Zangeres Nynke Laverman maakte ‘Plant’, een album over de klimaatcrisis.

Foto Kees van de Veen

Interview

‘We kijken toe bij onze ondergang’

Protestsongs Nynke Laverman ging ‘zero-waste’ leven en maakte een klimaatalbum over het menselijk onvermogen om het eigen gedrag te veranderen. „Snelle oplossingen zijn een illusie.”

Nu ze zich meer wil uitspreken, is ze zachter gaan zingen. Het multidisciplinaire project Plant van zangeres Nynke Laverman heeft niet alleen haar volume veranderd, ook haar taal. Zong ze eerder onder meer fado’s en poëzie in het Fries, nu bedient ze zich daarnaast van het Engels, veelal in spoken word in fluisterpop met jazzy vocalen, een enkele track (‘De Dream’) richting electropop.

Nynke Laverman Foto Kees van de Veen

De afgelopen maanden bracht Nynke Laverman steeds één nummer uit. Ze noemt het een ‘slow album release’. Plant is een album over mens en natuur en in het bijzonder de klimaatcrisis. Op de elf liedjes klinkt ze dichterbij dan ooit, soms ís ze de plant. Dan ritselt ze, terwijl de beats van Sytze Pruiksma (haar man) versnellen en remmen.

Geholpen door de thematiek is Plant gegroeid tot veel meer dan een album. Bij elk nummer nam ze een podcast op. Samen met interviewer Lex Bohlmeijer sprak ze tijdens een wandeling met onderzoekers, filosofen en kunstenaars over de thematiek. Volgende week begint de theatertour; de liedjes worden ondersteund met dans en videokunst.

Centraal bij Plant staat het menselijk onvermogen om het eigen gedrag te veranderen. Door de onderzoekende toon is Laverman nergens doemdenkerig, maar optimistisch is ze ook niet. „We kijken toe bij onze ondergang.”

Was de slow release een inhoudelijke keuze of uit nood geboren door corona?

„Corona was de aanleiding, maar het paste ook bij het project. Al in 2019 namen mijn man en ik een sabbatical, tijd nemen levert ons artistiek veel op. We wilden niet meer deelnemen aan de rat race. Daardoor hebben we een huishoudelijke revolutie doorgemaakt. We zijn zero-waste gaan leven, volledig vegetarisch gaan eten, hebben een auto weggedaan, zijn van bank veranderd, alles biologisch gaan kopen. Leven vanuit de vraag: wat hebben we echt nodig? Alles met aandacht en zorgvuldigheid. Dan zag ik weer een foto van zo’n vogel verstrikt in plastic… Ik wil niet meer dat mijn leven geleid wordt door wat de industrie mij oplegt.”

Als vanzelf ging haar album daar ook over: we weten dat we moeten veranderen, maar doen het niet. „Plant is geen album over klimaat wat mij betreft, maar over de mens en zijn keuzes, en daar is de klimaatcrisis een gevolg van.”

In een eerste schrijfronde kwamen al mijn kwaadheid en wanhoop eruit

Meer dan je eerdere werk heeft dit project een duidelijke boodschap. Was het moeilijk om protestliedjes te schrijven?

„Ja, het was een enorme zoektocht naar de juiste toon. We noemen het een hoopvol protest. Ik heb een eerste schrijfronde gehad waar al mijn kwaadheid, wanhoop en cynisme eruit kwamen. Dat heb ik allemaal weer weggegooid, want dat werkt dus niet, met het vingertje wijzen als je het zelf ook niet weet. Pas in de tweede ronde kwamen er andere vormen. Zoals het nummer ‘Your Ancestor’, waarin we vanuit het heden iets zeggen tegen de mensen die in de toekomst leven. In dat nummer kun je cynisme lezen, maar ook een oprecht excuus.”

In dat nummer zegt de ‘homo economicus’ dat hij niet doorhad dat hij de wereld kapotmaakte. Ik hoorde vooral cynisme, want we weten het wel, maar we handelen er niet naar.

„Ja, precies. Maar ik heb ook reacties gehad waar ik zelf ook wel verbaasd over was, van mensen die zeiden: ‘O, wat mooi, mededogen met de homo economicus.’ Zo heb ik het niet bedoeld, maar dat maakt niet uit.”

Het album is half in het Fries en half in het Engels. Waarom?

„Tijdens het schrijven kwamen er opeens Engelse zinnen. Dat was wennen, maar ik merkte dat ik me, beter dan in het Fries, direct kon uitspreken en toch de poëzie behouden. De Friese nummers zijn abstracter, puur op een emotie, waarbij je de woorden niet letterlijk hoeft te begrijpen.”

Het rare is dat we bewust toekijken bij onze ondergang

In de podcast die je met komiek Jochem Myjer opnam in de Slufter op Texel vertel je dat het project je leerde improviseren. Wat hebben improvisatie en klimaat met elkaar te maken?

„Het niet-weten. Na elf liedjes waarop ik het thema bekijk, moet ik concluderen: misschien weet ik het gewoon ook niet. We zitten midden in allerlei crises, we kunnen niet wegkijken, maar het is ook een illusie dat er een snelle oplossing is.

„In het theater beginnen we op dat moment aan een stuk waarin niets vaststaat, dat elke keer anders is. Het is voor mij een grote stap. Ik heb tot nu toe op het podium altijd alles tot op de seconde geregisseerd. Maar nu het aan de inhoud is gekoppeld vind ik het eigenlijk fijn om niet te weten wat er komt. Het biedt vrijheid in je hoofd voor reflectie, zoals de Covid-periode dat ook deed. Hoewel ik niet de pretentie heb de mensheid te kunnen veranderen, denk ik wel dat die vrijheid een eerste stap is.”

Een eerste stap waarheen?

„Om uit de impasse te komen. We putten de wereld uit. Maar het lukt ons niet om te handelen naar onze kennis. Je hoopt dat het bij te sturen is, maar het rare is dat we bewust toekijken bij onze ondergang.”

Toch zing je in ‘Sabearelân’ (‘Alsof-land’) dat alles goed komt.

„Dat lied heb ik als laatste geschreven. Ik vroeg me af wat ik tegen mijn kinderen moest zeggen. Ik wil eerlijk zijn, maar ik wil ze ook vertrouwen in de toekomst geven. Ik had de zin ‘Alles wat ik sizze kin’, alles wat ik kan zeggen. En daar kwam maar niets achteraan. Het bleef leeg. Zoals zo vaak hielp de klank me uiteindelijk verder: ‘is dat leafde net stikken kin’. Dat liefde nooit stuk kan, dat kan ik mijn kinderen voluit meegeven. Maar of zij ook zo’n rustig en vrij leven zullen hebben als wij, dat durf ik ze niet te beloven.”

Plant van Nynke Laverman is uit. Theatertournee t/m 22/12. Inl: nynkelaverman.nl