Samen met je vader verstrikt in de vlammen van Australië

Redacteur Margot Poll signaleert welke boeken er ook zijn verschenen en kiest er steeds zes om kort te bespreken. Deze week over migranten, onderwijzers en de motor van Jan Hanlo.

1. Nando Boers: Breng me thuis

In de jaren vijftig werd vanuit Australië actief gelobbyd voor immigratie en in Den Haag bestond het voortvarende Australian Emigration Office. Geen angst meer voor oorlogen, voor Rusland, kernbommen, volop kans op werk en genoeg woonruimte was het idee. Om die redenen wilden Anna en Hector uit Ursem in de roman Breng me thuis van Nando Boers, in 1959 ook weg uit ‘het benarde Nederland’. Vooral Anna, die haar dronken, gluurderige vader ontvlucht, wil zo ver mogelijk weg en haar vriendje ‘Hek’ is bereid mee te gaan. Boers, die zelf als jongen van twaalf met zijn ouders, broer en zusje emigreerde naar Australië, schreef over de gevolgen van het emigreren een interessante, bij vlagen heel emotionele roman. Anna kan geen Aussie worden en keert terug naar Europa. Wanneer zoon Brucey, verwekt op de boot naar Australië, jaren later een ‘koekblik vol brieven’ van zijn moeder vindt, hoopt hij achter de reden van haar terugkeer naar Europa te komen. Maar zijn vader heeft een strakker plan. Aan de hand van de laatste brief van Anna wil hij samen met zijn zoon onder het mom van een leuk gezamenlijk tripje (‘Kunnen we lekker praten’), verhaal halen bij Adam, de kunstenaar die de moeder kapot zou hebben gemaakt. Wat volgt is een vijfdaagse roadtrip in de ‘babyblauwe Ford Falcon’ dwars door de vlammende bossen in het zuiden van Australië. En dan raken zij verstrikt in het vuur. Boers liet in zijn vorige roman Zandvoort, over de wereld van het F1-racen, al zien zich niet alleen goed te kunnen inleven in zijn personages, maar ook een kundig stylist te zijn.

Nando Boers: Breng met thuis. Ambo|Anthos, 307 blz. € 21,99

2. Paul van Hooff: De coureur

In het eveneens fascinerende De coureur van (reisboeken-) schrijver Paul van Hooff worden we eerst ondergedompeld in de MotoGP van de TT Assen en hoe de carrière van motorcoureur Vik Hostede door een vlieg en een nies uit elkaar spatte terwijl hij met vernuft de race aan het winnen was. Zoals we in Zandvoort van Nando Boers de wereld van het autoracen leerden kennen, overheerst nu de motorsport met alle liefde voor de ploeg, kwaadsprekerij over journalisten die daarbij blijkt te horen. Als zijn sponsorcontract wordt ontbonden, heeft Vik alleen zijn eigen vader Ron nog over als sponsor. Vader en zoon hebben een plan B: het vervolmaken van de motorverzameling van Ron. De vader heeft in zijn schuur, als in een showroom, meer dan honderd motoren staan - het liefst met een verhaal. Alleen zou hij zo graag nog de Vincent Black Shadow, de motor van dichter en motorrijder Jan Hanlo (1912-1969) in zijn bezit krijgen. Een aardig literair intermezzo waardoor de roman aan diepgang wint; zo spreekt het gedicht Zo meen ik dat ook jij bent het meest tot Vics (motor-)verbeelding. Wederom een roadtrip – nu niet mét de vader maar vóór de vader.

Paul van Hooff: De coureur. Brandt, 272 blz. € 20

3. Abbie Chalgoum: Ik blijf bij je

Een heel andere vader weer is die van acteur en mbo-docent Abbie Chalgoum die samen met toneelschrijver Alwin Grijseels in het egoducument Ik blijf bij je zijn bitter verlopen leven als jonge immigrant beschrijft met als hoofdvraag: Waarom Ab? Waarom heb je een einde aan je leven willen maken? Chalgoum emigreerde als Marokkaans jongetje in 1983 met zijn ouders en broers en zussen vanuit Marrakech naar Nederland. Zoals Nederlanders in Australië probeerden Aussie te worden, zo moet de familie Chalgoum in Nederland aarden. Dat blijkt bijna onmogelijk met een vader die de voeten van zijn dochter bewerkt met een gloeiende vleesspies omdat ze ’s avonds stiekem naar een feestje is gegaan. Ook Abbie wordt met regelmaat in elkaar gebeukt of anderszins verschrikkelijk mishandeld. Hij ontvlucht het huis, volgt een opleiding tot beleidsmedewerker, maar wordt leraar economie op het mbo. Zijn migrantennachtergrond blijft hem ongewild achtervolgen; de knuffelmarokkaan en de superallochtoon van Venlo die tot Prins Carnaval wordt verkozen (In de stad van Geert Wilders zwaait Prins Abbie I dit carnaval de scepter, schreef RTL-nieuws) en die in 2015 Jezus vertolkt in de Passiespelen. Ik blijf bij je is een opzienbarende, eerlijke bekentenis van een leraar die enerzijds schouderklopjes wil, anderzijds krimpt bij de voortdurende allochtonengrappen van zijn collega’s. Hij lijdt onder nachtmerries en wordt bezeten door stemmen in zijn hoofd. Niemand heeft in het begin door hoe verslaafd hij is geraakt aan drank en vooral aan pathologisch liegen – totdat de school aan de bel trekt.

Abbie Chalgoum: Ik blijf bij je. Prometheus, 253 blz. € 20,99

4. Christel Jansen: Mijn moeder wil mijn naam niet weten

De titel van het boek Mijn moeder wil mijn naam niet weten van Christel Jansen, is een parafrase van het mooie gedicht ‘Mijn moeder is mijn naam vergeten’ van Neeltje Maria Min. Het verschil in betekenis is echter groot; waar Min dicht over geborgenheid en liefde van en voor een kind, is de titel van het boek rancuneus bedoeld. Deze moeder, Liesje, voelt geen enkele liefde voor haar kinderen en ook hun Joodse vader Juliusz vindt zijn zangcarrière belangrijker dan zijn gezin. In de oorlog wordt hij drie keer opgepakt maar door zijn vrouw weer bevrijd omdat ze kan aantonen dat er sprake is van een ‘gemengd huwelijk’, maar van liefde is geen sprake meer. De roman is opgedeeld in korte hoofdstukjes over steeds een ander lid van de familie in steeds een andere tijd. Zo begint de roman over de oudste dochter Esther, die in 2010 haar moeder vraagt waarom ze haar kinderen niet heeft willen kennen. Vervolgens springt Jansen naar moeder Liesje in 1921. Er vormt zich een mozaïek aan tijd en gebeurtenissen waarin de jeugd van Liesje, de oorlog en de verwaarlozing van de kinderen de belangrijkste onderwerpen zijn. De roman is ‘gebaseerd op een ware geschiedenis’ staat op de omslag, maar naar bronnen of archieven wordt niet verwezen. In het persbericht – dus niet in het boek – wordt de ‘moeder’ toch nog maar even, zo lijkt het althans, onthuld: het gaat om de celliste Mieke van der Wees, Liesje in de roman. En ook de echte naam van haar tweede veel jongere echtgenoot ‘Victor’, die er in het boek ook niet goed van afkomt, wordt in datzelfde persbericht bekendgemaakt: het gaat om de ‘arts van het volk’ en de ‘omstreden Telegraaf-columnist’ Bob Smalhout. Hoe hartverscheurend de verhalen ook zijn – zo moeten de kinderen hun moeder ‘tante’ noemen omdat niemand mag weten dat zij hun moeder is, en als de jongste zoon in 1953 weer even thuis mag wonen, hoort hij zijn moeder tegen de hulp zeggen: ‘Ik doe hem toch maar weer weg’ – een op waarheid gebaseerd verhaal, heeft bronnen nodig. Nu leest het ongemakkelijk omdat het geromantiseerde de waarheid ten goede of ten kwade keert. En dat is jammer want journalist Jansen kan zeker goed schrijven.

Christel Jansen: Mijn moeder wil mijn naam niet weten. Nieuw Amsterdam, 304 blz. € 20,99

5. Jeroen Dijsselbloem: De onderwijsfamilie

Een prachtig voorbeeld van goede oral history is De onderwijsfamilie van oud-politicus (PvdA) Jeroen Dijsselbloem die vele leraren in zijn familie heeft. Door ‘zijn’ parlementaire onderzoekscommissie, die in 2007 onderwijsvernieuwingen van de jaren negentig onderzocht, werd de interesse in de ervaringen van zijn eigen familie nog groter. Want vertegenwoordigde die niet honderd jaar (veranderingen in het) onderwijs? Zijn opa was leraar, zijn vader, zijn moeder, zusje, een aantal (oud-)ooms en neven en nichten – allen maakten wel een verandering mee van de Mammoetwet, de basisschool, de cito-toets, het vmbo tot het ontstaan van de grote roc’s. Samen met zijn moeder Joop Dijsselbloem interviewde hij alle leraren in de familie en verzamelde zo de schoolverhalen van vier generaties: van de eerste basis tot het latere werk. In de afsluitende epiloog stelt Dijsselbloem dat ‘de kansen die het onderwijs biedt, dienen te worden hersteld’. Dus geen verandering maar ‘groot onderhoud’. In NRC gaf hij alvast vier nieuwe lessen voor goed onderwijs.

Jeroen Dijsselbloem: De onderwijsfamilie. Prometheus, 198 blz. € 21,99

6. Jo Komkommer: Opkomst & ondergang van de Citroën Berlingo

Om teleurstelling te voorkomen bij Berlingo-liefhebbers: de verhalenbundel Opkomst & ondergang van de Citroën Berlingo van de Vlaamse schrijver Jo Komkommer (1966) gaat niet per se over de sympathieke Franse auto. Het titelverhaal gaat dan wel over de ‘Bohemien hippie chique van den Aldi’, de overige verhalen gaan over de wereld van dertigers die van reizen en kaarten houden of ‘tot een kot in de nacht naar Eurosport’ kijken. Vooral in zijn bewogen serieus-komische verhalen over zijn vader en opa is deze (klein-) zoon van Joodse Antwerpse diamantairs op zijn best. Opvallend zijn daarbij zijn spijtbetuigingen aan bijvoorbeeld zijn opa of later aan Muriël, de vrouw van zijn goede vriend Bart, voor wie hij een, zo lijkt het, dierbare afscheidsrede heeft geschreven. Want, zo voelt het voor Komkommer, ‘als iemand er nooit meer zal zijn, rest er altijd spijt’.

Jo Komkommer: Opkomst & ondergang van de Citroën Berlingo. Manteau, 320 blz. € 22,50