Rilana stofzuigt haar tuin, 2013.

Foto’s Raimond Wouda

Hechte gemeenschap die snel verandert

100 jaar Tuindorp Oostzaan Raimond Wouda fotografeert al ruim 30 jaar in Tuindorp Oostzaan, waar hij werd geboren. Het 100-jarig bestaan leidde tot een boek en een expositie.

Het ideale arbeidersdorp. Dat was wat de gemeente Amsterdam honderd jaar geleden in gedachten had toen ze in de net drooggelegde polder aan de noordkant van het IJ het eerste Amsterdamse tuindorp bij Oostzaan uit de grond stampte. Middenin een ‘grijze woestijn van droge bagger’, zoals de Nieuwe Rotterdamsche Courant destijds schreef, moesten goede, betaalbare woningen komen voor lage inkomens, in een groene en intieme wijk, met straten en pleinen waar bewoners elkaar konden ontmoeten en waar onderlinge saamhorigheid hoog in het vaandel zou staan. Een plek waar inwoners van de verpauperde volksbuurten licht, lucht en ruimte zouden vinden, en waar ze aan het werk konden bij de werven van de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij en de Nederlandsche Dok Maatschappij (later samengevoegd tot NDSM). In 1921 kregen de eerste bewoners de sleutels van hun huizen, een paar jaar later was Tuindorp Oostzaan een feit.

Het staat in Polder VIII, Tuindorp Oostzaan 1921-2021, Amsterdam, het boek dat Raimond Wouda, in 1964 geboren in Tuindorp, maakte ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van de wijk. Al meer dan dertig jaar fotografeert hij hier de mensen, de straten, de pleinen, de tuinen. Zijn eigen foto’s combineert hij met historische archiefbeelden en met foto’s uit privé-albums van bewoners. „Ik wilde dat zij ook een stem zouden hebben in dit boek.”

De foto’s zijn ook te zien in een tentoonstelling in het Amsterdamse Stadsarchief.

Nog altijd een zwak voor de wijk

De overgrootouders van Wouda vestigden zich in 1926 in Oostzaan, zij en drie van hun zes kinderen zouden er hun hele leven blijven wonen. Wouda: „Ik ben geboren op de Zonneweg, mijn ouders woonden in bij mijn opa en oma. Toen ons gezin een paar jaar later verhuisde naar Slotervaart, kwam ik er nog elk weekend.” Hij hield, zo zegt hij, altijd een zwak voor de wijk. In het boek schrijft hij: „Tuindorp bleef altijd mijn tweede thuis. Elke zaterdag ging ik met mijn moeder naar het huis van mijn oma. Met bus 35 vertrokken we vanaf het Centraal Station naar Tuindorp. Ik vergeet nooit de wandeling langs de Meteorenweg, onder de poortwoning door, via het Polluxplein en het Zonneplein, naar de voordeur van mijn oma. Vooral het laatste stukje, langs het Zonnehuis en de achtertuinen van de bewoners van de Grote Beerstraat, heeft zich in mijn geheugen gegrift. Het gekwetter van de families die in de achtertuinen zaten. De tuinen die als huiskamer dienden en de verhalen die met iedereen gedeeld werden.”

In Polder VIII zien we de mensen die Wouda fotografeert buiten, in hun tuin, op de stoep, het plein of in het pierenbadje aan het Plejadenplein. „Ik heb in al die jaren ook veel foto’s bij mensen thuis gemaakt, maar ik besloot die niet op te nemen in het boek. Het werd te privé. Dan gaat het ineens over die ene persoon. Terwijl ik het over de gemeenschap wilde hebben. Hoe de mensen zich in de openbare ruimte begeven, wat ze met elkaar delen. In Tuindorp loopt privé heel vaak door in de buitenruimte.”

De meeste foto’s zijn gemaakt met een oude 4×5 inch glasplaatcamera, wat zorgt voor een intieme sfeer. „Een heel gevaarte. Het duurt een kwartier voordat ik mijn camera heb geïnstalleerd, en als ik dan vijf of zes beelden heb geschoten, ben ik zo twee uur verder. Dan ben je heel veel met mensen aan het praten.”

Leidde de in 1921 beoogde opzet inderdaad tot een hechte gemeenschap waarin iedereen elkaar kende, met de jaren veranderde de wereld en daarmee de samenstelling van Tuindorp. Er kwamen arbeidsmigranten, en recenter – met de almaar stijgende huizenprijzen in de rest van de stad – trekken veel jonge gezinnen naar Noord, waar de woningen nog net iets beter te betalen zijn.

Zomer 2012 Foto Raimond Wouda

Zonder titel, 1998 Foto Raimond Wouda

Pearl, 1999 Foto Raimond Wouda

Zuurdesembrood

„De gentrificatie trekt z’n sporen in de stad, ook in Tuindorp. De woningen worden duurder, er strijkt een nieuwe groep mensen neer. Met een hogere opleiding en inkomen, minder gericht op het leven en de mensen in de buurt”, vertelt Wouda. Ook de komst van de dure woonflats bij het NDSM-terrein en de chique jachthaven zorgen voor een andere sfeer. „Voor veel oude Tuindorpers gaan die veranderingen wel erg hard. De meesten hebben geen klik met het nieuwe – de dure koffietent op het Zonneplein, de zuurdesembroden-bakkerij. Ze zeggen: de nieuwe mensen zeggen geen gedag, ze zijn altijd druk en nemen niet de tijd voor een praatje. Voor mensen die opgroeiden in een hechte gemeenschap is dat soms lastig.”

Boy, Max, Sarah en Hannah, 2012 Foto Raimond Wouda

Stokroos, 2019 Foto Raimond Wouda

Kasper, Odin, Nori, Minyoy en Kine, 2021 Foto Raimond Wouda

Pierebad, 2017 Foto Raimond Wouda

Zonder titel, 2013 Foto Raimond Wouda

Denise en Ronisio, 2012 Foto Raimond Wouda

Zonder titel, 2012 Foto Raimond Wouda

Rilana stofzuigt haar tuin, 2013. Foto’s Raimond Wouda

Pearle, Vienne en Kimberley, 1999. Foto Raimond Wouda

Jopie, Mien en mevrouw Dijkstra-Boon, 1998 Foto Raimond Wouda

Sandra, 2000 Foto Raimond Wouda

Raimond Wouda. Polder VIII, Tuindorp Oostzaan 1921-2021, Amsterdam. Fw:Books, 256 pagina’s, € 35. Thuis in de Stad. 100 jaar Tuindorp Oostzaan, tentoonstelling Stadsarchief Amsterdam, Vijzelstraat 32. Te zien t/m 9 januari 2022.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.