Een volle werkweek? Voor jongeren hoeft het niet. ‘Een 40-urige werkweek is superouderwets’

Arbeidsmarkt Jongeren werken vaker in deeltijd. Waarom de volle week bikkelen als een koophuis er niet in zit? Drie jonge parttimers vertellen. „Ik heb echt een heerlijk leven zo.”

Illustratie Stella Smienk

Hij werkt zich twee jaar veertig uur per week uit de naad, voor een hypothekerswebsite, als zijn contract niet wordt verlengd. Casper van Groos (27) is dan al overwerkt. „Tel er alle reistijd bij op en ik was eigenlijk 55 uur per week bezig met mijn werk. Ik had geen energie en tijd meer om dingen voor mezelf of met anderen te doen. Toen ik uit die dip kwam, wist ik: ik wil nooit meer fulltime werken.”

Van Groos is niet de enige. Het aantal parttimers onder 25- tot 35-jarigen met een betaalde baan, 1,9 miljoen mensen, neemt gestaag toe. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In 2020 werkte in deze leeftijdscategorie 60 procent voltijds en 40 procent in deeltijd. Van hen werkte ongeveer de helft 28 tot 35 uur. In 2003 had van deze groep nog 66 procent een volledige werkweek en werkte 34 procent in deeltijd. Zijn kinderen vaak een reden voor ouders om korter te werken, ook bij jonge mensen zonder kinderen is een toename te zien in het aantal parttimers.

Noodzaak

Werk is nu minder belangrijk voor Van Groos: „Het is geen onderdeel van mijn identiteit meer.” Hij werkt twintig uur per week – soms ietsje meer – als freelance tekstschrijver. „Ik zie mezelf geen veertig uur meer werken, dat zou echt tegen mijn zin ingaan. Superrijk worden hoeft niet, of carrière maken. Voor mij is werk gewoon een noodzaak. Ik doe liever andere dingen, zoals muziek maken.”

Sarah Herforth (22) maakte een vergelijkbare keuze. Zij werkt nu 28 uur per week, als marketing- en communicatiecoördinator bij stichting Het Groene Brein, die zich bezighoudt met circulaire economie. „Veertig uur per week werken zou ik niet aankunnen, denk ik. Tijdens mijn universitaire studie kampte ik met burn-outklachten en ik wil niet dat me dat nogmaals overkomt. Dat heeft mijn kijk op veertig uur per week werken veranderd. Naast mijn werk heb ik genoeg tijd nodig voor rust en ontspanning.”

Bijhouden van haar eigen website en Instagram beschouwt ze als hobby; ze deelt er veganistische recepten en artikelen over duurzaam leven. „Daarvoor heb ik vooral creatieve ruimte nodig in mijn hoofd. De inspiratie moet blijven stromen. Ik vind het soms nu al lastig om dit te combineren met mijn werk, én voldoende rust te krijgen. Ik krijg zelden betaald voor mijn eigen projectjes – soms een onkostenvergoeding – maar ik vind dit belangrijk. Ik ben me ervan bewust dat dit een groot privilege is. Maar ik vind het wel heel fijn dat ik het bij 28 uur per week kan houden.”

Kiezen voor parttime werken is niet voor iedereen weggelegd. Hogeropgeleiden werken vaker bewust parttime dan lageropgeleiden, doordat zij veelal beter betaalde banen hebben – en daarmee de luxe om wat minder uren te maken.

In sectoren als gezondheidszorg, kinderopvang en onderwijs, waarin vooral vrouwen werken, worden veel banen in deeltijd aangeboden. Daar kunnen mensen niet altijd zelf voor een fulltime of parttime baan kiezen. Dat geldt ook voor veel flexcontracten.

Lees ook: Jong, geen kind en een parttime baan

Hobby’s en sociale contacten

Het Sociaal en Cultureel Planbureau bracht in 2018 het rapport Werken aan de start uit, over jonge mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt. Werkgevers geven daarin aan dat jonge werknemers nu vaker in deeltijd werken dan eerder hun even jonge voorgangers. Onderscheid tussen de seksen is er bij de starters op de arbeidsmarkt niet; pas bij dertigers zien de werkgevers dat vrouwen minder uren willen werken dan mannen. Dat kan met een gezin te maken hebben, vermoedt het SCP, maar ook met de start van een eigen bedrijf, studie, vrijwilligerswerk of sport. De meeste vrouwen die met een deeltijdbaan beginnen, maar liever fulltime hadden gewerkt, laten dit op den duur zo. Zij voelen de noodzaak dan niet meer en vullen de vrije dagen op met onder meer cursussen, hobby’s en sociale contacten. Minder werken om meer tijd voor jezelf te hebben, gaat volgens het SCP vermoedelijk vooral op voor de hoogopgeleide jongeren. De werkgevers die het SCP ondervroeg, signaleren die wens bij hoogopgeleide jonge werknemers in ieder geval vaker.

Ton Wilthagen, hoogleraar arbeidsmarkt in Tilburg, is niet verbaasd over het groeiend aantal jonge parttimers en hun keuze meer tijd voor zichzelf te nemen. „Dit is typisch Nederlands. Wij hebben een enorme deeltijdcultuur, in geen ander land zijn in verhouding zoveel parttimers. Het CNV pleitte onlangs nog voor snelle invoering van een dertigurige werkweek, maar feitelijk hebben we die al. Nederlanders vinden tijd voor hun kind, vrijwilligerswerk, reizen, hobby’s en sporten veel belangrijker dan hun werk. En we kunnen het ons veroorloven, hè, dat lukt mensen in Spanje niet. Daar leef je dan in armoede. Scandinaviërs kunnen dit ook niet, met hun hoge levensstandaard en collectieve voorzieningen. In Nederland werkte de man vroeger fulltime en was de vrouw thuis – dat noemen we het eenverdienersmodel. Daarna kwam het anderhalfverdienersmodel, waarbij de man het meeste werkte. Tegenwoordig zie je steeds vaker een ‘twee-keer-driekwartmodel’: zowel man als vrouw werkt hooguit vier dagen. Of ze nu kinderen hebben of niet.”

Kinderboekenserie

Kelly van Kempen (31) heeft nooit fulltime gewerkt. Ze werkte ooit vier dagen per week bij het ministerie van Buitenlandse zaken, nu doet ze het nog maar zestien uur. „In eerste instantie gebruikte ik die vijfde dag om te solliciteren, maar een nieuwe baan vinden is me toen niet gelukt. Nu kies ik heel bewust voor parttime werken. Ik zie mezelf ook niet méér doen, tenzij ik zou kunnen leven van boeken schrijven. Dán zou ik met alle liefde veertig uur werken. Ik ben nu bezig met het derde deel van mijn kinderboekenserie De Sterrensteen. Dat doe ik op de dagen dat ik niet voor het ministerie werk. Het is nogal een grijs gebied, of schrijven nu werk is of een hobby. Uiteindelijk hoop ik er mijn volledige baan van te maken. Door de verkoop van mijn boeken en presentaties bij boekhandels kom ik dan precies uit. Nu leef ik deels van mijn spaargeld.”

Volgens Wilthagen vinden jongeren hun privéleven en eigen ontwikkeling tegenwoordig net zo belangrijk als werken. Daarbij speelt een rol dat de opkomst van flexbanen ten koste is gegaan van de autonomie in die functies. „Het is echt niet zo dat jongeren die liever parttime werken, de rest van hun tijd in bed liggen. Zij zijn dan vaak bezig met eigen projectjes, zoals het schrijven van een boek. Wel vraag ik me af hoe ze dit willen volhouden als ze van discotheek naar hypotheek gaan. Later wil je misschien wel een auto kopen en je studieschuld aflossen. De huizen worden er ook niet goedkoper op. Het ligt er natuurlijk maar net aan wat je wil in het leven.”

Lees ook: Fulltime werken en parttime moederen: waarom doen zo weinig vrouwen dat?

Ontwrichting

Mochten nog meer mensen parttime gaan werken dan nu, dan kan dat volgens Wilthagen zorgen voor ontwrichting van de arbeidsmarkt. „We krijgen dan een deeltijdarbeidsmarkt, wat kan zorgen voor deeltijd-dienstverlening. Dat moet je niet willen. In het ergste geval zijn de treinen dan niet meer altijd bemand, worden wachtlijsten in de zorg langer, kunnen kinderen niet meer vijf dagen per week naar school en hebben we te weinig mensen die wat aan het klimaat kunnen doen. Gezien de krapte op de arbeidsmarkt zouden mensen in kleinere deeltijdbanen juist meer uren moeten gaan draaien. Gebeurt dat niet, dan kan het zijn dat de pensioenleeftijd verder omhoog moet om voorzieningen als zorg en AOW betaalbaar te houden.”

Wilthagen ziet perspectief in een andere organisatie van het werk in Nederland. „Het moet aantrekkelijker worden gemaakt. Werknemers moeten weer meer autonomie krijgen. We werken enorm in diensten: negen uur beginnen, half zes naar huis. Als die tijden wat flexibeler worden, willen meer mensen wel meer werken.”

Koophuis

Van Groos, Van Kempen en Herforth vinden het in ieder geval wel prima zo. „Een huis kopen zal me in deze tijd sowieso niet lukken, ook niet als ik veertig uur zou werken”, vertelt Van Groos. „Als het kon, had ik wel een koophuis gewild. Maar nu voelt het meer als een onrealistische fantasie dan als een reëel toekomstbeeld.”

Herforth vindt dat lastig te accepteren: „Het is voor mijn hele generatie lastig om een huis te kopen, niet alleen voor mij. Daardoor kan ik het loslaten. Ik vind sowieso dat het huidige werksysteem, waarin veertig uur werken de norm is, op de schop moet. Je hebt daardoor amper tijd voor je eigen behoeften en je huishouden. Het is ook superouderwets. Ik denk dat veel mensen niet automatisch gelukkig zijn met een veertigurige werkweek.”

Buiten fulltime schrijven ziet Van Kempen zichzelf niet meer veertig uur werken. „Ik heb echt een heerlijk leven zo. Dat zeg ik ook iedere dag tegen mezelf. Dat ik daardoor misschien nooit een huis zal kunnen kopen, kan ik me niet voorstellen. Ooit zal het wel lukken, toch? En anders is het maar zo. Ik vind het belangrijker dat ik geniet dan dat ik me een hypotheek kan veroorloven.”