Natascha van der Velden

Foto Marcel Bonte

Interview

‘100 procent virgin polyester moet je niet meer willen’

Natascha van der Velden Duurzame kleding? Overal valt wel wat op af te dingen. „Een milieu-impact van nul is onmogelijk, maar daar moet de industrie wel naar streven.”

Is een broek, trui of jasje in haar ogen te snel sleets? Dan gaat Natascha van der Velden er mee naar de winkel. „Meestal nemen ze het dan weer terug. Dan krijg je je geld, of je mag een nieuw exemplaar uitzoeken.” Ze lacht. „Dat vervolgens natuurlijk van net zulke slechte kwaliteit is.”

Het gaat haar dan ook niet zozeer om dat nieuwe exemplaar. Ze wil er vooral een boodschap mee overbrengen aan het bedrijf dat het verkoopt: maak betere kleding. „Dit is iets wat je als consument makkelijk kan doen.”

Want veel andere zaken zijn voor consumenten juist níét gemakkelijk. Bepalen wat de meest duurzame keuze is in de winkel bijvoorbeeld: dat is bijna niet te doen. Biokatoen? Van gerecycled materiaal? Biobased? Overal is wel wat op af te dingen, zo blijkt als je even met Van der Velden praat. Ze is gepromoveerd op verduurzaming van de kledingindustrie.

Lees ook: De groene beloftes van fast fashion : hoe duurzaam kan deze industrie worden?

Op welke manier veroorzaakt kledingproductie schade aan het milieu?

„Elke stap heeft impact: van winnen van de grondstof via spinnen en weven en verven tot het gebruik.”

Van der Velden pakt haar proefschrift erbij en laat een staatje zien. „Dit zijn de ecologische kosten per kilo kleding van verschillende geweven materialen, zoals katoen, acryl en elastaan. Bij elk materiaal zien die ecologische kosten er verschillend uit. Als je aan het begin van de keten iets wil verbeteren, moet je kijken waar de schade het grootst is. Bij katoen zorgt het telen van de katoen zelf voor de meeste schade; dat kun je verbeteren met biologisch katoen. Maar bij weven gaat het weer vooral om het energieverbruik. Dat is heel hoog – breien heeft een twintig keer lagere milieu-impact dan weven.”

Zijn er materialen die er in slechte zin uitspringen?

„Ik vind: je moet fossiele grondstoffen in de grond laten zitten. Een kledingstuk van 100 procent virgin [nieuw] polyester, dat moet je niet meer willen. Je hebt ook wel biopolyester, van natuurlijke oorsprong. Maar dan moet je ook weer oppassen. Dan staat op een kledingstuk: biobased, maar is het soms maar 30 procent of zo.

En in goede zin?

„Je hebt halfsynthetische materialen, zoals lyocell, een variant op viscose. Dat is een kunstmatig materiaal, maar de grondstof is hout. Het voordeel daarvan is: hout is hernieuwbaar en groeit vanzelf, zonder extra water of kunstmest. Verder wordt nu veel gekeken naar grassen, zoals hennep en vlas, daar kun je ook textiel mee maken.”

Primark zegt: we worden duurzamer, maar de klant gaat niet méér betalen. Is dat mogelijk?

„Blijkbaar hebben ze marge om dat te doen, want anders is het niet mogelijk. Duurzaamheid kost gewoon geld, biokatoen is duurder dan gewoon katoen. Dat geldt ook voor gerecyclede materialen.”

Recyclen is ook bijna standaard onderdeel van de duurzaamheidsstrategie van kledingketens. Hoe kijkt u daarnaar?

„Circulariteit is een goed streven, maar je moet wel steeds goed kijken wat recyclen oplevert. Als je bijvoorbeeld heel veel moeite moet doen, qua energie en chemische middelen, om er bruikbaar materiaal van te maken, kun je die oude vezels misschien beter in een matras stoppen. De kledingindustrie zegt: we kunnen gewoon doorgaan, als we alles maar recyclen. Maar hergebruik is veel beter. Gewoon, dat een kledingstuk een tweede leven krijgt via een kringloopwinkel of reparatie. En dat iemand daardoor iets nieuws níét koopt.”

Valt fast fashion ooit te verenigen met duurzame productie?

„Het is allemaal begonnen met een mooi streven: democratisering van mode. Maar het is doorgeslagen. De hoeveelheid kleding in de wereld is in vijftien jaar verdubbeld, bleek een paar jaar geleden uit een rapport van de Ellen MacArthur Foundation. Dat is heftig als je bedenkt hoeveel het al wás. En het aantal keren dat een kledingstuk wordt gebruikt, is afgenomen.

„De verdeling moet anders. Welk percentage is winst, welk percentage gaat naar beperking van milieuschade en betaling van een leefbaar loon? Een milieu-impact van nul is onmogelijk, maar daar moet je wel naar streven. Dat vraagt om andere verdienmodellen: minder, maar betere kleding maken.”

Lees ook: Vier suggesties om beter met je kleding om te gaan

Hoe zou dat eruit kunnen zien?

„Je kunt denken aan gepersonaliseerde kleding.” Van der Velden pakt haar jasje vast. „Speciaal voor mij gemaakt en van goede kwaliteit. Dat kost wat, maar daar ga je langer mee doen. Start-ups zijn hier al mee bezig; een Amsterdams bedrijf dat gepersonaliseerde truien uit een 3D-breimachine wil laten komen. Waarom zou een grote kledingketen zoiets niet opzetten? Dat voorkomt ook onverkochte voorraad.”

En hoe zit het met de consument? Moeten we met z’n allen minder kopen?

„Daar ben ik altijd een beetje sceptisch over, zo wordt de verantwoordelijkheid afgeschoven. Natuurlijk is het wel goed als mensen nadenken over wat ze kopen. Ga ik dit meerdere jaren dragen? Is het van goede kwaliteit? Kan ik het later aan iemand anders doorgeven? Maar kopen is op zichzelf geen misdaad.”