‘Hij wilde dat wij na zijn dood iets met zijn dagboeken zouden doen’

Bram Vermeulen Dit jaar zou zanger Bram Vermeulen 75 jaar geworden zijn. Volgende week verschijnt de bundel Het eeuwig jongenshart, een selectie uit zijn dagboek, en zijn dochters organiseren drie hommage-avonden.

Bram Vermeulen in 2000.
Bram Vermeulen in 2000. Foto Alex Vanhee

‘Vanaf vandaag is het mijn vaste voornemen oud te worden”, noteerde Bram Vermeulen op 12 december 1989 in zijn dagboek. „Ik wil mijzelf namelijk kunnen uitlachen als de dingen er niet meer toe doen. Dat zou ik voor geen goud willen missen.”

Maar zo is het niet gegaan. Bram Vermeulen, auteur en zanger van een omvangrijk repertoire aan Nederlandstalige liederen, werd niet oud. Hij stierf op 4 september 2004 aan een hartstilstand, op 57-jarige leeftijd. Dit jaar zou hij 75 jaar geworden zijn. Volgende week verschijnt de bundel Het eeuwig jongenshart, een selectie uit de 67 volgeschreven opschrijfboekjes die hij als dagboek naliet. En deze week, op 8, 9 en 10 oktober, vinden er drie hommage-avonden plaats onder de titel Bram! – met medewerking van bewonderaars als Paul de Munnik, Yentl en de Boer, Jochem Myjer, het duo Kommil Foo, het cabaretkwartet NUHR, Thijs Boontjes en zangeres-dochter Katarina Vermeulen die deze ode aan hun vader samen met haar zus Tamara organiseert.

Vermeulens dagboeken vormen een nalatenschap van meer dan 13.000 pagina’s die meer dan twintig jaar omvatten. Zijn eerste aantekeningen dateren uit 1984 – een turbulente tijd waarin hij scheidde van zijn eerste vrouw, smoorverliefd werd op de actrice Shireen Strooker met wie hij de rest van zijn leven zou delen, en verbeten op zoek was naar een nieuwe artistieke toekomst. Een paar jaar eerder had zijn kompaan Freek de Jonge een eind gemaakt aan hun baanbrekende cabaretduo Neerlands Hoop om aan een solocarrière te beginnen. Die breuk denderde, ook in de dagboeken, nog lang door.

Lees ook: Brams erkenning van Bram als Bram

Zelf had Bram Vermeulen zijn heil aanvankelijk gezocht in een popgroepje, dat echter al snel ruziënd uit elkaar was gevallen. Wat hem daarna nog te doen stond, wist hij niet. Al zijn pogingen om op eigen kracht verder te gaan, stuitten op desinteresse. „Ik weet niet hoe ik verder moet”, vertrouwde hij aan zijn dagboek toe. „Hoop vloeit weg. Ik hou de boel maar een beetje op.” Hij noemde zichzelf „een meelijwekkende figuur” die vooral voor lege zalen speelde: „Als een dief sluip ik de theaters in waar ik speel, bang om te horen hoe weinig mensen er zijn gekomen.” En: „Het is goddomme een wonder dat ik niet volstrekt twijfel aan wat ik aan het doen ben.”

Eindelijk gehoor

„Nederland was niet geïnteresseerd in Bram Vermeulen”, schrijft Ernst Jansz in een voorwoord in het boek. Maar de depressieve toon maakte allengs plaats voor opgewekte – en soms zelfs juichende – passages over zijn toenemende succes in België. Langzaam maar zeker vond Vermeulen eindelijk gehoor voor de liederen die hij schreef en zong. „Het melancholische lied is mijn lot en mijn vreugd”, stelde hij vast.

Dat er een boekuitgave moest komen, stond voor Tamara en Katarina Vermeulen allang vast. „Bram was altijd aan het schrijven, ook tijdens vakanties”, zegt Tamara. „De dagboeken waren zijn werk, zei hij, ze waren onderdeel van zijn oeuvre. Soms zie je zelfs dat er in al die aantekeningen een lied ontstaat – zo dicht lagen zijn werk en zijn privéleven naast elkaar. Een lied als ‘De steen’ is daarvan een goed voorbeeld, dat heeft hij in één keer in zijn dagboek geschreven. Hij wilde ook graag dat wij na zijn dood iets met de dagboeken zouden doen.”

„We wisten natuurlijk wel dat Bram het in het begin heel moeilijk heeft gehad”, aldus Katarina, „maar we waren nog klein - zeven en negen. We wisten niet dat de paniek zo groot is geweest. Er moest natuurlijk ook brood op de plank komen. Naarmate het verhaal vordert, zie je dat hij beter kan omgaan met tegenslagen.”

Just Enschedé, voormalig manager van Neerlands Hoop, stelde het boek samen. Het toont vooral hoe Bram Vermeulen in de loop der jaren op eigen benen kwam te staan. En hoe hij zich ontwikkelde tot de gerespecteerde zanger van nummers als ‘Rode wijn’, ‘De steen’, ‘De wedstrijd’ en het menigmaal in overlijdensadvertenties geciteerde ‘Testament’.

In een van de laatste dagboeknotities vraagt Vermeulen zich af of er enig nut schuilt in het bijhouden van een dagboek. En hij eindigt met de verzuchting: „Arme kinderen die dit allemaal door moeten ploegen.”

Het eeuwig jongenshart verschijnt 13/10 bij Nijgh & Van Ditmar.

Bram! 8 en 9/10 (Cultuurkoepel, Heiloo) en 10/10 (Kleine Komedie, Amsterdam) www.bramvermeulen.nl