Recensie

Recensie

Knisperend vitale live-jazz op Mondriaan Festival

Jazzfestival Op een knisperende live-editie had het Mondriaan Jazz Festival weer concerten op meerdere podia. Daarop veel nieuwe Europese namen wiens doorbraak stagneerde door de coronastilte.

Yussef Dayes op het Mondriaan Jazz Festival.
Yussef Dayes op het Mondriaan Jazz Festival. Foto Maarten Ederveen

Haar wang ligt tegen de klankkast van de elektrisch versterkte harp, haar neus en kroeshaar leunen in de snaren. Minutenlang spinnen haar vingers arpeggio’s in lichte, etherische klanken. Een verlegen knikje naar de band (keyboard, drums, sax) breekt de betovering. De Caribisch-Belgische Nala Sinephro uit Londen verplaatst haar aandacht nu naar de modulaire synthesizer. Aan de knoppen trekt ze met haar band plots een massieve geluidsmuur op: zompige, aanzwellende synthpulsen, trippy ritmes waarover de sax improviseert. Wat een machtige tegenstelling.

Sinephro was dit weekend een van de opvallendste namen op het Mondriaan Jazz Festival in Den Haag. Met sinds lange tijd weer internationale artiesten in het blokkenschema was het - na een digitale editie vorig jaar - een nu weer knisperend vitaal live-evenement met meerdere podia. Daarop vooral nieuwe Europese moderne jazznamen van wie de doorbraak stagneerde door de coronastilte (plaat uit, maar tournees afgezegd) voor een jong publiek. Alom voelbaar, na de lange festivalstilte: de overdonderde beleving van zoveel muziek aaneen.

Levendig was het door Mondriaan geïnitieerde duet tussen twee grote Amerikaanse namen, bassist Christian McBride en pianist Jason Moran. Terwijl live-action painter Easton Davy linksvoor in de grote zaal zijn streken zette, werd het een concert even funky pakkend als grillig in impro. Met name Moran was er voor in. Halsbrekende duikelingen, donder in het lage register en dan weer samen formidabel in cadans.

Christian McBride en Jason Moran op het Mondriaan Jazz Festival. Foto Maarten Ederveen

Het Belgische zestal John Ghost viel op in de kleine zaal. Van Steve Reich tot Nils Bärtsch’ Ronin, het was allemaal terug te horen in hun jazzamalgaam vol minimal, repetitieve patronen en elementen uit de progrock. Diezelfde ruimdenkende wildplukkerij in genres was te horen bij de Zweedse saxofonist Otis Sandsjö. Zijn Berlijnse kwartet Y-Otis schoot in een kring met scherp: tegendraads of toch weer mengend.

De hoge verwachtingen van Britse formatie Kokoroko met drie vrouwelijke blazers werden helaas niet ingelost: te tam. Maar drummer Yussef Dayes, zittend op een verhoging een cool-nonchalante verschijning met zijn mutsje, dreads en wit grafisch outfit, maakte zijn favorietenrol waar. Grime en broken beats uit Zuid-Londen vormen de voedingsbodem van zijn beatsvuur. Misschien nu niet met gedroomde begeleiding (Rocco Palladino ontbrak), maar van Dayes’ loeistrakke beats als morsecodes kreeg het publiek geen genoeg.