Reportage

Verkiezingen in Irak: Verdeelde Irakezen willen geen verdeelde staat meer

Verkiezingen De volkswoede over corruptie en wanbestuur was zo groot dat Iraakse demonstranten in 2019 politiekogels trotseerden om de premier ten val te brengen. Zondag zijn er eindelijk nieuwe verkiezingen. Maar activisten geloven niet dat die iets zullen veranderen.

Teeba Saad (links) en Hammoudi Abdul Jabbar zijn sceptisch over de Iraakse verkiezingen van zondag.
Teeba Saad (links) en Hammoudi Abdul Jabbar zijn sceptisch over de Iraakse verkiezingen van zondag. Foto Melvyn Ingleby

Op een woensdagavond treffen tien Irakezen elkaar in een vervallen woning aan de Abu Nawas boulevard in Bagdad, aan de oevers van de Tigris. Ze hebben afgesproken voor een debat over een nogal complexe vraag: hoe moet de Iraakse protestbeweging zich verhouden tot de verkiezingen van deze zondag?

„We proberen een gezamenlijke lijn te vinden”, zegt Kamal Jabbar, de organisator van de ontmoeting, die al jaren bezig is diverse Iraakse oppositiebewegingen bijeen te brengen. „Dat valt niet mee”, zucht hij. „Want niemand is het met elkaar eens.”

De avond begint hoopvol. Samira Nasir en Ihlas Waseel, twee vrouwen van middelbare leeftijd, zijn als eerste aangekomen en hebben het over de steeds grotere rol van vrouwen in de Iraakse politiek. „Sinds we de straat opgaan tegen de regering durven wij ons ook op andere vlakken meer uit te spreken”, zegt Ihlas. „Stap voor stap verbreken we onze ketenen.”

Op dat moment stappen drie mannen in pak de kamer binnen. Ze hebben zich namens de protestbeweging kandidaat gesteld voor het parlement, en iedereen mag dat weten. „Waar wil je ons hebben voor het interview?”, vraag één van hen luidkeels terwijl hij neerploft op de bank. Samira en Ihlas rollen hun ogen.

Tot slot komen de linkse activisten binnen druppelen. Teeba Saad, een jonge vrouw met roodgeverfd haar van de Communistische Partij, en Hammoudi Abdul Jabbar, een twintiger met baardje en hipster-hoedje, zitten naast elkaar te roezemoezen op de bank en drijven de spot met de mannen in pak. „Dit slaat nergens op”, zegt Hammoudi na een tijdje. „Kunnen we deze discussie niet beter in aparte groepjes voortzetten?”

Iedereen barst in lachen uit en de discussie verzandt in moppen en onderlinge gesprekjes. Gevraagd of er iets is dat ze wél gemeen hebben, knikt Samira. „Jazeker”, zegt ze. „We willen een thuisland.”

Amerikaans-Britse invasie

Nourid watan – ‘we willen een thuisland’ – is een van de slogans waarmee Irakezen in oktober 2019 met honderdduizenden de straat opgingen om de val van Iraks corrupte politieke systeem te eisen. Het klinkt wat simplistisch, maar is het niet, want een ‘watan’ is precies wat de Irakezen niet hebben.

Dat zit zo: na de Amerikaans-Britse invasie van 2003 is het staatsapparaat van Saddam Hoessein volledig verwoest en vervangen door een systeem waarin de macht verdeeld is tussen sjiieten, soennieten en Koerden. In dit sektarische stelsel, muhasasa, is ‘het landsbelang’ ver te zoeken omdat sektarische partijen overheidsinstellingen opdelen en uitmelken voor hun eigen corrupte belangen. Bovendien betekent een verdeelde staat dat buitenlandse machten – Iran en de VS voorop – de Iraakse politiek voortdurend naar hun hand zetten.

Met miljoenen jongeren zonder baan staat Irak op springen

De gevolgen voor gewone Irakezen zijn desastreus. Door corruptie en wanbestuur is er een totaal gebrek aan basale overheidsdiensten. Economisch mismanagement zorgt voor inflatie en werkloosheid. En buitenlandse inmenging betekent bijvoorbeeld dat Iraakse politici zich laten omkopen om Iraans gas importeren in plaats van Iraks eigen energievoorraad te benutten om een fatsoenlijk elektriciteitsnetwerk aan te leggen. Resultaat: veel Irakezen zitten zelfs in zomertemperaturen van vijftig graden vaak zonder airco of stromend water.

De volkswoede hierover is zo groot dat Iraakse demonstranten eind 2019 bereid bleken politiekogels te trotseren om toenmalig premier Adel Abdul-Mahdi ten val te brengen. Zijn opvolger Mustafa al-Kadhimi toonde meer sympathie voor de opstandelingen en beloofde een aangepaste kieswet en vervroegde parlementsverkiezingen. Maar nu die er eindelijk zijn, vragen veel demonstranten van destijds zich af wat ze met de stembusgang moeten. Want is systeemverandering in Irak überhaupt mogelijk via verkiezingen?

Succes ermee

„Je moet ergens beginnen”, vindt Ihlas Waseel, de vrouw met roze hoofddoek die het eerder had over vrouwen in de politiek. Net als de mannen in pak heeft ze zich kandidaat gesteld voor het parlement. „Ik wil wetten ontwerpen om kinderarbeid en huiselijk geweld tegen te gaan”, vertelt ze gedreven. „Met genoeg kandidaten in het parlement kunnen we verandering afdwingen. Dat is belangrijk.”

Succes ermee, reageren de linkse activisten Teeba en Hammoudi schamper. Net als veel andere jongeren boycotten ze de verkiezingen – opiniepeilingen voorspellen een opkomst van minder dan 30 procent. „Die nieuwe kieswet heeft nauwelijks iets veranderd”, zegt Hammoudi. „Zolang het muhasasa systeem nog overeind staat, hebben verkiezingen geen enkele zin.”

Lees ook deze reportage: Irak worstelt met ontheemden uit IS-gebied, ‘de kinderen onthoofden hun speelgoed’

Die instelling is riskant, waarschuwt Jeanine Hennis-Plasschaert, sinds 2018 hoofd van de VN-missie in Irak. „Deze verkiezingen zijn wel degelijk belangrijk”, stelt de voormalige VVD-politica. „Voor Irak is het erop of eronder: de relatieve rust hier kan zo voorbij zijn, want de staatskas is bijna leeg en met miljoenen jongeren zonder baan staat het land op springen. Iemand als premier Kadhimi ziet dat echt, maar heeft meer hervormingsgezinde parlementariërs nodig om iets gedaan te krijgen.”

Toch is de scepsis van Iraakse jongeren gegrond, stelt Lahib Higel, Irak-analist van de Crisis Group en auteur van een recent rapport over de Iraakse protestbeweging. „Ze vermoeden, niet geheel ten onrechte, dat ook hun ‘eigen’ kandidaten zullen worden omgekocht door de grote partijen zodra ze in het parlement zitten”, aldus Higel. „En vergeet niet dat rond de zeshonderd demonstranten gedood en duizenden ontvoerd of mishandeld zijn. Wanneer deze jongeren vervolgens zien dat daar niemand voor gestraft wordt, is het logisch dat ze al het vertrouwen in bestaande instituties verliezen.”

Verkiezingsposters in de stad Basra in het zuiden van Irak. Foto Hussein Faleh/AFP

De roodharige communist Teeba kan daarover meepraten. Toen ze begin 2020 naar huis liep vanaf het Tahrir-plein, het hart van de protesten, werd ze door drie gewapende mannen een auto in geduwd en geblinddoekt naar een opslagloods gereden. „Daar kleedden ze me uit en hebben me geslagen tot mijn neus bloedde”, vertelt ze. „Ik heb geluk dat ik nog leef, want veel anderen zijn vermoord.”

Volgens Teeba is het glashelder dat pro-Iraanse milities achter het geweld zitten. Maar de woordvoerder van een van die milities, Mohammed Mohi van Kata’ib Hezbollah, ontkent dat in alle toonaarden. „Het zijn juist de demonstranten die onze kantoren aanvallen”, reageert hij in zijn kantoor in Bagdad.

Revolutie is de enige optie

Mohi, een conservatieve sjiiet die zijn baan als civiel bouwkundige in 2009 verruilde voor een leven bij Kata’ib Hezbollah, zegt evengoed te snakken naar een watan, een thuisland. „Daarom hebben wij dit land altijd verdedigd, tegen de Amerikanen én tegen IS”, zegt hij. Dat er naast een Iraakse vlag ook een portret van de Iraanse opperste leider Khamenei in zijn kantoor hangt, doet wat hem betreft niets af aan die vaderlandsliefde. „Iran is onze broeder en een buurland, geen bezetter.”

Voor Mohi is het helder: Irak kan pas een functionerend land worden als de Amerikanen hun 2.500 overgebleven troepen terugtrekken. De Amerikaanse aftocht uit Afghanistan stemt hem hoopvol, tegelijkertijd vreest hij dat de Amerikanen de Iraakse politiek op andere manieren zullen blijven beïnvloeden. „Ze hebben de protestbeweging geïnfiltreerd”, zegt Mohi ernstig. Gevraagd naar bewijzen, toont hij foto’s van jonge Irakezen met de Amerikaanse consul. „Deze mensen worden getraind om de Amerikaans-Britse agenda door te voeren.”

Wel of niet gewelddadig

Teeba kan er wel om lachen. „Alsof de Amerikanen ons nodig hebben om invloed uit te oefenen”, giert ze. „Bovendien zijn wij tegen álle buitenlandse invloed. Onze slogan is altijd geweest: weg met Iran én Amerika.”

De activisten zien net zo veel buitenlandse complotten als Mohi. „Ik zal je vertellen hoe Irak werkt”, zegt Hammoudi. „De dag na de verkiezingen bellen Iraanse en Amerikaanse ambassades met de big guys van de Iraakse politiek. En uiteindelijk bepalen al deze schurken samen wie de premier wordt.”

Heeft hij ongelijk? De verwachting is dat de huidige machtsblokken in het parlement hun zeteltal min of meer zullen behouden. De partij van Moqtada al-Sadr, een populist die de nationalistische kaart tegen Iran én de VS speelt, kan extra winst boeken, maar niet genoeg om een premier te kiezen (dat doet een meerderheid van het parlement). Dat betekent maandenlange onderhandelingen waarin de VS en Iran ongetwijfeld hun rol zullen spelen – ook de benoeming van de huidige premier Kadhimi was het resultaat van een Amerikaans-Iraans compromis.

De activisten hopen dat Iraakse burgers in deze periode opnieuw in opstand zullen komen. „Revolutie is de enige optie”, zegt Hammoudi categorisch - maar direct daarna beginnen hij en Teeba te kissebissen over de vraag of die revolutie wel of niet gewelddadig moet zijn. De avond eindigt met een verhandeling over de lessen van de Russische Revolutie.

„We kunnen beter leren van onze eigen fouten”, merkt organisator Kamal na afloop op. „Dat deze verkiezingen weinig zullen veranderen, komt ook doordat veel van ons twee jaar lang niets wilden horen van partijen of organisatie. Onze opstand is nog jong, dat snap ik, maar in Irak moet je snel volwassen worden.”