Foto Andreas Terlaak

Interview

Als ze haar oude straat ziet in Rotterdam-West, schrikt Nelleke Noordervliet. ‘Zo klein, zo verwaarloosd’

Nelleke Noordervliet, schrijfster Ze behoort tot de Amsterdamse culturele bovenlaag, maar wijst graag op haar eenvoudige Rotterdamse komaf. Op pad met de „verloren dochter van de stad”, die een bundel uitbrengt over de wederopbouw.

We naderen het huis waar Nelleke Noordervliet vanaf haar tiende woonde, op de hoek van Coolhaven en Willem Buytewechstraat in Rotterdam-West. Het was een nieuwe woning op de derde verdieping, boven de showroom en werkplaats van de firma J. Spoormaker waar haar vader werkte als automonteur. Noordervliet: „Vanuit de slaapkamer keek ik zo in de lokalen van de machinistenschool, aan de overkant van de straat. De jongens keken terug, dat was leuk. Ik heb daar nog een vriendje gescoord.” Peinzend: „Jan, een jongen met een brommer. Wat zou er van hem geworden zijn?”

Nelleke Noordervliet in 1949. Foto fotoalbum Nelleke Noordervliet

Schrijfster Nelleke Noordervliet woont al een kwart eeuw in Amsterdam, maar voelt een sterke band met de stad waar ze in 1945 geboren werd. „Rotterdam heeft mijn karakter gevormd”, schrijft ze in haar nieuwste boek. En: „Ik ben een verloren dochter van de stad”. Rotterdam duikt geregeld op in haar werk, net als de omgang met ons eigen verleden en met de ‘grote’ geschiedenis.

Uitgeverij De Meent nam het initiatief voor Het wonder van Rotterdam. Beelden en herinneringen, een bundeling van eerder verschenen werk en een nieuwe inleiding. De bundel bevat een essay over het herdenken van het bombardement, een lang verhalend gedicht over de wederopbouw, een novelle over een handelaar in rookwaren aan de Schieweg en een ‘herinnering’ aan Noordervliets middelbare schooltijd. Het boek is geïllustreerd met foto’s uit met name de jaren 40 en 50.

Het wonder uit de titel verwijst naar de wederopbouw en naar historicus Tony Judt. Wat na de Tweede Wereldoorlog werkte voor Europa, werkte ook voor Rotterdam: „het opzettelijk vergeten en wegstoppen van de oorlogsellende”, zoals Judt het omschreef. Niet nakaarten maar aanpakken. In de nieuw geschreven bijdrage Thuishaven signaleert Noordervliet een mogelijke valkuil bij het ophalen van jeugdherinneringen: „Nostalgie heeft de gewoonte alle ergernis, kilte, elk tekort, elke wanhoop met een sausje van vals verlangen te overgieten.”

Moeder ging tekeer

Als schrijver moet je durven vertrouwen op de stelligheid van je geheugen, zegt Noordervliet in Café Ari op het kruispunt van de Mathenesserlaan en de Nieuwe Binnenweg. „Ik merk dat het verhaal van je eigen leven verandert per leeftijdsfase. Het perspectief om achteruit te kijken wisselt. Dat zit hem niet zozeer in de gebeurtenissen zelf, maar in de waardering daarvoor.”

Noordervliet geeft een voorbeeld. „Toen mijn vader zijn baan bij Spoormaker opzei om voor een vriend met een garage te gaan werken, was mijn moeder woedend. Vooral op die vriend, die mijn vader zou uitbuiten. Mijn moeder regelde alle geldzaken, ze was pinnig. Mijn vader was lief, en trots dat hij een keer zelf iets had besloten. Destijds vond ik het gênant dat mijn moeder zo tekeer ging. Nu denk ik: ze had gelijk, ze deed dat voor hem. Zelfde gebeurtenis, andere beoordeling.”

Nostalgie heeft de gewoonte alle ergernis, kilte, elk tekort, elke wanhoop met een sausje van vals verlangen te overgieten

De stukken in de nieuwe bundel hoefden niet te worden aangepast. „Alleen in de novelle Miss Blanche hebben we ‘Zwarte Pieten’ veranderd in ‘Pieten’. Daar heb ik geen moeite mee. Maar je moet wel recht doen aan de historiciteit van een tekst. In een tekst uit 1966 zou ik ‘slaaf’ niet willen veranderen in ‘slaafgemaakte’.

Kleine bovenwoning

Noordervliet groeide op in twee delen van Rotterdam. Haar vroege jeugd speelde zich af in Crooswijk en Bergpolder. Aanvankelijk in de kleine bovenwoning van haar grootouders, omdat een eigen huis meteen na de oorlog niet mogelijk was. In 1956 verhuisde het gezin – twee dochters – naar Coolhaven. Noordervliet zat nog twee jaar op de Mariaschool in de Robert Fruinstraat en ging daarna naar het R.K. Lyceum voor meisjes Maria Virgo.

De jaren op het door soeurs bestierde gymnasium waren geen onverdeeld genoegen, blijkt uit de bijdrage Het middel van de man. Het blijkt ook uit Noordervliets reactie als we café Ari verlaten om naar het naastgelegen schoolgebouw te gaan: „Ik krijg het helemaal benauwd.”

Het monumentale gebouw uit 1933 aan de Breitnerstaat was een tijdje eigendom van het Albeda Collega en is nu verbouwd tot woonblok met 43 koopwoningen. De vier segmenten zijn vernoemd naar de oorspronkelijke functies: Klooster, Kapel, Lyceum en Gymzaal. Trappenhuizen en gangen zijn min of meer in oorspronkelijke staat hersteld.

Noordervliet in het oude gebouw van haar vroegere middelbare school, bij een bord met daarop de namen van toenmalige docenten. Foto Andreas Terlaak

Noordervliet is blij verrast door een bord in de gang met daarop de docenten uit schooljaar 1954-1955. „Ik kwam hier in 1957, de meeste namen herken ik wel.” Geleidelijk kreeg ze het meer naar haar zin, maar achteraf had ze liever op het Erasmiaans Gymnasium gezeten. „Dat die school bestond ontdekten mijn ouders en ik te laat. Het was vanzelfsprekend dat ik na de katholieke lagere school naar een katholieke middelbare school ging.”

Zondigheid was niet ver weg. We lopen over de Rochussenstraat naar de G.J. de Jonghweg, langs het Erasmus MC. „Zo liep ik tussen thuis en school. Stel je voor dat dit allemaal leeg was. Alleen op het kruispunt met de ’s-Gravendijkwal stonden twee nachtclubs, L’Ambassadeur en Cascade. Je weet wel, ‘Ik lok de heren mee naar de Kaskadee’ uit dat liedje Ali Cyaankali. Daar hingen foto’s in de vitrine van blote vrouwen, met balkjes over de tieten. Dat vonden we wat hoor.”

Lees ook dit interview uit september 2020

We staan tegenover De Machinist, in de oude machinistenschool. In de Willem Buytewechstraat zitten nog steeds veel garages, de firma Spoormaker is nu supermarkt Sahan. Noordervliet: „Ik weet niet hoe mensen uit Kralingen en Hillegersberg destijds tegen deze buurt aankeken, maar voor ons was het een vooruitgang. Mijn ouders waren heel blij met hun nieuwe woning.”

In het boek schrikt Noordervliet als ze haar oude straat bezoekt. „Zo klein, zo verwaarloosd.” De Turkse supermarkt „bevindt zich waar vroeger de Opel Kapitän en de Opel Rekord stonden te blinken in de etalage”. Ze besluit: „Sjofel alles.”

‘Meer moedeloosheid’

De maatschappelijke positie van de huidige bewoners is echter niet heel anders dan die uit eind jaren 50. Wat is het verschil? „Destijds was er de overtuiging dat het beter zou worden, en dat bewoners daar zelf een bijdrage aan konden leveren. Nu lijkt er meer moedeloosheid: we moeten het maar zien te rooien. Het is ook veel ingewikkelder geworden om dingen te verbeteren, met marktpartijen die sterker zijn dan de overheid.”

De wederopbouw van het stadscentrum krijgt vorm (1953).
Foto Stadsarchief Rotterdam
Het schoolgebouw van het R.K. Lyceum voor meisjes Maria Virgo aan de Breitnerstraat.
Foto Stadsarchief Rotterdam
Spelende kinderen in het centrum van Rotterdam, in 1957.
Foto Stadsarchief Rotterdam
Foto’s Stadsarchief Rotterdam

Noordervliet behoort, mede dankzij haar bestuursfuncties, tot de Amsterdamse culturele bovenlaag. Tegelijk wijst ze graag op haar eenvoudige Rotterdamse komaf. „Ik hou niet van poseren, maar ik koester de underdogpositie van een arbeiderskind. Soms geneer ik me daarvoor, bij lezingen bijvoorbeeld. Hou toch op over Rotterdam, denk ik dan, ze weten het wel.”

„Ik denk dat veel mensen hun geboorteplaats uitventen, als iets dat ze heeft gevormd. Vaak is dat een tikje overdreven. En het kan alleen als je uit een leuke stad komt. Als je in Waddinxveen bent geboren is het best moeilijk.”

Nelleke Noordervliet: Het wonder van Rotterdam. Beelden en herinneringen | Uitgeverij De Meent, 207 blz., €19,99 | Vanaf 15 oktober verkrijgbaar