Ice Watch van de Deens-Duitse kunstenaar Olafur Eliasson

Matt Alexander/PA Images

Tegen de klimaatcrisis is geen kunstwerk opgewassen

Inspirerende kunst De klimaatverandering is zo ingrijpend dat we ons er amper een voorstelling van kunnen maken. Maar kunst kan bij uitstek geschikt zijn om het onvoorstelbare te verbeelden. Toch schiet klimaatkunst die zich probeert te meten met het onderwerp vaak het doel voorbij.

Hangend over een houten balustrade in een oude marinekazerne in Venetië kon je in de zomer van 2019 neerkijken op een felverlicht strandtafereel. Het werd uitgevoerd door acteurs en vrijwilligers, op enkele tonnen speciaal daarvoor neergelegd zand. De badgasten zag je, onder het dak van dat marinegebouw, op hun handdoekjes en in strandstoelen liggen. Het werd nog vreemder. Ze zongen een opera, over kleine strandirritaties, over hoe hard ze het hele jaar hadden moeten werken om hier te kunnen liggen en over het belang van strandvakantie. Een vrouw in rood badpak zong: „My boy is eight and a half / And he’s already been swimming in / The Black, / The Yellow, / The White, / The Red, / The Mediterranean, / Aegean seas…” Verderop in het libretto wordt explicieter waar Sun & Sea (Marina) over gaat: een vulkaan is uitgebarsten – metafoor voor de klimaatramp. De aarde slaat terug, een vulkanische stofwolk heeft een vliegtuig uit de lucht gegrepen: „Not a single climatologist – predicted a scenario like – this.”

Deze Litouwse inzending voor de Biënnale van Venetië in dat jaar was een adembenemende, zondoorstoofde opera over klimaatverandering. Het stuk, dat nog steeds over de wereld toert, weet het drukkende gevoel van de door de mens veroorzaakte opwarming in een spectaculaire, artistieke vorm te gieten. Het was, wat mij betreft, de terechte winnaar van de Gouden Leeuw voor het beste paviljoen dat jaar.

Toch wringt het: Sun & Sea is een peperdure mega-productie. En de Biënnale is een mega-evenement, dat iedere twee jaar ruim een half miljoen bezoekers naar de kwetsbare lagunestad lokt. Dat we massaal met vliegtuig en auto naar Venetië zijn komen reizen om ons daar, via de kunst, eens even lekker in de klimaatcrisis te kunnen wentelen – ach, wat is het erg, ach, wat mooi – dat voelde ongepast.

Grote gebaren

Het is niet eerlijk om individuele reisbewegingen, kunstwerken of evenementen langs de CO2-meetlat te houden. Klimaatverandering is een collectief probleem, het laat zich niet enkel door individuele acties oplossen. Maar toch: kun je goede kunst maken over klimaatopwarming als diezelfde kunst mede bijdraagt aan het probleem? En vooral: zijn dit soort grote producties überhaupt de beste manier om de klimaatcrisis te verbeelden?

Juist in de jaren dat de kunst verder uitgroeide tot een internationale industrie werd ook het thema klimaat in de kunst ‘hot’. Er gaat geen biënnale, kunstfestival of nieuwe collectiepresentatie meer voorbij of het klimaat, het antropoceen en de complexe relatie tussen mens en natuur spelen een rol. Vaak met grote, ambitieuze projecten, zoals Sun & Sea (Marina). De gigantische omvang van de klimaatcrisis lijkt kunstenaars te inspireren tot steeds grotere gebaren. Alsof ze zich willen meten met het probleem.

Kunst blinkt gelukkig uit in het voorstelbaar maken van het onvoorstelbare. Maar wanneer kunstenaars dat doen met grootschalige klimaatkunst, voelt het vaak alsof die kunst tekortschiet

Dat is een fantastische ontwikkeling, zou je zeggen, want de klimaatcrisis is, zoals NRC-columnist Marijn Kruk schreef, ook een „crisis van de verbeelding”. Klimaatverandering is wat filosoof Timothy Morton een ‘hyperobject’ noemt: een fenomeen „dat zo uitgestrekt is in zowel tijd als ruimte dat we er op één moment in de tijd alleen glimpen van kunnen opvangen”. De klimaatverandering is zo groot, en onze individuele bijdrage zo klein, dat we ons er amper een voorstelling van kunnen maken.

Kunst blinkt gelukkig uit in het voorstelbaar maken van het onvoorstelbare. Maar wanneer kunstenaars dat doen met grootschalige klimaatkunst, voelt het vaak alsof die kunst tekortschiet. De kunst werkt verlammend, vaak doordat het zelf vervuilend is, of omdat het wél het probleem verbeeldt, maar geen alternatief aandraagt. Daardoor oogt het kunstwerk machteloos.

40.015 kilometer katoendraad

Neem een kunstwerk uit de expositie Stormy weather die Museum Arnhem, ook in 2019, in de tijdelijke locatie De Kerk organiseerde. In het middenschip van het kerkgebouw stond een vijf meter hoge straalmotor, omwikkeld met genoeg katoen om een draad rond de wereld te spannen. Het werk Around the world (2017) van Maarten Vanden Eynde gaat over de verwoestende invloed van de katoenindustrie. Voor een kilo katoen is ongeveer 10.000 liter water nodig, meldt het expositieboekje. Gekmakend. Want als katoen zo vervuilend is, waarom staan we hier dan te kijken naar 40.015 kilometer van het schuldige materiaal?

Nog zoiets. Op de Drentse kunstbiënnale Into Nature kun je nog tot en met 24 oktober midden op het Bargerveen plaatsnemen in een witgeschilderde container. Binnenin de installatie Melt (2016) zie je mist en een alarmerend rood licht. Je hoort iets duister kraken, het druppelt en het stroomt. Het blijkt het geluid van een smeltende gletsjer bij Groenland. Kunstenaar Jacob Kirkegaard reisde meerdere keren op en neer om deze geluidsopnamen te kunnen maken. Natuurlijk is er een link tussen het smeltende ijs en het kwetsbare Drentse natuurgebied, dat is ontstaan na de laatste ijstijd. Maar het heeft ook iets potsierlijks: kom in een afgesloten container op een prachtig veengebied luisteren naar een gletsjer, om je een voorstelling te maken van de klimaatcrisis.

Sun & Sea (Marina) op de Biënnale van Venetië over de gevolgen van massatoerisme.
Foto EPA/ANDREA MEROLA
The Garden bij De Botanische revolutie in het Centraal Museum Utrecht.
Foto Gert Jan van Rooij
Sun & Sea (Marina) op de Biënnale van Venetië over de gevolgen van massatoerisme en The Garden bij De Botanische revolutie in het Centraal Museum Utrecht.
Foto’s Andrea Merola/EPA en Gert Jan van Rooij

Spectaculair smeltend ijs is ook Ice Watch waarmee Olafur Eliasson furore maakte. De Deens-Duitse sterkunstenaar viste grote brokken poolijs op uit het water van het Nuup Kangerlua-fjord bij Groenland. Vervolgens stelde hij die tentoon in de stadscentra van Kopenhagen (2014, bij de presentatie van een klimaatrapport), Parijs (tijdens de klimaatconferentie in 2015) en Londen (2018, bij de opening van zijn eigen expositie in Tate Modern).

Filosoof Timothy Morton was betrokken bij Ice Watch. In zijn boek Being Ecological (2018) legt hij uit wat de bedoeling is. Het kunstwerk moet mensen „af laten stemmen” op een ander soort tijdschaal, de tijd van een ijsbrok. „De ontmoeting met Ice watch is in zekere zin een dialoog met ijsblokken”. Kunst is volgens Morton bij uitstek geschikt om deze dialoog met niet-menselijke fenomenen tot stand te brengen: het kunstwerk raakt ons, en daardoor worden we ons bewust van onze relatie met de smeltende poolkap.

Dat zal zo zijn, en de beelden van Ice Watch gingen elke keer de wereld over, vaak als illustratie bij artikelen over klimaatpolitiek. Ice Watch combineert op een slimme manier een slachtoffer van de klimaatcrisis – de smeltende gletsjer – met de daders – politici, het winkelend publiek. Het is een prachtige verbeelding van het probleem, maar het oogt ook machteloos, omdat het kunstwerk zelf vervuilend was, en omdat de kunstenaar geen alternatief aandraagt.

De smeltende gletsjer op een vreemde plaats, de sombere klimaatopera, de giga-spoel vervuilend katoen – deze kunstwerken communiceren: dit gaat er fout en terwijl je ernaar staat te kijken draag je hoogstwaarschijnlijk bij aan het probleem, we maken je medeplichtig en we geven je geen handelingsperspectief. Bijdragen aan het bewustzijn, lijkt dan het hoogst haalbare, maar heeft er iemand een T-shirt minder gekocht door de katoenspoel in Arnhem?

Bereikbaar ideaal

Bestaat het wel? Kunst die inspireert tot actie op het gebied van klimaat? Dat onderzochten twee Noorse wetenschappers tijdens de klimaatconferentie in Parijs in 2015. De 37 kunstwerken die te zien waren op het ARTCOP21-festival in de stad deelden ze op in vier categorieën, ‘de geruststellende utopie’, ‘de uitdagende dystopie’, ‘de middelmatige mythologie’ en ‘de geweldige oplossing’. Vervolgens interviewden ze 874 bezoekers over welke kunstwerken hen het meest hadden geraakt. Slechts drie kunstwerken gaven mensen het gevoel dat ze iets konden doen aan klimaatverandering. Alle drie waren gecategoriseerd onder ‘de geweldige oplossing’. De onderzoekers omschreven ze als „prachtige en kleurrijke afbeeldingen van sublieme natuur die oplossingen voor milieuproblemen laten zien”.

Misschien was het onderzoek niet helemaal representatief, maar voor de conclusie valt wel iets te zeggen: een bereikbaar ideaal prikkelt je eerder zelf in actie te komen dan een aangrijpende, verlammende dystopie.

Samenvallen met je omgeving

Twee recente kunstwerken laten zien dat kleinschalige kunst veel effectiever is in het overbrengen van een boodschap over mens en milieu. Het videokunstwerk The Garden van Sara Sejin Chang (Sara van der Heide), bijvoorbeeld, nu te zien op de expositie De Botanische revolutie in het Centraal Museum in Utrecht. De uurlange video is een gefilmd verslag van een jaar in een Amsterdamse volkstuintje. Je ziet eindeloos traag een worm door de aarde kruipen, je ziet door insecten aangevreten planten, een hond struint tussen het groen. Nat, droog, bloeiend, halfverteerd. De video laat de enorme rijkdom aan kleuren en structuren zien die op niet meer dan 330 vierkante meter te vinden is. Het is allemaal zo zonder ontzag gefilmd dat je oog krijgt voor het verband tussen mensen, dieren en planten.

The Garden bevat geen oproep om minder te vliegen, doet geen poging je in contact te brengen met een gletsjer. Het is gewoon een tuin. Mens, in een bepaalde balans met natuur. Het is gevaarloos, braaf bijna, maar daarin juist inspirerend: de film is een stille uitnodiging om samen te vallen met je omgeving.

Urgent, juist doordat het er helemaal niet urgent uitziet.

Het grote gebaar leidt onnodig af van de inhoud

Een ander, in deze context, relatief klein kunstwerk dat het grotere verband zichtbaar maakt, hangt sinds anderhalve maand in het tijdelijke gebouw van de Tweede Kamer, aan de wand in de plenaire zaal. Aarde van Jos de Putter bestaat uit vijf panelen met kluiten aarde en klei uit verschillende Nederlandse provinciën – het verbeeldt verschillende stadia: onbewerkte aarde, grond waarin gespeeld is, tot aarde die als handelswaar is uitgestald.

De Putter plaatste de grond „rechtop, dat is de positie van een gesprekspartner”, zei hij toen ik hem sprak, want „hoe je het ook wendt of keert, we overdenken hier de relatie tussen mens en planeet.” Zit er een verborgen ecologische boodschap in zijn werk? „Ik zie mijn werk als een uitnodiging om naar de aarde te kijken. Kunst die stelling neemt, wordt geen betere kunst.” Die bescheidenheid siert de kunstenaar. De prominente plaats van de gewone klei, om de hoek opgeschept, is vanaf nu iedere avond in het journaal een stille herinnering aan wat er écht op het spel staat – zonder afleidend groot gebaar.

Het kleine overtuigt sneller dan het grote. Dat blijkt ook uit een passage uit Timothy Mortons Being Ecological, waarin hij vertelt hoe hij een journalist, die het maar niet wil begrijpen, uitlegt wat het betekent om ‘ecologisch te zijn’: „‘Heb je een kat’, vroeg ik. ‘Zeker’, antwoordde hij, mogelijk wat uit het veld geslagen door deze terloopse, simpele vraag. ‘Vind je het leuk haar of hem te aaien?’ ‘Nou en of!’ ‘Dan ben je al verbonden met een niet-menselijk wezen, zonder daarvoor een speciale reden te hebben. Je bent nu al ecologisch.’”

Geen ijsschots, geen kilometers katoen, geen brandend zand – gewoon een huiskat, klei of een volkstuintje.