Dringende besluiten zijn nodig - dit zijn de tien belangrijkste thema’s voor de formatie

Formatie

De vier partijen die over een nieuw kabinet onderhandelen moeten op veel terreinen dringend besluiten nemen. Dit zijn de belangrijkste thema’s voor de formatie.
De tien belangrijkste thema's voor de formatie.
De tien belangrijkste thema's voor de formatie. Illustraties Laura Langerak

Langer dan een half jaar is het in Den Haag alleen maar over personen gegaan. Maar onder leiding van de informateurs Johan Remkes en Wouter Koolmees kan de kabinetsformatie eindelijk over de inhoud gaan. De vier partijen in het huidige demissionaire kabinet-Rutte III (VVD, D66, CDA en ChristenUnie) praten over hernieuwde samenwerking. Die gesprekken kunnen maanden duren. En of ze gaan slagen, is nog onzeker.

Maar wat zijn de belangrijkste onderwerpen waar de onderhandelaars een akkoord over moeten zien te bereiken? NRC behandelt de vier belangrijkste thema’s van de formatie: klimaat en stikstof, woningbouw, onderwijs en migratie en diplomatie. Daarnaast identificeren we zes thema’s waarover dringend beslissingen moeten worden genomen, zoals het toeslagenstelsel en de zorg. Het zijn onderwerpen waar sinds de val van het kabinet-Rutte III, negen maanden geleden, weinig mee gebeurd is in Den Haag. De begroting van september was beleidsarm, al werd er extra geld uitgetrokken voor enkele beleidskeuzes, zoals de bestrijding van ondermijnende criminaliteit. Extra geld kwam er ook voor klimaat, maar juist daar, en in het stikstofbeleid, moeten de harde keuzes nog gemaakt worden.

Voor deze tien thema’s geldt dat de vier partijen weliswaar de ernst van de problemen erkennen, maar anders denken over de oplossingen. Niet langer kunnen ze zich verschuilen achter dikke regeerakkoorden, want de informateurs hebben als opdracht een nieuwe bestuurscultuur te bevorderen. Daar past bij dat coalitieafspraken minder gedetailleerd worden vastgelegd. De vier partijen hebben de komende tijd dus alle ruimte om het politieke gevecht over deze thema’s te voeren, ook als het kabinet al geformeerd is.

Guus Valk

Klimaat en stikstof

Zonder effectief stikstof- en klimaatbeleid loopt het land in 2025 vast

Grote bouwprojecten komen niet van de grond, boeren mogen steeds minder mest uitrijden en de doelstelling voor 2030 om de uitstoot van CO2 op zijn minst te halveren gaat Nederland zeker niet halen.

Dit kan zomaar het scenario zijn als deze formatie niet leidt tot effectief stikstof- en klimaatbeleid. Dan loopt Nederland in 2025, aan het einde van de termijn van het mogelijke kabinet-Rutte IV, vast.

Er is geen formerende partij die de omvang van die twee problemen onderschat. Een „massieve verbouwing” van Nederland is volgens demissionair premier Rutte noodzakelijk om stikstofoverschotten en klimaatverandering aan te pakken. Het stikstofprobleem noemde Rutte tijdens de recente politieke beschouwingen „een meteoriet”. Bij klimaatverandering zag de VVD-voorman „een ongelooflijk grote noodzaak om hier in te grijpen”.

Dat is een groot verschil met de afgelopen jaren, toen de grootste coalitiepartij zich profileerde met het bestrijden van „klimaatdrammers” zoals D66-fractievoorzitter Rob Jetten.

Niet alleen de VVD verandert. Formatiepartner CDA erkent dat ingrijpen in de landbouw onvermijdelijk is. „Het landbouwsysteem zoals het nu is, is uit de hand gelopen”, zei Tweede Kamerlid Derk Boswijk (CDA).

De problemen zijn dan ook groot. Neem stikstof. In 2019 legde de Raad van State het vergunningensysteem stil voor allerhande bouw- en landbouwprojecten vanwege de veel te hoge stikstofuitstoot die funest is voor de natuur. Het kabinet-Rutte III moest ingrijpen, maar het huidige beleid is met 26 procent reductie in 2030 onvoldoende om de bouw vrij baan te geven. Volgens Johan Remkes – informateur én voormalig kabinetsadviseur stikstofproblematiek – moet die reductie dan zeker 50 procent zijn.

De landbouwsector speelt een belangrijke rol in het oplossen van het probleem: die is een grote uitstoter van stikstof. Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) is een vrijwillige uitkoop van boeren én het halen van strikte stikstofdoelen inmiddels een gepasseerd station. Er zijn hardere ingrepen nodig.

Pijnlijke besluiten

Pijnlijke besluiten moeten er ook vallen om klimaatverandering ambitieuzer aan te pakken. Het kabinet haalt de oude doelen niet die het zichzelf stelde (49 procent CO2-reductie in 2030), en inmiddels is er een Europees doel bijgekomen (55 procent in 2030). Een nieuw kabinet ontkomt niet aan extra maatregelen . Moet de industrie meer uitstoot gaan beperken? Worden de burger de duimschroeven aangedraaid door strengere milieu-eisen in huis en op de weg?

Het zijn stuk voor stuk grote, kostbare en pijnlijke ingrepen die een paar jaar geleden nog voor grote onenigheid zorgden tussen de vier partijen die nu onderhandelen over een nieuw regeerakkoord. Van die partijen zijn de ambities van D66 steevast het grootst: Nederland moet sneller gaan dan de rest van Europa. VVD en CDA waren de afgelopen jaren terughoudender. „Meestribbelen” noemt ‘klimaatpaus’ en voormalig VVD-leider Ed Nijpels dat.

De recente ambitieuzere plannen van Europa zorgen voor duidelijkheid en ook voor optimisme bij de partijen dat een compromis mogelijk is: nieuwe ingrepen zijn onvermijdelijk. Bovendien vrezen ook VVD en CDA de economische stilstand die door het stikstofprobleem wordt veroorzaakt. Dan worden kosten opeens investeringen om de economie draaiende te houden. Wat enorm helpt is het beschikbare geld. Gezien het economisch herstel en de lage rente kunnen volgens de partijen gemakkelijk tientallen miljarden euro’s extra geleend worden.

Alleen al het stikstofprobleem oplossen kost veel geld. Het kabinet liet deze zomer twee plannen doorrekenen om de uitstoot in de landbouw beheersbaar te maken. De veestapel moet in beide plannen met een derde krimpen, waarbij de kosten op kunnen lopen tot 25 miljard euro.

Geld poetst niet alle meningsverschillen weg – zo ligt onteigening van boeren bij CDA, VVD en ChristenUnie zeer gevoelig. Maar het maakt een compromis wel makkelijker. Met miljarden aan subsidies voor de industrie kunnen de grootste uitstoters verduurzamen, zonder dat een vertrek naar het buitenland een logisch gevolg is. Voor dat laatste vrezen vooral VVD en CDA.

Als overeenstemming aan de formatietafel is bereikt, doemen nieuwe problemen op. Waar halen we de arbeidskrachten voor de energietransitie vandaan? Hoeveel maatschappelijk verzet komt er? Het grote probleem lijkt niet om grote plannen in het regeerakkoord te zetten. Wel om ze daadwerkelijk uit te voeren.

Marike Stellinga en Erik van der Walle

Lees ook onze formatiewijzer: Dit staat in de verkiezingsprogramma’s van de formerende partijen

Terug naar boven

Woningmarkt

Zeg maar hoe die miljoen woningen er moeten komen

Er zijn te weinig woningen en die woningen zijn ook nog eens te duur. Zie daar de wooncrisis.

Niet iedereen is van de ernst van de crisis overtuigd. Met name mensen die al een woning hebben zijn „veelal zeer tevreden”, constateert demissionair minister Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) deze week in een brief aan de Kamer. „De woonlasten voor een koopwoning zijn door de lagere rente gedaald.” Maar er is ook een tekort van 279.000 woningen, meldt de minister, en „steeds meer mensen hebben moeite om een passende en betaalbare woning te vinden”. Koopwoningen zijn voor starters, alleenstaanden en mensen met lage- en middeninkomens „erg duur geworden”. Ook geschikte huurwoningen zijn „schaars”, aldus de minister. Huurders van sociale huurwoningen kunnen vaak moeilijk rondkomen. De behoefte aan nieuwe, betaalbare woningen neemt de komende decennia toe, onder meer door de groei van het aantal kleinere huishoudens en de komst van arbeidsmigranten.

Protesterende omwonenden

De politiek lijkt na een periode van pappen en nathouden de afgelopen jaren doordrongen van het besef dat er flink moet worden gebouwd; het liefst een miljoen woningen in de komende tien tot vijftien jaar. Daar zijn de formerende partijen het min of meer over eens, en daar werkt ook dit demissionaire kabinet naartoe. In zeven regio’s met de grootste tekorten, vooral in de Randstad, zijn veertien locaties voor grootschalige woningbouw aangewezen, samen goed voor bijna negenhonderdduizend woningen tot 2040 – mits ze daadwerkelijk worden gebouwd en de bouw niet wordt gefrustreerd door financiële tegenvallers, onwillige gemeenten en projectontwikkelaars of protesterende omwonenden.

Woningcorporaties worden gestimuleerd meer woningen te bouwen, door een flinke korting op de verhuurderheffing waardoor geld vrijkomt. Het kabinet heeft verder de huurprijzen in de sociale sector aan banden gelegd. Voor huurwoningen in de vrije sector is dat lastig; een limiet schrikt beleggers af en dat leidt op langere termijn tot minder beschikbare huurwoningen.

De nood is intussen hoog; wie meer dan ruim veertigduizend euro verdient komt niet in aanmerking voor sociale huur. „Samen met de starters vallen de middeninkomens tussen wal en schip”, constateert Peter Boelhouwer, hoogleraar woningmarkt aan de TU Delft. Hier en daar worden maatregelen genomen, zoals het weren van beleggers van de woningmarkt, kopers verplichten in woningen te wonen of het opkopen door gemeenten van corporatiewoningen. „Kleine oplossingen voor kleine problemen”, zegt Johan Conijn, emeritus hoogleraar woningmarkt aan de Universiteit van Amsterdam. „Die problemen zijn een gevolg van het grote probleem: dat er te weinig woningen zijn.”

‘Systeemrisico’

Dan de hoge prijzen. Je kunt beweren dat de historisch lage rente de prijsstijgingen min of meer onvermijdelijk heeft gemaakt – wie weinig rente hoeft te betalen, kan meer lenen. Maar dat is niet het hele verhaal. De huizenprijzen zijn in Nederland harder gestegen dan gemiddeld in Europa en dus is het zaak het beleid te veranderen, meent onder anderen president van De Nederlandsche Bank Klaas Knot. Hij pleit al lang voor het afschaffen van de hypotheekrenteaftrek. Maar dat ligt politiek gevoelig, de formerende partijen denken er verschillend over.

Dat geldt ook voor het afschaffen van de zogenoemde jubelton. Iedere vermogende Nederlander kan een ton belastingvrij schenken om zijn of haar kinderen in staat te stellen een huis te kopen. Maar met die ton hebben starters ook de prijzen opgejaagd.

Maatregelen zijn hard nodig, stelt Dirk Bezemer, hoogleraar economie van de internationale financiële ontwikkeling aan de Rijksuniversiteit Groningen, omdat de hoge huizenprijzen niets minder zijn dan „een systeemrisico voor de stabiliteit van onze economie”. Bezemer vindt dat er minder moet worden geleend. „Je moet niet denken dat aan de prijsstijgingen nooit een einde komt. Wat doe je als de huizenprijs zakt en je huis onder water staat? We brengen met z’n allen bovendien heel veel geld naar de bank, geld dat we niet in de economie stoppen.”

Arjen Schreuder

Terug naar boven

Onderwijs

Een hoger salaris voor de leraar, en wat te doen met het leenstelsel?

Miljarden wil D66 uittrekken voor wat partijleider Sigrid Kaag „de grootste structurele investering in het onderwijs ooit” noemt. Zo’n zeven miljard euro om de problemen in alle sectoren van het onderwijs aan te pakken en nog eens ruim drie miljard voor gratis kinderopvang.

Het is een hoge inzet in de onderhandelingen, maar er staat dan ook veel op het spel voor D66. De partij die zichzelf al jaren profileert als dé onderwijspartij, wist het tij de afgelopen jaren niet te keren: lerarentekorten nemen toe, klassen worden groter, leerlingen kunnen minder goed lezen en rekenen, universiteiten kampen met te veel studenten en studenten op hun beurt met een stijgende studieschuld.

In het ‘document op hoofdlijnen’ dat VVD en D66 deze zomer schreven, spat de ambitie voor het onderwijs van de pagina’s – „We willen het beste onderwijs van de wereld en kansenongelijkheid bij de wortel aanpakken” – maar concrete bedragen worden niet genoemd. Ook in de onderwijsbegroting voor 2022 wordt, behalve de al eerder beloofde eenmalige uitgave van 8,5 miljard voor de aanpak van corona-achterstanden, niets vermeld over de aanpak van het lerarentekort of andere structurele investeringen. Al zegt het demissionaire kabinet een paar dagen na Prinsjesdag: er gaat 500 miljoen euro extra naar de salarissen van leraren in het basisonderwijs.

Dat is niet genoeg om de gewraakte loonkloof tussen leraren aan basisscholen en middelbare scholen te dichten, maar de verwachting is dat de formerende partijen een akkoord bereiken over de resterende 400 miljoen.

Hoger onderwijs

De aanpak van het lerarentekort staat bij alle vier partijen hoog op de agenda, al worden de accenten door hen anders gelegd. Zo richt de VVD zich met name op geld voor ‘excellente leraren en scholen’, terwijl CDA, ChristenUnie en D66 een hoger salaris voor élke leraar willen. Naast meer autonomie, kleinere klassen en betere begeleiding zodat minder startende leraren afhaken.

Ook in het hoger onderwijs moet worden geïnvesteerd, vindt D66. De studentenaantallen groeiden explosief de afgelopen jaren, maar de financiering bleef achter, waardoor docenten en wetenschappers te weinig tijd hebben studenten te begeleiden en onderzoek te doen.

Adviesbureau PricewaterhouseCoopers berekende vorig jaar dat er structureel 1,1 miljard euro extra nodig is om de scheefgroei recht te trekken, een bedrag dat twee jaar geleden al door demissionair minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, D66) werd genoemd als oplossing voor de toegenomen werkdruk aan universiteiten. Maar of het geld er komt, is de vraag: D66 is vooralsnog de enige die er expliciet voor pleit.

Een ander heikel punt is het leenstelsel, waar alleen de VVD nog voorstander van is. D66, CDA en de ChristenUnie zijn het op hoofdlijnen eens: het leenstelsel moet zo snel mogelijk worden afgeschaft en er moet weer een basisbeurs komen. Een motie van die strekking, ingediend door ChristenUnie en CDA, werd door alle partijen ondersteund, behalve door de VVD.

Maar hoe de nieuwe basisbeurs eruit gaat zien, is nog onduidelijk. Zowel het CDA als de ChristenUnie pleit voor een vast bedrag van enkele honderden euro’s per maand, terwijl D66 alle jongeren geld wil geven in de vorm van een belastingkorting.

Ook is het nog de vraag of de ‘pechgeneratie’, die gemiddeld 15.000 euro schuld heeft, wordt gecompenseerd. Ja, vinden D66, CDA en ChristenUnie, maar zo’n compensatie is duur en ingewikkeld: niet elke student heeft immers evenveel hoeven lenen.

En dan is er nog de discussie over de vrijheid van onderwijs, ofwel artikel 23 van de Grondwet. De christelijke partijen willen hier niet aan tornen, maar volgens D66 en VVD is het artikel toe aan modernisering, zo schrijven ze in hun hoofdlijnendocument. Beide partijen willen sneller kunnen ingrijpen als het misgaat, zoals recent bij de reformatorische school Gomarus in Gorinchem, waar leerlingen onder druk werden gezet om ‘uit de kast te komen’. VVD en D66 hebben het tij mee: ook de Onderwijsraad pleitte deze week voor een begrenzing van de vrijheid van onderwijs.

Patricia Veldhuis

Migratie en diplomatie

Asielbeleid als splijtzwam, en wat wordt de Nederlandse rol in de Europese Unie?

„Ik kan je verzekeren dat we onder mijn leiding in een volgend kabinet niet meer tegen dit soort plannen zullen stemmen.” Aan het woord is D66-leider Sigrid Kaag, in september 2020, in de Volkskrant. Ze heeft het over een voorstel van de oppositie om vijfhonderd weeskinderen op te halen uit Griekenland, na de verwoestende brand in vluchtelingenkamp Moria op Lesbos. Het kabinet wil niet verder gaan dan honderd. De morele verontwaardiging is groot, ook in de D66-achterban, maar omwille van de coalitievrede legt Kaag, op dat moment minister in het kabinet-Rutte III, zich erbij neer. Eén keer, nooit weer, zegt ze erbij.

Migratie blijkt steeds weer een grote splijtzwam in Den Haag. Het was de reden dat GroenLinks in 2017 besloot niet aan de regering deel te nemen. CDA en VVD wilden het recht op asiel inperken en migranten ‘in de regio’ opvangen, in afwachting van hun asielaanvraag. GroenLinks-leider Jesse Klaver wilde dat elk jaar tussen de 2.500 en 25.000 vluchtelingen actief naar Nederland zouden worden gehaald, onder het VN-programma dat hiervoor bestaat. In Rutte III ging D66 akkoord met veel minder, een quotum van vijfhonderd door de VN aangewezen kwetsbare vluchtelingen. In het verkiezingsprogramma staat dat dit naar vijfduizend mensen moet. Net als de ChristenUnie trouwens, dat na vier jaar ook niet lijkt te willen berusten in een rigide asielbeleid.

Meer legale migratie, minder illegale

In de gezamenlijke ‘proeve van een regeerakkoord’ dat VVD en D66 afgelopen zomer schreven, ontbreken concrete getallen. In de tekst wordt gerept over het „beperken van irreguliere migratie, bestrijden van overlast en misbruik en bevorderen van terugkeer bij onrechtmatig verblijf” – de VVD-lijn kortom. Maar in dezelfde zin gaat het over het „verbeteren en versterken van legale migratie” – wat heel ‘D66’ klinkt. Dat het ontbreken van legale routes de illegale migratie richting Europa in de hand werkt, wordt algemeen onderkend, maar heeft nooit tot wezenlijk ander beleid geleid. Nu wel? Samen hebben CU en D66 in ieder geval meer Kamerzetels dan in 2017.

De migratiediscussie komt ook bovendrijven in het Afghanistan-debacle. Al ver voor de val van Kabul eist de Tweede Kamer meer actie voor de tolken en hun familie. Ministers komen in beweging, maar met de handrem erop, vooral ook voor andere Afghanen die voor Nederland hebben gewerkt, maar niet als tolk. Het kabinet vreest een „niet-beheersbare toename in het aantal aanvragen” en voor veiligheidsrisico’s in Nederland zelf. Het soort argumenten dat al jaren domineert in het asielbeleid en waar D66 en ChristenUnie tegen in opstand komen als het misgaat in Afghanistan.

De evacuatie uit Afghanistan legt zwakheden bloot bij Buitenlandse Zaken en Defensie. De betrokken diplomaten en militairen wordt niets verweten, zij doen wat ze kunnen, maar Nederland blijkt in Afghanistan totaal afhankelijk te zijn van andere landen. De bezuinigingen uit het verleden eisen hun tol. Migratie, defensie, diplomatie – het heeft een sterk Europese dimensie. Kaag noemt Europa steevast in het rijtje thema’s waarmee ze het volgende kabinet alsnog „een progressief randje” wil geven. Nederland moet „aan het stuur” zitten van de Europese Unie, in plaats van op de achterbank. In het VVD-D66-formatiestuk wordt gepleit voor investeringen in defensie en diplomatie om de internationale „slagkracht” van Nederland te vergroten.

Veel keus heeft Nederland overigens niet. Met het vertrek van de Duitse bondskanselier Angela Merkel kan het Europabeleid in Berlijn veranderen – minder gericht op de VS, kritischer op China en Rusland. In hoeverre kan Nederland nog steeds rekenen op Duitsland? In januari wordt Frankrijk roulerend EU-voorzitter en zal het proberen zijn stempel te drukken op de Europese agenda – en Duitsland daarin mee te krijgen. Ook de Europese begrotingsregels uit het ‘Stabiliteits- en Groeipact’ staan ter discussie nu landen de komende jaren miljarden moeten investeren om klimaatdoelen te halen. In april is bovendien de eerste ronde van de Franse presidentsverkiezingen. Kortom: Europa is volop in beweging. En met een demissionair kabinet is het veel moeilijker inspelen op al deze ontwikkelingen.

Stéphane Alonso

Terug naar boven

Infrastructuur

Gaat Lelystad Airport open of niet?

Gaan VVD, CDA, D66 en ChristenUnie alleen lopende zaken bespreken op het gebied van infrastructuur en mobiliteit? Of willen ze ook antwoord geven op de vraag hoe zij Nederland bereikbaar willen houden en het vervoer verduurzamen?

Lopende zaken zijn er genoeg. Van de reparatie van de Haringvlietbrug en ander duur onderhoud van infrastructuur tot de verbreding van de Utrechtse rondweg ten koste van landgoed Amelisweerd. Van de opening van Lelystad Airport tot de aanvraag voor nieuwe projecten bij het Europees Herstelfonds. Nederland laat minstens 6 miljard euro liggen uit dit fonds, om bijvoorbeeld de trein naar Duitsland te verbeteren.

De verbreding van de A27 bij Amelisweerd (kosten meer dan 1,5 miljard euro) splijt de vier. VVD en CDA zijn voor, D66 en CU tegen. De VVD wil de bereikbaarheid van Utrecht vergroten, D66 koestert het bos.

De voorstanders van ‘Lelystad’ zullen niet blij zijn dat de CU weer meepraat. Anders dan de overige drie is de CU ferm tegen het vakantievliegveld. „Er gaat definitief een streep door de opening van het nieuwe Lelystad Airport” stelt de partij. Dat past volgens de partij bij de noodzaak minder te vliegen.

Jan Benjamin

Terug naar boven

Toeslagen

Het stelsel moet eenvoudiger

Weg met de toeslagen! Die wens klonk eind 2019 unaniem in de Kamer. Want de problemen met de toeslagen zijn veel breder dan het strenge fraudebeleid in de Toeslagenaffaire. Toeslagen zijn bedoeld als inkomenssteun, maar zorgen wrang genoeg vaak voor financiële onzekerheid, juist bij gezinnen die het al niet breed hebben. De Belastingdienst betaalt toeslagen uit als een tegemoetkoming voor de kosten van kinderopvang, huur of zorg. Als er te veel betaald is, moet worden terugbetaald. Dat zorgt voor problemen.

Maar het stelsel afschaffen is ingewikkeld. Het nadeel van de toeslagen is meteen ook het voordeel: inkomenssteun die heel precies is toegesneden op de financiële situatie van een huishouden. Alternatieve systemen zijn al snel minder royaal of veel duurder, of kennen dezelfde nadelen. D66 en CU hebben in hun verkiezingsprogramma’s ingrijpende hervormingen voorgesteld. In plaats van toeslagen willen zij onder andere een belastingkorting invoeren die ook uitgekeerd kan worden. VVD en CDA gingen minder ver: het stelsel moet eenvoudiger.

Marike Stellinga

Terug naar boven

Arbeidsmarkt

Vast contract flexibeler maken

Nederland kent uitzonderlijk veel flexwerk, waar vooral kwetsbare groepen van afhankelijk zijn. Alle partijen willen dit veranderen. Maar hoe?

De door het kabinet ingestelde commissie-Borstlap adviseerde vorig jaar flexwerkers meer rechten te geven en het vaste dienstverband flexibeler te maken – bijvoorbeeld door ontslag makkelijker te maken.

Dit jaar volgde een gezamenlijk advies van werkgevers en vakbonden in de Sociaal-Economische Raad. Ook zij willen flexwerkers meer rechten geven, maar aan het vaste contract mag niet getornd worden – dat is door de vakbonden geblokkeerd.

Het is voor een nieuw kabinet aantrekkelijk om dit advies te volgen: breed draagvlak is dan gegarandeerd. Maar volgens sommige deskundigen lost het de problemen niet op: zolang het vaste contract zo ‘vast’ blijft, zouden werkgevers flexibele uitwegen blijven zoeken. VVD, CDA en ChristenUnie willen het vaste contract wat flexibeler maken. De vraag is of ze dat in het regeerakkoord durven op te nemen.

Christiaan Pelgrim

Terug naar boven

Jeugdzorg

Meer geld en minder papierwerk

De hulp aan kwetsbare kinderen en gezinnen schiet in Nederland tekort. De nijpende problemen in de jeugdzorg en -ggz kunnen volgens de sector niet langer wachten. Er zijn wachtlijsten en personeelstekorten, onnodig veel administratie, ineffectieve zorg, de rechtsbescherming van ouders en kinderen is niet gewaarborgd en er is een wildgroei aan aanbieders die gemakkelijk verdienen aan ‘lichte’ problemen.

Het nieuwe kabinet staat voor belangrijke beslissingen. Allereerst over geld: er is structureel meer geld nodig, naast de 1,3 miljard euro die voor 2022 is toegezegd.

De coalitiepartijen moeten daarnaast keuzes maken over wat gemeenten moeten doen in het kader van de Jeugdwet. Op dit moment is er geen grens aan de jeugdhulpplicht. CDA en VVD willen scherper afbakenen wát jeugdzorg precies is. D66 pleit voor jeugdhulp tot 21 jaar, en – net als de ChristenUnie – het landelijk regelen van bepaalde specialistische behandelingen. Een inkomensafhankelijke eigen bijdrage is een optie, al wordt dit niet in de verkiezingsprogramma’s genoemd.

Anne-Martijn van der Kaaden

Terug naar boven

Zorg

Suikerbelasting en verbod op tabak

Op de korte termijn heeft de zorg een acuut probleem: er zijn duizenden verpleegkundigen en honderden huisartsen en doktersassistenten te weinig. Daar moet fors in worden geïnvesteerd – vooral ook in het vasthouden van reeds opgeleide mensen.

Op de lange termijn zijn er twee grote kwesties: de kosten van de zorg, die alsmaar stijgen door vergrijzing, bureaucratie en de groeiende medische mogelijkheden. Als overheid en zorgverzekeraars bureaucratische eisen zouden schrappen, bespaart dat zorgverleners tijd en geld en dat kan hen motiveren hun vak te blijven uitoefenen. Want er vertrekken er te veel om die reden.

Een nieuw kabinet zou kunnen snijden in het basispakket, dat nu vrijwel alle zorg voor iedereen vergoedt. Maar de keuzes die dan gemaakt moeten worden, liggen gevoelig.

Daarnaast moet de bevolking gezonder gaan leven waardoor minder mensen hart-, vaat-, gewrichts-klachten en kanker krijgen. Dat vergt een inspanning van individuen én overheidsbeleid: suiker- en vetbelastingen, een verbod op tabak én subsidies voor sport en beweging.

Frederiek Weeda

Gemeenten

Meer financiële zekerheid, maar hoe?

Bijna een op de drie gemeenten lukte het niet voor 2021 een sluitende begroting te maken. De overige gemeenten, twee op de drie, hebben vrijwel zonder uitzondering fors moeten bezuinigen, hun reserves moeten aanspreken of de lasten voor de inwoners moeten verhogen om hun begrotingen tot 2024 sluitend te krijgen – of ze gaan dat nog doen.

Om de voorzieningen in gemeenten op peil te houden – van afval ophalen tot schoolgebouwen en bibliotheken, maar ook jeugdzorg en maatschappelijke ondersteuning – moet er volgens gemeenten geld bij.

De formerende partijen vinden vooral dat er „betere afspraken” (CDA) dan wel „meerjarige financiële zekerheid” (VVD) moet komen voor lokale overheden. De Rijksbijdrage aan gemeenten moet „stabieler” (D66) en „voorspelbaar” (ChristenUnie) zijn.

Maar de duivel zit in de details. Waar CDA, D66 en ChristenUnie pleiten voor belastingverschuivingen naar de gemeenten, zodat die eigen beleidskeuzes kunnen maken, zegt de VVD dat lokale lasten maar beperkt mogen stijgen: „Lokale belastingen horen zo laag en eerlijk mogelijk te zijn.”

Titia Ketelaar

Terug naar boven