Reportage

Waar nu wipkippen staan, stond ooit een Romeins forum

Wandelen De Neder-Germaanse Limes kreeg deze zomer Werelderfgoedstatus. liep de 275 kilometer langs het Nederlandse deel van deze Romeinse grens, en constateerde: bordjes zijn hier onontbeerlijk.

Impressie van het castellum Nigrum Pullum in Zwammerdam.
Impressie van het castellum Nigrum Pullum in Zwammerdam. Beeld Stevie Heru, Xinas, Romeinse Limes, Flickr

‘Wat fijn dat er een informatiebordje staat.’ Het is de zoveelste keer dat ik dat denk op deze route. Terwijl ik helemaal niet van bordjes op mijn wandeltochten houd. Meestal vind ik ze afleiden van wat ik zie, van de natuur of van het wandelen zelf.

Op het Limespad, langs de Romeinse grens van Germania Inferior, zijn bordjes onontbeerlijk. Die geul in het bos bij Berg en Dal, ten oosten van Nijmegen? Dat blijkt een aquaduct te zijn geweest. Dat rechte betonpad door een parkje in de Utrechtse vinexwijk De Meern? Daaronder ligt de oorspronkelijke Romeinse weg. En even verderop in Zwammerdam lag vermoedelijk een werf, vermeldt een bordje.

Wie langs de Muur van Hadrianus is gelopen, de Romeinse grens tussen Britannia en Caledonia in het huidige Noord-Engeland, of wie bij Romeinse resten denkt aan het aquaduct van Pont du Gard in Frankrijk of het Dionysus-mozaïek in Keulen, moet in Nederland omschakelen. Hier heb je vooral veel verbeelding nodig om iets van de Romeinse geschiedenis te ontwaren, én een goede gids, bezoekjes aan musea en dus die bordjes.

Want van de Neder-Germaanse grens is in Nederland bovengronds weinig over. „Bijna alle archeologische vondsten zijn ondergronds”, staat ook op de website van Unesco te lezen over de negentien Romeinse vindplaatsen tussen Berg en Dal bij Nijmegen en Katwijk aan Zee. Van de VN-organisatie kreeg de Limes (Latijn voor grens, spreek uit: Liemès) deze zomer de Werelderfgoedstatus, de wandeling van 275 kilometer erlangs werd in 2019 uitgeroepen tot Wandelroute van het Jaar.

Nieuwbouwwijken

Het Limespad gaat door steden en nieuwbouwwijken, over veel asfalt. De Romeinse wegen naast de rivieren werden gewoon hergebruikt en zijn nu snelwegen. Wie van natuur houdt, moet elders zijn heil zoeken. Wie houdt van pittoreske dorpen en rust ook. Het gaat bij deze langeafstandswandeling in de eerste plaats om de cultuurhistorie. Al lopend leer je meer over de Romeinen in Nederland.


Zij stuitten in 57 voor Christus op de Rijn. Pogingen om verder op te trekken, werden onder keizer Claudius (10 voor Chr. tot 49 na Chr.) opgegeven. Handel werd er wel gedreven met de Bataven, Cananefaten en de Frisii die ten noorden van de rivier woonden. De buitengrens was dus niet heel hard, maar moest wel verdedigd worden. Zo ontstond op de oevers van de Rijn een hele infrastructuur van forten, en wegen die deze castella met elkaar verbonden.

Rondom ontwikkelden zich nederzettingen, onder meer langs de Vahalis (de Waal), de waterrijkste arm van de Rijn. Daar groeide Ulpia Noviomagus (Nijmegen) uit tot de grootste Romeinse stad in wat nu Nederland is, met tussen de vijf- en zevenduizend inwoners. Waar nu wipkippen staan, stond ooit een forum. Het verleden is slechts af te lezen aan een nep-Romeinse zuil tussen de geparkeerde auto’s en de naam van een flat. Wie echte resten wil zien, moet naar museum Het Valkhof.

Lees ook: Residentie langs de Rijn

De Romeinen kozen prachtige plekken uit: het kamp voor legioen X Gemina stond op de Hunerberg, met nu weids uitzicht over natuurgebied de Ooijpolder. Het Limespad gaat daar niet doorheen, maar wel over de glooiende heuvels van Berg en Dal en het ‘rivierpark’ in de Waal. Op de andere oever wandel je vervolgens naar Arnhem, deels op een route die Vierdaagsewandelaars bekend zal voorkomen.

Want ook het Limespad doet Elst aan. Daar liggen onder de Dorpsstraat de fundamenten van een badhuis en onder de Grote Kerk die van een tempel, vermoedelijk de grootste ten noorden van de Alpen. Buiten Driel verwijst een kunstwerk naar een Romeinse weg. Daarna vergt het Limespad wel weer veel verbeelding. Dwars door Park Lingezegen, nieuw aangelegd en bedoeld om de honderdduizenden nieuwe bewoners tussen Rijn en Waal wat groen te geven, loopt een betonpad dat Romeins Lint heet. Het wemelt er van de skeelers en fietsen. Het blijkt ooit de loop van de Rijn te zijn geweest.

Zeker als de bomen niet vol blad zijn, heb je prachtig zicht op de laaggelegen Betuwe op de andere oever

Arnhem lijkt eindeloos. De stad breidt ten zuiden van de Nederrijn fiks uit, met rijen en rijen van huizen. Maar als je eenmaal op de noordoever de stad uit bent, loop je de mooie uiterwaarden in naar Oosterbeek en dan over de stuwwal naar Renkum. Zeker als de bomen niet vol blad zijn, heb je prachtig zicht op de laaggelegen Betuwe op de andere oever, op een heldere dag zelfs tot aan Nijmegen. Klimmend en dalend gaat de tocht bijna geheel over onverhard pad door tot Wageningen. Het is het mooiste stuk van het Limespad.

Dakpannen

Of de Romeinen zich in Wageningen vestigden, is nog altijd de vraag. De Rijn was hier doorwaadbaar, schrijver Tacitus noemt Vada in zijn verslag over de opstand van de Batavieren, en onderaan de Wageningse Berg zijn dakpannen gevonden met het stempel van een Romeins legioen. Aanwijzingen dat Romeinen echt aan de noordzijde van de Rijn woonden, zijn er alleen niet. Ook niet voor de wandelaar.

Met een veerpont steek je bij natuurgebied de Blauwe Kamer weer over, met op de zuidoever helaas dan de vrijwel volledig geasfalteerde en druk befietste Rijnbanddijk. Maar wel met rechts steeds uitzicht op de stuwwal van de Utrechtse Heuvelrug en de Grebbeberg, en links aangename dorpen en in het seizoen kersen-, peren- en appelboomgaarden.

Tussen de bomen werden bij Lienden door detectorzoekers munten uit de vierde en vijfde eeuw gevonden, bij Kesteren – waarschijnlijk een verbastering van castra (legerplaats) – een militair grafveld, en bij Maurik lag vermoedelijk het castellum Manaricium. Een replica van een wachttoren bij De Spees helpt de verbeelding nog iets, al meldt het bordje dat er geen aanwijzingen zijn dat er hier ooit een toren stond. Voor echte restanten moet je dus opnieuw naar een museum, ditmaal naar het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden.

Het Limespad kronkelt vervolgens op de noordoever langs de Kromme Rijn, die van Levefanum (Wijk bij Duurstede) naar Trajectum (Utrecht) loopt. De N229 volgt die lieflijke rivier ook, dus je hoort wel verkeer. Maar je loopt ook langs kastelen en forten, en over landgoederen. Met de Romeinen heeft het weinig te maken – die komen weer bij Fecio (Vechten), het huidige Lunetten, aan bod.

Daar lag bij de splitsing van de Vecht en de Rijn het oudste en grootste castellum van Nederland. Een betonnen plint geeft de contouren aan. Het geraas van de A12 en de A27 overheerst alles. En Utrecht in wordt het steeds drukker. Boven op de restanten van een castellum bouwde bisschop Willibrord daar een houten kerk, nu de Dom.

Maximus-brouwerij

Aangenaam lopen wordt het pas weer uren buiten Utrecht, bij Harmelen op een jaagpad langs de Leidsche en Oude Rijn. Maar de combinatie Utrechtse vinexwijk en Romeinen is een intrigerende, alleen al doordat de namencommissies hun best hebben gedaan. Je loopt door de Vicuslaan, de Claudiusweg, over de Romeinse weg en langs de Maximus-brouwerij. In De Meern werden de fundamenten van een weg en een wachttoren gevonden, in De Hoge Woerd twee vrachtschepen en een castellum. Dat is nu nagebouwd en te bezoeken.

Een acht meter hoog silhouet van een Romeinse legionair bij Alphen aan den Rijn. Foto Henk Braam, Romeinse Limes, Flickr

Iets verder westwaarts, in Laurum (Woerden), lag ook een castellum. Zoals Joni Mitchell ooit zong: ‘They paved paradise and put up a parking lot.’ Hier is het speuren naar sporen in een parkeergarage: bij de parkeerautomaat ligt een achtersteven van een schip tentoongesteld. Historicus Maarten van Rossem vond het daarom een paar jaar geleden „de leukste parkeergarage” van Nederland.

De Oude Rijn was duidelijk een verkeersader, ook bij Nigrum Pullum (Zwammerdam) werden schepen gevonden: drie kano’s en drie platbodems. Dan loop je inmiddels door veenweideland, door polders die pas in de middeleeuwen werden ontgonnen en in de Romeinse tijd dus moeras waren. En daarmee ondoordringbaar. Maar langs de Oude Rijn werden tot aan de zee forten gebouwd: Albaniana (Alphen aan den Rijn, waar nu een Romeins stadje is nagebouwd in museumpark Archeon) en Matilo (Leiden, waar Romeinse topstukken in het Rijksmuseum van Oudheden liggen).

Romeins zuiltje

Na Leiden heb je keuze: richting Forum Hadriani (Voorburg), een belangrijk bestuurlijk centrum aan een kanaal dat werd gegraven om de Oude Rijn en de Maas te verbinden. Het was immers sneller en veiliger om binnendoor te varen dan over zee. De route gaat langs een drukke recreatieplas en een klein stukje – mooi – natuurgebied, ingeklemd tussen de Vliet en de A4. De tocht eindigt dan in een parkje, bij een ‘Romeins’ zuiltje.

Romeinse weg bij Valkenburg, Zuid-Holland. Foto C. Thunnissen, Romeinse Limes, Flickr

Of je loopt door naar Praetorium Agrippinae (Valkenburg), waar archeologen eind vorig jaar vlakbij, op de plek van een nieuwe woonwijk resten vonden van een spitsgracht, een verdedigingswal en een vermoedelijke wachttoren. Waarschijnlijk was het een legioenskampement, dat werd gebruikt door de invasiemacht waarmee keizer Claudius Brittannië binnenviel. Het staartje zijn de duinen, voor je aankomt bij Lugdunum Batavorum (Katwijk). Het was in de Romeinse tijd het westelijke eindpunt van de Limes. Hier was alleen nog de zee. En die ziet er nog wel hetzelfde uit.

Lees ook: Een Romeins legioen bij de N206