Opinie

Nee, Big Tech reguleert zichzelf niet

Facebook De digitale samenleving is te belangrijk om alleen aan de markt over te laten, weten en .
Foto Peter de Krom

‘Facebook heeft zich al zes uur aan alle privacy wetgeving gehouden” was het meest optimistische geluid, op maandag 4 oktober. Die dag waren alle platformen van Facebook gedurende zes uur niet beschikbaar. Een kleine 3,5 miljard mensen wereldwijd waren verstoken van het appen met collega’s, vrienden en familie.

Dat kwam, zo verklaarde Facebook, door een foutieve instructie aan een medewerker en door een fout in de software die juist moest voorkomen dat dergelijke menselijke fouten zulke catastrofale gevolgen hebben. Een fatale cocktail van onvermijdelijk technologisch en onbedoeld menselijk falen.

Dat opzettelijk menselijk falen ook dramatische gevolgen heeft, maakte klokkenluider Frances Haugen in dezelfde week inzichtelijk. Haugen, voormalig medewerker van Facebook, getuigde tijdens een hoorzitting in de Amerikaanse Senaat : „Ik ben hier vandaag omdat ik geloof dat de producten van Facebook kinderen schaden, verdeeldheid zaaien en onze democratie verzwakken. Het leiderschap van het bedrijf weet hoe ze Facebook en Instagram veiliger kunnen maken, maar voert bewust niet de nodige veranderingen door.”

Dat platforms als Facebook de democratie ondermijnen, is oud nieuws. Nieuw zijn de tienduizenden pagina’s met interne memo’s en intern onderzoek waar Haugen de hand op wist te leggen. Ze tonen aan dat Facebook willens en wetens mensen tegen elkaar opzet. Haugens woorden vonden zowel bij de Democraten als de Republikeinen weerklank. Ze gaven politici de legitimiteit om hard op te treden.

Collectieve rechtsgang

De politiek is wakker geworden en het volk komt in opstand. Onder de noemer ‘People Vs Big Tech’ roepen ruim zestig Europese maatschappelijke organisaties (ze vertegenwoordigen meer dan 25 miljoen burgers) de Europese politiek op sterke wetgeving op te stellen om zo Big Tech aan banden te leggen. Dergelijke groeperingen kunnen gebruik maken van nieuwe ‘collectieve actie-wetgeving’ om gezamenlijk rechtszaken aan te spannen. Zo zijn er rechtszaken gestart tegen TikTok en hun praktijken rondom het vergaren van data en het toebrengen van schade, specifiek aan kinderen.

Kortom, burgers hebben hun weg naar de rechtszaal gevonden om daar hun rechten in het digitale domein af te dwingen.

Lees ook: Politiek moet eindelijk Big Tech mores leren

Met de huidige politieke wind is het niet meer de vraag of, maar wanneer Big Tech wordt opgebroken. De recente gebeurtenissen rondom Facebook zijn slechts een stap in deze ontwikkeling. De regering-Biden heeft dit jaar een aantal topjuristen aangesteld die op basis van mededingingswetten de aanval inzetten. De Europese Commissie heeft de Digital Markets Act (DMA) en de Digital Services Act (DSA) gepresenteerd, bedoeld om grote platforms te reguleren. Nederland nu, moet zich actief ervoor inzetten om die wetgeving aan te scherpen en in te voeren. Bedrijven moeten transparant zijn over het functioneren van hun algoritmes en eisen stellen aan de werking van aanbevelingsalgoritmes zodat deze niet kinderen schaden, verdeeldheid zaaien of de democratie schaden.

Maar het aanpakken van Big Tech alleen leidt niet direct tot een veiliger internet. Dat concludeert ook de Cyber Security Raad (CSR). Afgelopen mei publiceerde zij het advies ‘Nederlandse Digitale Autonomie en Cybersecurity’, waarin blijkt dat deze platforms steeds vaker de spelregels van onze democratie bepalen. Het is slechts een van de redenen waarom de CSR adviseert structureel en op het hoogste niveau te investeren in de digitale soevereiniteit van Nederland.

Het CSR-rapport verbaast echter met de ondertitel ‘Hoe verminderen we onze digitale afhankelijkheden met behoud van een open economie’. De doctrine dat onze economie open moet zijn, is zo dominant dat ze eenvoudig niet ter discussie staat – zelfs niet als het om de grootste bedreiging van onze soevereiniteit en autonomie gaat.

Verdienmodel aanpakken

Maar heeft de ‘open economie’ ons niet juist in deze positie gebracht? Het idee dat de markt zichzelf reguleert, en dat de staat bij innovatie geen belemmeringen mag opwerpen, is niet langer houdbaar als het om technologie gaat. De CSR adviseert om het valorisatie- en innovatieklimaat in Nederland te verbeteren, bijvoorbeeld door te voorkomen dat Nederlandse startups worden opgeslokt door Big Tech-bedrijven. Dat is een stap in de goede richting.

Lees ook: In Europa beschermen privacywetten tegen Big Tech

Maar wanneer we socialemediaplatformen laten ontwikkelen door Europese of Nederlandse commerciële techbedrijven, volgens precies dezelfde marktmechanismes als van onze ‘open economie’, lossen we de problemen niet op. We winnen de cyberwar niet als we de economische modellen niet fundamenteel wijzigen.

We moeten ons technologielandschap op een nieuwe manier vormgeven. Niet het commerciële, maar het algemene belang moet voorop staan. Net zoals we van de overheid verwachten dat ze kaders stelt voor onze fysieke omgeving, voedsel, onderwijs, etc., dient ze ook kaders te stellen waarbinnen we onze digitalisering vormgeven.

De aanstaande Europese wetgeving zet de deur open om eindelijk een volwaardig digitaal publiek domein te realiseren; marktpartijen kunnen vervolgens binnen duidelijke regels opereren. Binnen deze nieuwe wetgeving moeten we met overheden, kennisinstellingen, bedrijven en maatschappelijke actoren platformen en apps bouwen en initiatieven ontwikkelen waarbij ons belang centraal staat.

Gelukkig gebeurt er al veel dat binnen deze nieuwe richtlijnen tot wasdom kan komen. Zo zijn er volwassen open source softwareproducten, waaraan iedereen mee kan werken en op kan helpen toezien. Zijn er coöperatieve platformen in ontwikkeling, waarbij niet grote tech-bedrijven maar mensen en organisaties aan het roer staan. En maken nieuwe cryptografische ontwikkelingen het mogelijk jezelf te identificeren zonder al je gegevens te moeten delen.

Europa speelt een cruciale rol in het herwinnen van onze digitale autonomie – en het Nederlandse aandeel daarin is groot. Laat de overheid duidelijke grenzen stellen waarbinnen bedrijven moeten opereren, waardoor het snel afgelopen is met die grootschalige verdienmodellen. En laten we vervolgens binnen dat hernieuwde kader met elkaar de technologie vormgeven op basis van wat wij als maatschappij belangrijk vinden.