Brieven

Molukse kwestie

Van Agt duwt Molukkers in slachtofferrol

Foto Merlijn Doomernik

In het interview met Dries van Agt (‘Aan de Molukkers is groot onrecht bedreven’, 2/10) laat zijn geheugen hem behoorlijk in de steek. Dat hij nauwelijks op de hoogte was van de achtergronden van Molukkers in Nederland is niet geloofwaardig. Vanaf 1951 was de Rijksoverheid direct verantwoordelijk voor de Molukkers, en liet zij ook meerdere onderzoeken uitvoeren. Van Agt zelf was medio jaren zeventig gesprekspartner van Molukse commissies. Onder zijn verantwoordelijkheid kwam zelfs een speciale Molukkers-nota uit.

Dat Molukkers nooit iets van het Koninklijk Huis zouden hebben gehoord is ook een misser. In 1986 werd, na jaren overleg tussen Molukkers en de overheid, een gezamenlijke verklaring uitgebracht. Met een pakket aan maatregelen op het gebied van huisvesting en werkgelegenheid, een museum, en een jaarlijkse uitkering en een penning met daarop de inscriptie ‘uit waardering voor uw inzet’. De eerste penningen werden door koningin Beatrix uitgereikt.

Dat de Nederlandse regering dacht dat het daarmee gedaan zou zijn, is kortzichtig te noemen. Maar het negeren van deze gebeurtenissen doet de Molukse organisaties tekort die zelf een actieve rol speelden in onderhandelingen met de overheid.

En wat te denken van toenmalig minister Roger van Boxtel voor Grote steden- en integratiebeleid, die in 2001 tijdens een door het Moluks Historisch Museum georganiseerde herdenking van de aankomst op de Lloydkade sprak over een „valse start” en vervolgens een budget ter beschikking stelde om de Molukse geschiedenis vast te leggen in een ‘gezagwekkende studie’? Het niet benoemen van dit soort initiatieven van Molukse zijde drukt Molukkers in de slachtofferrol en doet geen recht aan de veerkracht van de Molukse gemeenschap.


oud-directeur Moluks Historisch Museum
hoogleraar Molukse migratie en cultuur in comparatief perspectief (VU)