Opinie

Mildheid in tijden van lange tenen-vrees en maatschappelijk perfectionisme

Karel Smouter

De ene sensitivity reader is de andere niet, kon je denken bij het artikel in NRC afgelopen weekend waarin te lezen was hoe een ‘refolobby’ voor censuur in schoolboeken zorgt. Professionals die een boek op gevoeligheden scannen zijn intussen bij uitgevers van literatuur voor volwassenen een „gangbaar fenomeen”, signaleerde deze krant al eens. Erg gevoelig ligt dat niet.

Tegelijk pakte de krant dus groot uit met een verhaal over hoe schoolboekenauteurs en -illustratoren allerhande oekazes krijgen opgelegd door uitgeverijen die liever niet voor iedere subgroep aparte boeken naar de drukpers sturen. Zeker het ‘Meldpunt voor gevoelige onderwerpen’ van uitgeverij Malmberg waarvan het stuk melding maakte klinkt haast vreemder dan fictie. Dat op dusdanig draconische wijze getracht wordt op niemands tenen te trappen is beslist nieuws.

Toch zullen de betrokken schoolboekenuitgevers dit weekend ook even aan het Amerikaanse gezegde damned if you do, damned if you don’t hebben gedacht. Want, zouden ze kunnen denken: als ze niet hiermee in NRC waren beland, dan wel met een illustratie die tegen het zere been bleek van een minderheid waarop ze van tevoren niet bedacht waren.

Hoe zo’n proces in zijn werk gaat leerde ik dit weekend van een bekende die kunstprojecten in de openbare ruimte begeleidt.

Het gedonder begint meestal op een besloten Facebookgroep voor omwonenden, vertelde hij me. „Dan stapt iemand naar een regionale krant. Die komen vervolgens met een eerste bericht: ‘Ophef over kunstwerk’, waar ze een peiling onder plaatsen. Het tweede bericht kopt dan: ‘Meerderheid inwoners tegen komst nieuw kunstwerk’. Daarna kun je het draagvlak wel vergeten.”

Ik vermoed dat vrees voor dit soort processen ook een rol speelt bij uitgevers die ‘meldpunten voor gevoelige onderwerpen’ optuigen en sensitivity readers aanstellen. Alles, van een schoolboek tot gedichtenbundel, kan door wat ophef tot publieke ruimte worden gepromoveerd.

Nu monden columns over lange tenen-vrees meestal uit in de verzuchting dat we “net als vroeger” weer “gewoon moeten kunnen zeggen waar het op staat”. Laat ik daarom eens een andere bal opwerpen. Wat als we de moderne beslistheid om rekening te willen houden met de gevoelens van anderen nu eens koppelen aan mildheid wanneer het tóch misgaat? Want het onderliggende probleem lijkt hier het maatschappelijk perfectionisme dat in onze cultuur geslopen is.

Een scherpe cartoon is tegenwoordig meteen een moreel affront, zoals NRC-ombudsman Sjoerd de Jong dit weekend opmerkte, in plaats van een nu eens wat meer en dan weer wat minder geslaagde poging tot commentaar.

Ik zou ons allen dan ook een zekere ontspanning toewensen. Van de refo die zijn eigen wereldbeeld een schoolboek voor algehele consumptie in probeert te drammen tot de liberaal die de vrijheid van diezelfde refo om het reformatorisch onderwijs naar eigen inzicht te organiseren aan banden wil leggen. Want niemand is helemaal vrij van een wereldbeeld. Noch van de wens om die in de wereld weerspiegeld te zien. Wat dat betreft kunnen we elkaar - het mag weer na anderhalf jaar anderhalve meter - in elk geval de hand schudden.