Recensie

Recensie Muziek

Rockgroep De Dijk: een zwijgzaam blok over hun interne ruzies

Popmuziek Rockgroep De Dijk werd geteisterd door hevige interne ruzies. Hugo Logtenberg lukte het om die conflicten op tafel te krijgen.

De Dijk op het Rembrandtplein in Amsterdam, 1997. Foto Bob Bronshoff
De Dijk op het Rembrandtplein in Amsterdam, 1997. Foto Bob Bronshoff

Ramones, Metallica, De Dijk. Op het eerste gezicht rockgroepen die weinig met elkaar gemeen hebben. Maar achter de façade van een hechte club mannen die gezamenlijk de podia afschuimen en overal hun publiek in vuur en vlam zetten, schuilt een opvallende overeenkomst. De Ramones spraken zeventien jaar niet met elkaar, nadat Johnny Ramone het vriendinnetje van Joey had afgetroggeld. Metallica moest collectief naar de psychiater om in het reine te komen met hun onderlinge botsingen. En De Dijk stond in het veertigjarig bestaan regelmatig op klappen wegens onvrede over de interne verhoudingen. Zo eensgezind als deze bands zich presenteerden, zo verdeeld waren ze van binnen.

Het is de grote verdienste van NRC-journalist Hugo Logtenberg dat hij in zijn biografie Achter De Dijk de onderste steen boven heeft gekregen over al die keren dat zanger Huub van der Lubbe of gitarist Nico Arzbach dreigde op te stappen. Naar buiten vormden de muzikanten altijd één zwijgzaam blok over wat er werkelijk speelde. In interviews hield Van der Lubbe onder alle omstandigheden vol dat het fantastisch ging met De Dijk. Ondertussen voelde Arzbach zich in zijn diepste wezen bedreigd door de komst van een tweede gitarist, en weet Van der Lubbe zijn gehoorbeschadiging aan het feit dat drummer Antonie Broek te hard op zijn trommels mepte.

Vertrouwen

Hugo Logtenberg won het vertrouwen van de bandleden en kreeg feiten boven tafel die al die tijd onbekend waren gebleven. Enthousiast gemaakt door het album De Dijk Live uit 1990 was de auteur een relatieve laatkomer met zijn liefde voor de muziek van de groep, die in 1982 haar eerste single single ‘Bloedend Hart’ uitbracht. Logtenberg verdiepte zich intensief in de geschiedenis, muziek en persoonlijke omstandigheden van de muzikanten. Hij sprak meer dan 150 mensen uit de omgeving van het Amsterdamse popfenomeen, dat zich in het collectief geheugen nestelde met Nederpopklassiekers als ‘Binnen Zonder Kloppen’ en ‘Ik Kan Het Niet Alleen’.

Achter De Dijk schetst levendig hoe de muziek van De Dijk is geworteld in americana en soul. Daarbij bestond van meet af aan de vaste overtuiging dat de teksten in het Nederlands moesten. De soul-connectie werd bekrachtigd door de samenwerking met de Amerikaanse zanger Solomon Burke, die leidde tot een van de meest dramatische gebeurtenissen in het bestaan van de band. De zwaarlijvige zanger overleed 10 oktober 2010 op Schiphol, onderweg naar Paradiso voor een gezamenlijk optreden. De Dijk liet het concert zonder hem doorgaan, ter viering van het leven van de 70-jarige soullegende.

Veel aandacht is er voor de ontstaansgeschiedenis van de teksten. Huub van der Lubbe liet zich voor zijn rock-‘n-rollpoëzie vaak inspireren door gebeurtenissen uit het echte leven. Een vrouw die hem vele jaren na dato vroeg of ze de muze was geweest voor het lied ‘Binnen Zonder Kloppen’ (‘Ze kwam binnen zonder kloppen / en ging weg zonder een woord’) moest Van der Lubbe teleurstellen: ze was het niet. In werkelijkheid werd toetsenman Pim Kops in de beginjaren van de band ’s nachts bezocht door een studente die zonder aankondiging bij hem in bed kroop. Over wie het lied werkelijk gaat blijft onduidelijk.

Songteksten

Tegelijk met deze definitieve De Dijk-biografie verschijnt Vlooienmarktdandy, een nieuwe bundel songteksten en poëzie van Huub van der Lubbe.

Voorzien van korte commentaren en autobiografische schetsen ontsnapt het boek niet aan het gangbare bezwaar dat songteksten moeilijk tot leven komen buiten de context van de begeleidende muziek. Van der Lubbes meest aansprekende teksten, zoals de livefavorieten ‘Onderuit’ en ‘Mag Het Licht Uit’, stonden al in de eerdere bundel Melkboer met de Blues (1995). Recent werk als het libretto dat hij schreef voor de ‘homerische rockopera’ O Die Zee is indrukwekkend in zijn vakmanschap, maar haalt het niet bij de popklassiekers waarmee De Dijk vorig jaar veertien plaatsen in de Top 2000 van Radio 2 innam.

Opmerkelijk is dat Huub van der Lubbe nog steeds geplaagd wordt door het gevoel dat hij zijn succes niet verdiend heeft, tekent Logtenberg op. ‘Dat er hier op een dag wordt aangebeld door een man die me komt halen en zegt: “Van der Lubbe, oplichter. Je kunt helemaal niet zingen.”’

Vele malen dacht hij eraan de handdoek in de ring te gooien, als een rumoerige show in een sporthal of feesttent hem weer eens dagenlang een piep in de oren had bezorgd. Nog juist voor de lockdown vond Huub van Lubbe het plezier in optreden met De Dijk terug, door een nieuwe podiumopstelling waarbij zachter gespeeld wordt. Een van zijn meest bitterzoete herinneringen aan veertig jaar en drieduizend concerten met De Dijk ving hij in een oerhollandse songtekst:

‘Nergens is de zaal zo stroef / Als in Hippolytushoef.’