Recensie

Recensie Boeken

Het wonderbos bestaat écht

Kinderboeken Het nieuwe boek van Medy Oberendorff en Jan Paul Schutten betovert je van begin tot eind. De kracht ervan zit zowel in de tekeningen als in de rake beeldspraak van Schutten.

Illustratie Medy Oberendorff uit ‘Wonderbos’

Nog voordat je het imposante Wonderbos van Jan Paul Schutten en Medy Oberendorff hebt opengeslagen, ben je al betoverd. Dit komt door de magische aantrekkingskracht van de fraaie cover waarop Oberendorff de titelletters subtiel geheimzinnig laat oplichten vanuit een duister nachtblauw bos, de verborgen wereld van het woud.

Eenmaal middenin dat bos neemt Schutten je als een volleerd boswachter mee op ontdekkingsreis. Hij zoomt doelgericht in op alles wat ons tijdens zulke wandelingen ontgaat. Fascinerend is het hoofdstuk ‘Taal zonder tong’, waarin Schutten vertelt over hoe bomen via een onzichtbaar netwerk van schimmeldraden allerlei stoffen uitwisselen en van elkaar afhankelijk zijn. Oude bomen, schrijft hij, kunnen zelfs wel met meer dan honderd andere bomen in contact staan. ‘Het is zelfs mogelijk dat de bomen in het zuiden van Spanje via via met de bomen in het oostelijkste puntje van China verbonden zijn.’ En bijzonder: ‘Als bomen weten dat er kleine boompjes uit hun eigen zaden in de buurt staan, dan geven ze die extra suikers.’

De kracht van Schutten is zijn enthousiasmerende toon en uitstekende gevoel voor beeldspraak. Zo spreekt hij in het voorbeeld hierboven over ‘moederbomen’ die hun ‘eigen kind’ voorrang geven en noemt hij schimmels ‘de reinigingsdienst’ van het bos. Dat geeft de informatieve teksten een prettige helder- en lichtvoetigheid. Daarnaast brengt hij door het bosleven te vermenselijken de natuur heel dichtbij.

Fotografisch tekenwerk

Dat Schuttens tekst is bekroond met een Zilveren Griffel verbaast dan ook niet: doe het maar eens, begrijpelijk én onderhoudend schrijven over complexe onderwerpen als fotosynthese en koolstofdioxide. Toch is de magie van Wonderbos grotendeels te danken aan Oberendorffs paginagrote naturalistische bosprenten in zwart-wit waarmee de elf thematische hoofdstukken die voorafgaan aan Schuttens teksten openen.

Oberendorff benadert met haar suggestieve fotografische tekenwerk bijna de werkelijkheid. Het haakpatroon op de vlindervleugels van de kleine vos, een spinnenweb met dauwdruppels, de Escheriaanse spiegeling in een modderplas, het is allemaal zo ongelofelijk minutieus verbeeld dat je je onwillekeurig afvraagt of de werkelijkheid eigenlijk niet fantastischer dan de verbeelding is.

Het effect is dat je eindeloos naar Oberendorffs platen kan kijken. Het duistere nachtbos, het verstilde wintertafereel, het gekrioel onder de grond – wie goed zoekt bespeurt steeds meer leven. Voor wie daarover nog meer wil weten, na Schuttens introductie van het thema worden steeds enkele afzonderlijke dieren en planten geëtaleerd in woord en beeld, dit keer in kleur. Die illustraties vormen een prettige afwisseling met het zwart-wit. Bovendien verraden ze dat Oberendorff een master wetenschappelijke illustratie op zak heeft. Ze weet exact wat ze moet tekenen, tegelijkertijd laat ze alles eruitzien zoals ze zelf wil. Zo doet ze je omzien in aardse verwondering.