”. De Maori hadden niet gepland om op zó’n grote schaal brand te stichten, volgens Van Meijl. „Het sluit niet aan bij het wereldbeeld van de Maori. Ze hebben een evenwichtige relatie met de natuur. Zij vinden de mens niet boven de natuur staan, zoals wij in het Westen sinds de verlichting vinden. De Maori voelen de aanwezigheid van hun voorouders in de natuur. Je gaat niet je eigen voorouders platbranden.”

Dit is niet het eerste onderzoek dat laat zien dat de mens ook al voor de industriële revolutie zijn stempel op het het wereldwijde milieu drukte. In 2018 toonden onderzoekers van de Universiteit van Oxford bijvoorbeeld aan dat loodemissies tijdens oorlogen in het Romeinse Rijk terug te zien zijn in Groenlands ijs. Eerste auteur van de Maori-studie, Joseph McConnell, zegt hierover in een persbericht van zijn instituut, het Desert Research Institute in Nevada: „Zelfs de meest afgelegen plekken op aarde waren niet per definitie ongerept voor de industriële revolutie.”