Hamilton en Verstappen: bad boys die elkaar geen millimeter ruimte gunnen

Formule 1 De strijd om het wereldkampioenschap tussen titelhouder Lewis Hamilton en uitdager Max Verstappen nadert een climax. Het roept herinneringen op aan beruchte confrontaties uit het Formule 1-verleden.

Bij de Grote Prijs van Italië, in Monza, eindigde Max Verstappen boven op de auto van Lewis Hamilton.
Bij de Grote Prijs van Italië, in Monza, eindigde Max Verstappen boven op de auto van Lewis Hamilton. Foto Andrej Isakovic/AFP

Twee punten. Dat is het verschil tussen Lewis Hamilton en Max Verstappen na vijftien races. Het Formule 1-seizoen 2021 is voor zowel neutrale toeschouwers als verstokte fans om van te smullen. Voor het eerst in lange tijd wordt een WK-strijd uitgevochten op het scherp van de snede, tussen twee vrijwel gelijkwaardige rijders en twee renstallen op de top van hun kunnen. Dat daarbij soms enige spaanders vallen, draagt alleen maar aan bij het spektakel, en fans wachten gespannen af wat hen te wachten staat in Istanbul dit weekend.

Twee weken terug, in het Russische Sotsji, bleven Hamilton en Verstappen fysiek bij elkaar uit de buurt, maar verder is dit een titelstrijd die zich kan meten met de beste uit de historie. Psychologische oorlogsvoering naast de baan, aanrijdingen op de baan en twee coureurs die elkaar geen millimeter toegeven als het erop aankomt. In Monza eindigden ze vorige maand voor het eerst samen in het grind, na een eerdere aanvaring, in juli, tijdens de Britse Grand Prix op Silverstone.

Met name na die tweede clash tussen Hamilton en Verstappen werden veel vergelijkingen getrokken tussen de strijd die Michael Schumacher en Damon Hill midden jaren negentig uitvochten. Ook zij kwamen tijdens het seizoen 1995 in zowel Silverstone als Monza met elkaar in aanraking. Enige verschil: waar Hamilton in Silverstone nog wegkwam met zijn kleun tegen Verstappen en zijn thuisrace wist te winnen, moesten de Duitser en de Brit in beide gevallen opgeven.

Een andere historische echo is de felle discussie over de uitgedeelde straffen na beide incidenten. In Silverstone kreeg Hamilton een tijdstraf van tien seconden, die hem uiteindelijk weinig pijn deed. Menigeen vroeg zich af of de straf wel in proportie stond tot het vergrijp; de race van Verstappen was immers voorbij en Hamilton liep 25 punten in op zijn rivaal.

Na het incident op Monza, waarbij beiden een nulscore lieten noteren, kreeg Verstappen van de wedstrijdleiding de schuld en een gridstraf van drie plaatsen toegewezen. Volgens veel analisten een opmerkelijke beslissing; dit was toch een klassiek race-incident? In combinatie met de milde straf voor Hamilton op Silverstone klonken met name in oranjegezinde kringen de protesten steeds luider: autosportfederatie FIA houdt Hamilton de hand boven het hoofd.

Zo werkt het natuurlijk niet, ook de Formule 1 heeft gewoon een regelboek. Maar het uiteindelijke besluit over een straf is in handen van een aantal stewards, die voor ieder raceweekend opnieuw benoemd worden en de regels naar eigen inzicht interpreteren. Critici menen dat dit willekeur in de hand werkt, en dat een vaste groep stewards qua consistentie beter zou zijn. Anderen wijzen erop dat deze constructie niet wezenlijk verschilt van hoe voetbalscheidsrechters wedstrijden krijgen toegewezen.

Rivaal de muur in

Dergelijke discussies zijn van alle tijden. Ook de WK-strijd halverwege jaren negentig had een reglementair randje, maar dat was aanzienlijk scherper – vooral Schumacher was een klassieke bad boy. Hij werd in 1994 twee keer gediskwalificeerd en miste nog eens twee races vanwege een schorsing voor het negeren van een zwarte vlag. Zijn actie tijdens de seizoensfinale in Adelaide, waarbij hij een optimistische inhaalpoging van Hill resoluut de nek omdraaide, zijn rivaal de muur in reed en zo de wereldtitel won, verdeelt nog steeds de meningen (en bleef onbestraft).

Drie jaar later werd Schumacher volledig uit de eindstand van het WK geschrapt, nadat hij een nieuwe rivaal – de Canadees Jacques Villeneuve – moedwillig van de baan probeerde te rijden in de slotrace. Die onbeholpen manoeuvre, doorzichtiger dan die in Adelaide in 1994, mislukte faliekant: Schumacher viel uit, Villeneuve reed door en werd wereldkampioen in 1997.

Tegelijkertijd was de strijd tussen Schumacher en Hill een oneerlijke: Schumacher was een betere rijder dan Hill, die vooral door het noodlot kopman werd bij Williams na het verongelukken van zijn teamgenoot, drievoudig wereldkampioen Ayrton Senna. Schumachers avonturen achter de groene tafel in 1994 zorgden ervoor dat die strijd nog tot de laatste race spannend bleef. Een jaar later was de overmacht van de Duitser, ondanks de twee crashes met zijn rivaal, overduidelijk.

Villeneuve was zonder twijfel een groter natuurtalent en had een langdurige rivaliteit met Schumacher op kunnen bouwen, ook omdat de twee elkaar overduidelijk niet konden luchten. Helaas droeg de wispelturige Canadees zijn eigen carrière ten grave door in 1999 samen met zijn manager een eigen team te starten. Schumacher bleef bij Ferrari en won nog eens vijf wereldtitels, terwijl Villeneuves nieuwe team een misser bleek en hij nooit meer een grand prix won.

De vergelijking met Hamilton en Verstappen loopt dan ook wat mank. Die zijn diepgeworteld bij hun huidige teams: het is moeilijk voor te stellen, vooral bij Hamilton, dat ze ooit nog voor een andere renstal uitkomen. Bovenal zijn ze ontzettend aan elkaar gewaagd en ontlopen elkaar uiterst weinig qua natuurlijke aanleg. Hamilton wedijvert met Schumacher om de titel van de grootste aller tijden, terwijl Verstappen zonder twijfel op jacht is naar die eer en al regelmatig vergeleken is met Senna.

Wie historische vergelijkingen trekt, komt dan ook al gauw uit bij een andere legendarische tweestrijd: die tussen Senna en Alain Prost, de Franse krachtpatser die tussen 1984 en 1993 vier keer wereldkampioen werd. Net als Hamilton nu was Prost eind jaren tachtig de onbetwiste alfaman van het Formule 1-veld, de maatstaf voor alle anderen. Rivalen als Nelson Piquet en Nigel Mansell hadden slechts één doel: Prost verslaan.

Max Verstappen (links) en Lewis Hamilton in juni tijdens persconferentie in Frankrijk. Foto Antonin Vincent/EPA

Senna en Prost

Maar er was een kaper op de kust, in de vorm van Ayrton Senna. Na een aantal vormende jaren bij Lotus tekende de Braziliaan in 1988 bij McLaren-Honda. McLaren was op dat moment niet alleen de werkgever van Prost. Het was zíjn team, waar hij al sinds 1984 reed en twee wereldtitels mee had gewonnen. Daar had Senna weinig boodschap aan; de Braziliaan nam meteen de regie over en werd wereldkampioen, ten koste van Prost.

Logischerwijs werd de relatie tussen Senna en Prost steeds gespannener. De situatie bereikte eind 1989 een apotheose, toen Senna en Prost op het circuit van Suzuka in Japan samen naast de baan eindigden. Prost viel uit, Senna kon doorrijden en won de race, maar werd gediskwalificeerd omdat hij de bocht waar Prost en hij tot stilstand waren gekomen, afgesneden zou hebben. Het resultaat was dat Prost kampioen werd.

Senna verklaarde tegenover iedereen die het maar wilde horen dat zijn diskwalificatie een gotspe was. Hij was ervan overtuigd dat hij actief tegengewerkt werd door de FIA-top, dat de Franse FIA-president Jean-Marie Balestre erop gebrand was dat Prost kampioen zou worden. Kortom, dat het hele WK Formule 1 doorgestoken kaart was. Balestre was onverbiddelijk: Senna had de sport en de FIA in diskrediet gebracht en moest publiekelijk zijn excuses aanbieden, anders zou hij geen FIA-licentie krijgen voor 1990.

Koelere hoofden kregen uiteindelijk de overhand en Senna verscheen gewoon ten tonele in 1990. Maar eenmaal teruggekeerd in Suzuka, na weer een tweestrijd om de wereldtitel, reed Senna Prost direct na de start van de baan. Voor Senna had dat als voordeel dat de WK-strijd daarmee in zijn voordeel beslecht was. Later zou Senna toegeven dat de aanrijding pure opzet was geweest, wraak voor 1989. De woede en ontzetting van Balestre na de crash was een fijne bijkomstigheid geweest.

Zo zout hebben we het anno 2021 nog niet gegeten. Dit is een andere tijd, waarin de gladiatoren in de Formule 1 hun woorden veelal op een gouden schaaltje wegen. De sport is inmiddels ook professioneler, of zoals Schumachers voormalige teambaas Flavio Briatore het ooit uitdrukte: toch vooral een sport van accountants. Maar de WK-strijd van 2021 biedt uitzicht op iets nieuws, iets beters, na de zeven jaren van ‘zilveren’ dominantie.

Verschillende karakters

Prost en Senna waren twee zeer verschillende karakters. Senna was het gevoelsmens en ultieme natuurtalent; Prost, de berekenende rationalist met als bijnaam ‘Le Professeur’ – de Professor. In 2021 is het niet anders. Aan de ene kant staat Hamilton, de activist die zo begaan is met het lot van de wereld, maar ook uiterst effectief en berekenend achter het stuur. Aan de andere kant Verstappen, die nauwelijks interesse in de wereld om zich heen lijkt te hebben als er geen racewagens in voorkomen, maar die achter het stuur een natuurkracht zonder weerga is.

Die strijd, tussen twee verschillende persoonlijkheden bij twee verschillende teams, is al een zeer welkome afwisseling ten opzichte van de periode 2014–2020. En zoals oud-coureur Gerhard Berger onlangs verzuchtte: stel je nu eens voor dat er ook een Ferrari vooraan meedoet. En daarna een McLaren. Tot voor kort leek dat, met de hegemonie van Mercedes van de voorbije jaren in het achterhoofd, zeer onwaarschijnlijk.

Maar toen kwam Monza, waar McLaren met Daniel Ricciardo en Lando Norris de eerste 1-2-klassering sinds 2012 boekte. Gevolgd door Sotsji, waar Carlos Sainz lang de wedstrijd leidde in zijn Ferrari en polesitter Norris drie ronden tekort kwam om Hamilton in een direct gevecht te verslaan. Zeker, de krantenkoppen waren uiteindelijk als vanouds: Hamilton wint voor Verstappen, de twee kemphanen wisselen weer een stuiver in de titelstrijd. Maar wie kijkt naar het verhaal achter die krantenkoppen, ziet de belofte van een rijkere competitie.

Het voert de gedachten nog eenmaal terug naar het verleden, meer specifiek naar 1987, toen Senna, Prost, Mansell en Piquet een helse strijd uitvochten om de wereldtitel. Vier rijders, uitkomend voor drie verschillende teams, die drie races voor het einde allemaal nog kans maakten. Zou het niet prachtig zijn als zo’n strijd volgend jaar terugkeert en 2021 slechts het voorgerecht is voor een hemelbestormend 2022?