Biodiversiteitstop worstelt met vage doelen en beloften

Doelstellingen Al sinds de jaren negentig werken de VN aan een verdrag om de teloorgang van biodiversiteit – de rijkdom van het leven op aarde – te keren. Deze week is er een nieuwe top. De doelen van tien jaar terug zijn niet gehaald. Gaat het nu anders?

Kan de mens de teloorgang van de natuur en het uitsterven van soorten nog keren? De afgelopen jaren gaat de leefomgeving in een ongekend snel tempo achteruit, door ontbossing, overbevissing, vervuiling en klimaatverandering. Dier- en plantsoorten sterven in verhoogd tempo uit. Behalve een onomkeerbaar verlies op zichzelf, betekent de verstoring en teloorgang van ecosystemen uiteindelijk ook een crisis voor de mens, die er immers van afhankelijk is voor zijn voedsel, vers water en schone lucht.

Net als over de klimaatverandering, die andere grote bedreiging, organiseren de VN over dit biodiversiteitsverlies een internationaal overleg, dat teruggaat op de befaamde Earth Summit in Rio de Janeiro in 1992. Bijna alle landen ter wereld doen mee aan deze Convention of Biological Diversity. Deze week wordt de vijftiende editie gehouden in de Chinese stad Kunming. In een grotendeels digitale bijeenkomst worden de oude doelen geëvalueerd die in 2010 in het Japanse Aichi waren afgesproken voor 2020. Ook worden de doelen van 2030 alvast besproken. Volgend jaar, eind april 2022, worden die op een live conferentie in Kunming vastgelegd.

De uitkomst van de evaluatie van de oude ‘Aichi-doelen’ staat al vast. In het eind vorig jaar verschenen rapport Global Biodiversity Outlook 5 wordt ijskoud vastgesteld dat de meeste daarvan niet en een paar slechts gedeeltelijk zijn gehaald. Die doelen kwamen neer op minder bedreiging van biodiversiteit en meer bescherming van ecosystemen.

Zelfs met de realistische doelen is in tien jaar tijd nauwelijks een begin gemaakt

Inmiddels is driekwart van de natuurgebieden op land en twee derde van de wereldzeeën aangetast door mensen, blijkt uit een rapport van 1.800 pagina's van het wetenschappelijk biodiversiteitspanel van de Verenigde Naties (IPBES) uit mei 2019. Vorig jaar stelde de Zwitserse herverzekeraar Swiss Re in een rapport dat een vijfde van de landen te maken krijgt met ecologische ineenstorting als de biodiversiteit verder daalt.

Lees ook: ‘Kunming’ moet voor biodiversiteit worden wat ‘Parijs’ is voor het klimaat

Het maakt dat de wereld in Kunming de ambities verder wil opschroeven, blijkt uit het concept-akkoord: in 2030 zou maar liefst 30 procent van land- en wateroppervlak beschermd moeten zijn, pesticidegebruik zou met twee derde moeten zijn teruggedrongen, voedselverspilling gehalveerd. Ook subsidies die natuurvernietiging in de hand werken, zoals voor mijnbouw, bomenkap, fossiele brandstoffen of intensieve landbouw, moeten substantieel zijn teruggedrongen. Het versneld uitsterven van soorten moet worden gestopt, of ten minste teruggedrongen. Nog een doel is het verminderen van de broeikasgassenuitstoot met 10 gigaton per jaar door ecosysteemherstel, zoals het aanplanten van bomen.

Moeilijk uitvoerbaar

Volgens het rapport Global Biodiversity Outlook 5 was het belangrijkste probleem met de doelen van 2010 simpel: ze waren te weinig concreet, wat uitvoering én evaluatie ervan moeilijk maakt. Zelfs met de min of meer realistische doelen is in tien jaar tijd nauwelijks een begin gemaakt.

Ook in 2010 was het al een doel dat in 2020 niet langer beloningen en subsidies zouden worden verstrekt die biodiversiteit kunnen schaden. Niets van terecht gekomen, volgens Outlook 5. Overbevissing en ontbossing worden dus nog altijd gestimuleerd met overheidsgeld.

Sommige doelen uit 2010 waren sowieso onmogelijk. „Een daarvan was bijvoorbeeld dat de hele landbouw verduurzaamd moest worden. Dat is geen doel dat met biodiversiteitsbeleid alleen kan worden gerealiseerd”, zegt Marcel Kok, die vanuit het Planbureau van de Leefomgeving nauw betrokken is bij de biodiversiteitsverdragen.

Ook was er een gebrek aan concrete streefgetallen, die er bij het Parijsakkoord over het klimaat wél zijn, met de limiet van 2 graden temperatuurstijging. In het biodiversiteitsverdrag werden hierdoor „landen te weinig aangesproken op hun individuele verantwoordelijkheid”, aldus Kok.

In de conceptverklaring van Kunming zijn sommige doelen weliswaar meetbaarder, maar opnieuw is nu niet duidelijk hoe landen ze zullen bereiken.

Welke biodiversiteitsdoelstellingen zijn gehaald?

Niet alleen milieuorganisaties zijn verontrust. Elf grote bedrijven, waaronder kledingbedrijf H&M en voedselconcern Unilever, noemden de Biodiversiteitstop maandag in een open brief de „laatste kans” om het tij te keren. Ook zij noemen de conceptdoelen van Kunming voor de komende tien jaar „te vaag”. Ze zeggen te vrezen voor „een dode planeet”.

Lees ook: ‘Kunming’ moet voor biodiversiteit worden wat ‘Parijs’ is voor het klimaat

Landen zullen de doelstellingen komende maanden verder uitonderhandelen. Kok: „Belangrijk daarbij is dat landen niet gaan ‘shoppen’ tussen de doelen. Als je bijvoorbeeld goed voor je nationale soortenrijkdom zorgt, maar tegelijk investeert in niet-duurzame projecten in het buitenland, ben je alsnog onverantwoord bezig.”

Een groot probleem bij biodiversiteitsbescherming is meetbaarheid. Want waar in de klimaatwetenschap het atmosfeergehalte van CO2 en andere broeikasgassen kunnen worden gebruikt als indicator, is er bij de veelvormige en complexe achteruitgang in biodiversiteit niet zo'n enkele mondiale indicator.

Over de precieze uitvoering van 'Kunming' zal dan ook nog veel worden gediscussieerd. Kok: „Die 30 procent bescherming van het land- en zee oppervlak kun je heel strikt nemen, door alleen naar echte natuurgebieden te kijken. Maar je kunt het ook ruimer zien: dat natuurvriendelijke landbouw bijvoorbeeld ook meetelt. Dan komen we in Nederland al een stuk dichter bij de streefwaarde.”