Opinie

Booming

Marcel van Roosmalen

Woensdagavond in de foyer van het theatertje in Woerden spraken mensen mij aan over de stijgende huizenprijzen. „Ah...”, zei de man, toen ik hem passeerde, ik wilde een gin-tonic bestellen, „daar zul je Van Roosmalen hebben…” Ik keek om, ik ben Van Roosmalen.

„Nou ja”, zei hij, „ik vraag het u maar op de man af. Wat vindt u er nou van? De huizenprijzen stijgen de pan uit. Onze dochter kan niet op kamers. In Utrecht. Niet eens Amsterdam!”

Zijn vrouw, tenminste ze hing aan zijn arm en aan zijn lippen, knikte mee.

„Het is verschrikkelijk.”

Hadden ze de goede persoon voor zich? Ik was Marcel van Roosmalen, het artiestje van de avond. Wat moest ik hiermee?

„Met overwaarde kun je niets”, zei de man, nu tegen de kennis tegenover hem. „Toch, Van Roosmalen?”

Zijn vrouw, alsof ik pukkels op mijn rug had: „Heeft u ook overwaarde?”

„Een beetje”, zei ik. „Ik woon in Wormer.”

„Overwaarde is overal”, zei de man. „De Zaanstreek is ook booming.”

Booming, dat woord hoorde ik voor het eerst tijdens de internetbubbel, toen we op de hoofdredacteurskamer van Bert Vuijsje een of andere special voor HP/De Tijd in elkaar aan het vergaderen waren. Ik herinner me dat de ingevlogen Jan Kuitenbrouwer de hele tijd ‘booming’ zei. In mijn herinnering rookte hij daar een sigaar bij, ik interpreteerde dat toen als een teken van snel verworven welvaart.

Na die vergadering stapte ik in techaandelen.

Op bezoek bij mijn ouders zei ik dat het booming was.

Mijn vader stapte ook in.

Een paar weken later was alles weg.

Mijn moeder herhaalde tot kort voor haar dementie graag het woord booming. Ze gebruikte het bij tegenvallers. Toen de grafsteen van mijn vaders graf na twee jaar nog niet uit China was gekomen, zei ze tegen de begrafenisondernemer dat ze dat ‘booming’ vond.

Ik zei tegen die mensen in de theaterfoyer dat alles wat booming is ook een keer instort, hetgeen serieus werd genomen.

De man herhaalde mij hardop.

„Van Roosmalen zegt dat het binnenkort afgelopen is, the party is over, toch Van Roosmalen?”

De vrouw aan zijn arm vond dat wel prettig.

„Hij heeft het de hele tijd over de prijs van ons huis.”

Met dit nieuwe scenario kon de dochter misschien ook het huis uit.

Hij vond het ‘dompraat’.

„Ook dat heeft consequenties, mama.”

Ze hadden verder wel een aardige avond gehad, hij en mama. Gelukkig niet booming, maar wel leuk.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.