Recensie

Recensie Boeken

Hoe Sicilië speelbal werd van pauselijke intriges

Sicilië In een helder, actueel en veelzijdig boek schetst Fik Meijer de geschiedenis van dit grootste eiland in de Middellandse Zee, ooit de graanschuur van Rome.

Kaart van Sicilië uit de 17de eeuw.Illustratie De Agostini via Getty Images
Kaart van Sicilië uit de 17de eeuw.Illustratie De Agostini via Getty Images

Er is waarschijnlijk geen plek ter wereld die, historisch gezien, zo’n smeltkroes van culturen is als Sicilië. Griekse tempels en Romeinse villa’s. Islamitische geometrische kunst en paleizen gebouwd door Normandiërs. Sporen van Duitse, Spaanse, Franse en Engelse heersers. Sicilië is het grootste eiland in de Middellandse Zee, eeuwenlang betwist wegens zijn strategische ligging, in de Tweede Wereldoorlog het eerste bruggehoofd bij de pogingen van de geallieerden om de macht van de nazi’s op het Europese continent te breken.

Er is een overvloed aan reisgidsen en boeken over het moois en lekkers van dit eiland en aan studies over de plaag van de maffia. Maar een recent overzicht in het Nederlands over de ontwikkelingen die het eiland heeft doorgemaakt, ontbreekt. De historicus en classicus Fik Meijer, die talloze boeken over de antieke oudheid op zijn naam heeft staan, vult deze leemte met De vele gezichten van Sicilië.

Anekdotes

Zijn grote kennis van de oudheid drukt een stempel op dit boek. Met behulp van veel anekdotes beschrijft hij in de eerste honderd pagina’s hoe de Grieken het eiland koloniseerden, de Carthagers er hun oog op lieten vallen en de Romeinen er een graanschuur van maakten. In de beheersing van dit historische materiaal toont zich de hand van de meester – dat is minder zichtbaar in zijn beschrijving van een andere bloeiperiode van Sicilië, de jaren dat Frederik II (1194-1250) daar de baas was en de bijnaam verwierf van stupor mundi, de man die de wereld versteld deed staan. Deze periode had wat meer inkleuring verdiend.

Soepel loodst Meijer de lezer door de eeuwen daarna, als Sicilië gaandeweg een speelbal wordt van pauselijke intriges en ingewikkelde dynastieke manoeuvres. Het eiland raakt in verval, met als refrein: de noodzakelijke hervormingen worden tegengehouden door niet-geïnteresseerde en vaak afwezige machthebbers en door grootgrondbezitters die willen vasthouden aan hun macht. In zekere zin blijft dit gelden nadat Sicilië in 1860 wordt veroverd door Garibaldi en zijn duizend vrijwilligers en zo de belangrijkste stap naar de eenwording van Italië is gezet.

De laatste tachtig pagina’s gaan over de ontwikkelingen sindsdien. Keuzes daarbij zijn onvermijdelijk. Als introductie tot de geschiedenis van Sicilië is dit een helder en kleurrijk boek, zoals lezers dat gewend zijn van Meijer.

Speciale status

Maar zijn schets van het contemporaine Sicilië vertoont enkele opvallende hiaten. Meijer schrijft over de invloedrijke familie Florio – waarom niet kort verwijzen naar de internationale bestseller hierover van Stefania Auci? Waarom niet Leonardo Sciascia, van wie toch veel werk is vertaald, noemen bij de prominente schrijvers uit en over Sicilië? Waarom geen aandacht voor de speciale status die Sicilië (met vier andere regio’s) heeft in het Italiaanse staatsbestel, die er onder meer toe heeft geleid dat Siciliaanse regiobestuurders zichzelf absurd hoge salarissen toekennen?

Meijer constateert dat veel Sicilianen het gevoel hebben dat ze elders in Italië niet voor vol worden aangezien, of als marginaal worden weggezet – een klacht die overigens ook elders in het zuiden van Italië veel te horen is. Dan was het aardig geweest nog even Andrea Camilleri erbij te halen, de in 2019 overleden razend populaire schrijver van thrillers/romans die op Sicilië spelen. Al liet hij een geromantiseerd beeld van Sicilië zien – nog versterkt door de prachtige opnamen in de tv-serie van zijn boeken – ook hij hoort in een hoofdstuk over het Sicilië van nu.