Opinie

Leefstijlinterventie vraagt van mensen het onmogelijke

Zorg In de strijd tegen obesitas zet de Zorgautoriteit in op het veranderen van leefstijl. Bewijs voor effectiviteit ontbreekt, schrijven en .

Foto Getty Images

Steeds meer Nederlanders worden ziek door hun leefstijl, met als gevolg ruim een miljoen diabetes-type-2-patiënten en zo’n 100.000 volwassen met morbide obesitas. Vorig jaar zijn ruim 10.000 maagverkleiningsoperaties uitgevoerd. Het is een epidemie, er valt niet tegenop te behandelen.

Bij wijze van antwoord heeft de overheid een paar jaar terug ingezet op een programma dat met een combinatie van bewegingsbevordering, dieetadvies en psychologische begeleiding een ongezonde leefstijl probeert te veranderen, als mogelijke behandeling voor overgewicht en diabetes type 2. Sinds 2019 wordt deze ‘gecombineerde leefstijlinterventie’ vergoed door de zorgverzekeraar.

Uiteraard zijn er succesverhalen, maar het bewijs voor effectiviteit van de gecombineerde leefstijlinterventie is uiterst beperkt. Over het algemeen blijkt dat ingesleten leefgewoontes nauwelijks te veranderen zijn. Onderzoek heeft bovendien al jaren geleden inzicht opgeleverd in de sterke biologische en hormonale effecten die bij mensen met ernstig overgewicht eventueel gewichtsverlies snel weer ongedaan maken. In maart 2021 publiceerde chirurg Maurits de Brauw een samenvatting van het wetenschappelijke onderzoek naar de gecombineerde leefstijlinterventie in hetNederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. Op basis van verschillende gerandomiseerde onderzoeken ontbreekt bewijs voor langdurige effectiviteit: gewichtsverlies blijft beperkt tot zo’n vijf procent op korte termijn en is op langere termijn niet vol te houden. Belangrijker is dat geen van de studies enig effect toont van de gecombineerde leefstijlinterventie op hart- en vaatziekten of sterfte. Daarom roept deze chirurg op om over te gaan tot meer regulering rondom productie en aanbod van voedsel en aanpassing van de leefomgeving, in plaats van in te zetten op de gecombineerde leefstijlinterventie. En hij staat niet alleen. Een recent rapport van de OESO gaf aan dat iedere euro die wordt geïnvesteerd in preventie van overwicht – dus niet door het voorschrijven van leefstijlverandering maar door regulatie van aanbod en advertenties door de overheid – in potentie vijf euro kan opleveren. Ook het in september uitgekomen rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, ‘Kiezen voor houdbare zorg’, stelt dat meer inzet op preventie nodig is om de zorg duurzaam en betaalbaar te houden.

NZa spoort verzekeraars aan

Opvallend genoeg constateerde de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) desondanks in een recente brief aan betrokken partijen dat het niet opschiet met de invoer van de gecombineerde leefstijlinterventie. De NZa vraagt verzekeraars om daar meer werk van te maken. Maar zorgverleners zijn, gezien het beperkte bewijs voor effectiviteit terecht, terughoudend bij het voorschrijven van de gecombineerde leefstijlinterventie. Ook blijkt het streven naar duurzame gedragsverandering te arbeidsintensief en kan de arts-patiëntrelatie onder druk komen te staan. Focus op de behandeling van de gevolgen van een ongezonde leefstijl zal eerder tot stigmatisering van mensen met overgewicht leiden dan tot verandering van de maatschappelijke oorzaak.

Bovendien zijn mensen met een ongezonde leefstijl zelf niet happig op de leefstijlinterventie, omdat deze zo ongeveer het onmogelijke vraagt, namelijk grondige verandering van gewoontes die gedurende vele decennia zijn gegroeid en door de omgeving worden bevorderd. In alle publieke ruimtes worden mensen verleid of aangespoord tot consumeren. Ongezond eten is meestal makkelijker en goedkoper dan gezond eten. Vrijwel nooit hoef je meer ergens op eigen kracht naartoe. Met auto’s, openbaar vervoer, liften en roltrappen en de bezorging aan huis vergt het leven in Nederland nog maar weinig fysieke inspanning.

Lees ook: Ongelijkheid op school zit ook in het lunchtrommeltje

Reguleer de voedselindustrie

Het is bijzonder dat de NZa zowel de wetenschappelijke feiten als de signalen van arts en patiënt blijft negeren en de verzekeraars aanspoort tot het invoeren van een behandeling waar niet veel mensen op zitten te wachten. Een behandeling bovendien die het zorgsysteem belast en de belastingbetaler geld kost. Zou dit volharden komen doordat het reguleren van de voedingsmiddelenindustrie en het herinrichten van onze openbare ruimtes niet strookt met de heersende politieke ideologie? Die legt immers vooral de nadruk op ruimte voor ondernemers en individuele verantwoordelijkheid.

Wij roepen een nieuwe regering op om de epidemie van leefstijlziekten niet te bestrijden met meer, doorgaans ineffectieve, behandeling. We bevelen aan te mikken op een transitie die zich richt op het duurzaam veranderen van maatschappelijke voedings- en beweegpatronen. Met een hoofdrol voor regulering van de industrie, het anders inrichten van de leefomgeving en onderwijs en voorlichting.