Het wonder van de dahlia

In de stadstuinen van Bloei en Groei in Amsterdam Zuidoost hervinden vrouwen hun veerkracht. bezoekt de ‘healing garden’. Afl. 4: Yomaira.
Foto Ilvy Njokiktjien

Ze verontschuldigt zich al bij het openen van het tuinhek. Dat ze geen groene vingers heeft. Dat al haar planten dood gaan. „Zelfs de aloe vera en de cactus leggen bij mij het loodje.” Yomaira groeide op Aruba op, waar ze jong trouwde. De eerste keer dat hij haar sloeg, was op de avond voor de bruiloft. De laatste keer was met Kerstmis. Toen ze acht uur later bijkwam, lag ze in een plas bloed, zat de deur op slot en had hij de telefoonkabel meegenomen. „Hij had me voor dood achtergelaten.” Door een gat in de muur kon ze de buurman roepen.

Ze vluchtte naar haar zus in Amsterdam-Zuidoost. Ze werd er ziek, zieker dan ze op Aruba was geweest. Verschrikkelijke hoofdpijnen, dikke knieën, en ze viel zomaar flauw. „De huisarts zei: Weer zo’n luie Antilliaan, je moet minder de metro nemen en meer lopen, dan komt het goed.” Maar het kwam niet goed, ze viel kilo’s af en op een gegeven moment kon ze niet eens meer de trap af.

Haar zus riep de hulp van een Afrikaanse priester in. Die waste haar drie keer per week met een kruidenbrouwsel dat ze ook moest opdrinken. „Na iedere beker moest ik overgeven.” Toen ze uiteindelijk zwarte drab uitspuugde zei de priester dat ze genezen was. In het ziekenhuis zeiden ze iets anders: „Laat haar moeder overkomen, want ze redt het niet.”

Aloe vera, bijgenaamd de wonderplant vanwege zijn bijzondere genezingskracht, gaat niet zomaar dood. En dat geldt ook voor Yomaira.

De dokters stelden een diagnose, systemische lupus erythematodesde, een auto-immuunziekte, en gaven haar medicijnen. Toen brak, lacht ze, „de bloeitijd in mijn leven aan.” Ze ontmoette een man, „een prachtige Indiase jongen”, kreeg een dochter en kort daarna een zoon. Zij geloofde opnieuw in een wonder. Maar de prachtige Indiase jongen bleek uit op een verblijfsvergunning en de relatie werd verbroken. Intussen was ook de dood teruggekeerd, in de vorm van baarmoederhalskanker.

Zoals iedere tuinder en gemeentelijke plantsoenwerker weet, is de strijd tegen de Japanse duizendknoop bijna niet te winnen. Dat gevoel, van een niet te winnen strijd, had zich inmiddels ook in Yomaira’s ziel geworteld. Ze had zich goed voorbereid, zegt ze, had de pillen opgespaard en haar kinderen naar haar broer gestuurd. Maar haar dochter vertrouwde het niet, die verstopte zich in huis. En terwijl zij in een diepe slaap weg gleed, belde het meisje de hulpdiensten.

Sinds vier jaar voelt ze zich beter, de medicijnen slaan aan, de ziekte is in remissie. En ik denk: Yomaira is geen Japanse duizendknoop, ze is een aloe vera.

„Ik geloof niet meer in wonderen, maar ik heb wel hoop”, zegt ze. Ze gebaart om zich heen. „Kijk, zelfs de planten op mijn tuintje groeien!” De hoge dahlia bijvoorbeeld, heeft ze vorige week met knol en al uitgegraven en in een pot op haar balkon gezet. Daar staat ’ie nu te stralen, met prachtige gele bloemen. Toch nog een wonder.

Dit is de vierde aflevering in een korte serie.